15.10.2005
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 257/18
Beroep ingesteld op 26 augustus 2005 — Movimondo ONLUS/Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak T-329/05)
(2005/C 257/33)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoeker(s)/ Verzoekster(s): Movimondo ONLUS (Rome, Italië) [Vertegenwoordiger(s): Paolo Vitali, Giulia Verusio, Gian Michele Roberti en Alessandra Franchi, advocaten]
Verweerder(s)/ Verweerster(s): Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies van verzoeker(s)/ verzoekster(s)
Primair:
—
vast te stellen dat de Commissie [Bureau voor humanitaire hulp (ECHO)] niet heeft voldaan aan haar contractuele verplichtingen die voortvloeien uit de Grant Agreements gesloten in het kader van de kaderovereenkomst voor partnerschap (Framework Partnership Agreement), nummer 3-314, en bijgevolg
—
de Commissie te veroordelen aan Movimondo te betalen:
—
36 500,51 EUR voor het project MAGUINDANAO: ECHO/PHL/210/2003/02003, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 25 september 2004;
—
150 000,00 EUR voor het project ECHO 9 PALESTINA: ECHO/TPS/210/2003/08018, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 16 september 2004;
—
52 500,00 EUR voor het project DIPECHO INDIA: ECHO/TPS/210/2003/03005, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 24 maart 2005;
—
50 865,96 EUR voor het project ECHO LIBAN: ECHO/TPS/210/2003/08020, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 15 augustus 2005;
—
119 485,70 EUR voor het project ECHO BAJO YUNA: ECHO/CR/BUD/2004/01006, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 12 juni 2005;
—
28 500,00 EUR voor het project ECHO RUNDU II: ECHO/AGO/BUD/2004/01018, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 13 juli 2005;
—
70 085,00 EUR voor het project ECHO SAMANA': ECHO/DOM/BUD/2004/01001, vermeerderd met vertragingsrente vanaf 16 mei 2005;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Subsidair:
—
nietig te verklaren het besluit tot opschorting van de betalingstermijnen vervat in de brief van 17 juni 2005 van directeur-generaal Antonio Cavaco, Bureau voor humanitaire hulp ECHO 3, Ref. D 6613, betreffende „injunction to pay outstanding payments due to Movimondo”, en derhalve de Commissie te veroordelen tot betaling aan Movimondo van voormelde bedragen.
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep vordert de verzoekende vereniging — niet-gouvernementele organisatie inzake internationale samenwerking en solidariteit —, primair, krachtens artikel 238 EG de Commissie te veroordelen tot betaling van de contractuele verplichtingen die voortvloeien uit de verschillende Grant Agreements gesloten in het kader van de kaderovereenkomst voor partnerschap (Framework Partnership Agreement), nummer 3-314, die op 1 december 2003 van kracht was en betrekking had op de financiering door de Commissie van humanitaire noodacties, die onberispelijk waren uitgevoerd en naar behoren verantwoord.
Subsidiair, vordert verzoekster voorts krachtens artikel 230, vierde alinea, EG nietigverklaring van het besluit tot opschorting van de betalingstermijnen, dat vervat zou zijn in de brief van 17 juni 2005 van directeur-generaal Antonio Cavaco, Bureau voor humanitaire hulp ECHO 3, Ref. D 6613, betreffende „injunction to pay outstanding payments due to Movimondo”, en van het besluit van 27 juli 2005 van directeur-generaal Antonio Cavaco, Bureau voor humanitaire hulp ECHO 3, Ref. D 8136.
Tot staving van haar beroep tot nietigverklaring van het in de brief van 17 juni 2005 vervatte besluit tot opschorting van de betalingstermijnen voert verzoekster in het bijzonder drie middelen aan.
Het eerste middel stelt dat de diensten van ECHO met de vaststelling van de betrokken maatregel tot opschorting van de betalingstermijnen misbruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid, door zich te beroepen op artikel 106, lid 4, van verordening nr. 2342/2002 (1) als rechtsgrondslag van het bestreden besluit, hoewel dat niets te maken heeft met de in die bepaling bedoelde feiten en specifieke doelstellingen. Het tweede middel stelt een gebrek aan motivering van de bestreden besluiten in strijd met artikel 253 EG, alsmede met artikel 106, lid 4, van verordening nr. 2342/2002; tot slot stelt het derde middel ook schending van artikel 106, lid 4, van verordening nr. 2342/2002 vanuit procedureel oogpunt, daar de diensten van ECHO Movimondo niet rechtstreeks van het opschortingsbesluit in kennis hebben gesteld.
Tot staving van het beroep tot nietigverklaring van het besluit van 27 juli 2005 voert verzoekster echter vier middelen aan.
1) gebrek aan motivering van het bestreden besluit; 2) schending van het algemene rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld, alsmede schending van de rechten van de verdediging, aangezien de diensten van ECHO er niet voor hebben gezorgd haar in kennis te stellen van de maatregelen die zij van plan waren ten aanzien van haar te nemen, en haar ook niet de mogelijkheid hebben geboden in dat verband te worden gehoord; 3) schending van artikel 106, lid 4, van verordening nr. 2342/2002 en voorts misbruik van bevoegdheid door de diensten van ECHO, en tot slot 4) schending van het vertrouwensbeginsel.
(1) Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357, van 31.12.2002, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy