21.6.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 158/2
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 8 mei 2008 [verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Düsseldorf (Duitsland), en het Tribunal de grande instance de Nanterre (Frankrijk)] — Zuckerfabrik Jülich AG (voorheen Jülich AG)/Hauptzollamt Aachen en Saint Louis Sucre SNC e.a./Directeur général des douanes et droits indirects, Receveur principal des douanes et droits indirects de Gennevilliers
(Gevoegde zaken C-5/06 en C-23/06 tot en met C-36/06) (1)
(Suiker - Productieheffingen - Uitvoeringsbepalingen voor quotaregeling - Vaststelling van uit te voeren overschot - Vaststelling van gemiddeld verlies)
(2008/C 158/03)
Procestalen: Duits en Frans
Verwijzende rechter
Finanzgericht Düsseldorf, Tribunal de grande instance de Nanterre
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Zuckerfabrik Jülich AG (voorheen Jülich AG) (C-5/06), Saint Louis Sucre SNC (C-23/06), Société des Sucreries du Marquenterre SA (C-24/06), SA des Sucreries de Fontaine Le Dun, Bolbec, Auffray (SAFBA) (C-25/06), SA Lesaffre Frères (C-26/06), Tereos, rechtsopvolgster van Sucreries, Distilleries des Hauts de France (C-27/06), SA Sucreries & Distilleries de Souppes — Ouvré fils (C-28/06), SA Sucreries de Toury et Usines Annexes (C-29/06), Tereos (C-30/06), Tereos, rechtsopvolgster van SAS Sucrerie du Littoral Groupe SDHF (C-31/06), Cristal Union (C-32/06), Sucrerie Bourdon (C-33/06), SA Sucrerie de Bourgogne (C-34/06), SAS Vermendoise Industries (C-35/06), SA Sucreries et Raffineries d'Erstein (C-36/06)
Verwerende partijen: Hauptzollamt Aachen (C-5/06), Directeur général des douanes et droits indirects, Receveur principal des douanes et droits indirects de Gennevilliers (C-23/06 tot en met C-36/06)
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Düsseldorf, Tribunal de grande instance de Nanterre — Uitlegging van artikel 15 van verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178, blz. 1) — Geldigheid van artikel 6, lid 4, van verordening (EG) nr. 314/2002 van de Commissie van 20 februari 2002 houdende uitvoeringsbepalingen voor de quotaregeling in de sector suiker (PB L 50, blz. 40), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1140/2003 van de Commissie van 27 juni 2003 houdende wijziging, in de sector suiker, van de verordeningen (EG) nr. 779/96 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de mededelingen, en (EG) nr. 314/2002 houdende uitvoeringsbepalingen voor de quotaregeling in de sector suiker (PB L 160, blz. 33) — Geldigheid van verordening (EG) nr. 1775/2004 van de Commissie van 14 oktober 2004 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2003/2004 (PB L 316, blz. 64) — Inaanmerkingneming, voor de vaststelling van het uit te voeren overschot, van alle uitgevoerde hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop, en, voor de vaststelling van het gemiddelde verlies per ton suiker, van die hoeveelheid waarvoor exportrestitutie is betaald
Dictum
Op grond van artikel 15, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker moeten bij de berekening van het uit te voeren overschot alle onder dit artikel vallende uitgevoerde hoeveelheden producten, ongeacht of daarvoor daadwerkelijk restituties zijn betaald, in mindering worden gebracht op het verbruik.
Artikel 15, lid 1, sub d, van die verordening moet aldus worden uitgelegd dat bij de vaststelling van zowel het uit te voeren overschot als het gemiddelde verlies per ton product rekening moet worden gehouden met alle onder dit artikel vallende uitgevoerde hoeveelheden producten, ongeacht of daarvoor restituties zijn betaald.
Verordening (EG) nr. 1762/2003 van de Commissie van 7 oktober 2003 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2002/2003 en verordening (EG) nr. 1775/2004 van de Commissie van 14 oktober 2004 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2003/2004 zijn ongeldig.
Bij onderzoek van verordening (EG) nr. 1837/2002 van de Commissie van 15 oktober 2002 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen en van de coëfficiënt voor de aanvullende heffing in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2001/2002, is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid ervan kunnen aantasten.
(1) PB C 74 van 25.3.2006.
Full & Egal Universal Law Academy