Beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 5 september 2006 – Finland / Commissie
(Zaak T‑350/05)
„Procesincidenten – Exceptie van niet-ontvankelijkheid – Handeling zonder bindende rechtsgevolgen – Eigen middelen van Europese Gemeenschappen – Inbreukprocedure – Vertragingsrente overeenkomstig artikel 11 van verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 – Onderhandelingen over overeenkomst inzake betaling onder voorwaarden”
1. Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren (Art. 230 EG; verordening nr. 1150/2000 van de Raad) (cf. punten 36‑38)
2. Eigen middelen van de Europese Gemeenschappen – Vaststelling en terbeschikkingstelling door lidstaten (Verordening nr. 1150/2000 van de Raad) (cf. punten 39‑47)
Voorwerp
Verzoek tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie (Secretariaat-generaal), vervat in de brief van 8 juli 2005, waarbij de Commissie zou hebben geweigerd onderhandelingen te beginnen met de Republiek Finland over de betaling onder voorwaarden van retroactieve rechten, vermeerderd met vertragingsrente tot de dag van betaling van die rechten, die de Commissie van de Republiek Finland vordert in het kader van de krachtens artikel 226 EG ingeleide inbreukprocedure nr. 2003/2180.
Dictum
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De Republiek Finland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy