9.5.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 116/3
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 13 maart 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Hamburg — Duitsland) — Viamex Agrar Handels GmbH/Hauptzollamt Hamburg-Jonas
(Zaak C-96/06) (1)
(Verordening (EG) nr. 615/98 - Richtlijn 91/628/EEG - Uitvoerrestituties - Weigering - Niet-naleving van richtlijn 91/628/EEG - Welzijn van dieren aangetast - Bewijslast - Ontbreken van bewijs)
(2008/C 116/05)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Hamburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Viamex Agrar Handels GmbH
Verwerende partij: Hauptzollamt Hamburg-Jonas
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Hamburg — Uitlegging van artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 615/98 van de Commissie van 18 maart 1998 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van uitvoerrestituties met betrekking tot het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer ervan (PB L 82, blz. 19) — Mogelijkheid voor bevoegde autoriteit om toekenning van uitvoerrestituties te weigeren wanneer zij „op grond van welke andere gegevens ook” meent dat bepalingen van richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG (PB L 340, blz. 17) niet zijn nageleefd — Bewijslast — Weigering van restituties wegens gebruik van schip dat voorkomt op lijst van schepen die niet voldoen aan vereisten van richtlijn 91/628/EEG („negatieve lijst”) zonder aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat dierenwelzijn daadwerkelijk is aangetast
Dictum
1)
Niettegenstaande de documenten die de exporteur heeft overgelegd overeenkomstig artikel 5, lid 2, van verordening (EG) nr. 615/98 van de Commissie van 18 maart 1998 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van uitvoerrestituties met betrekking tot het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer ervan, kan de bevoegde autoriteit krachtens artikel 5, lid 3, van deze verordening van oordeel zijn dat richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/29/EG van de Raad van 29 juni 1995, niet is nageleefd. Zij kan echter alleen tot deze conclusie komen op grond van de in artikel 5 van verordening nr. 615/98 bedoelde documenten, de in artikel 4 van deze verordening bedoelde verslagen inzake de gezondheid van de dieren of welk ander objectief gegeven ook dat verband houdt met het welzijn van de dieren en waardoor de door de exporteur overgelegde documenten in twijfel worden getrokken, waarbij deze laatste in voorkomend geval dient aan te tonen in welk opzicht de gegevens die de bevoegde autoriteit aandraagt voor de conclusie dat richtlijn 91/628, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/29, niet is nageleefd, niet ter zake dienend zijn.
2)
De bevoegde autoriteit kan krachtens artikel 5, lid 3, van verordening nr. 615/98 de uitvoerrestitutie weigeren wegens niet-naleving van de bepalingen van richtlijn 91/628, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/29, met betrekking tot de gezondheid van dieren, ofschoon niet op basis van enig gegeven kan worden vastgesteld dat het welzijn van de vervoerde dieren in het concrete geval is aangetast.
(1) PB C 96 van 22.4.2006.
Full & Egal Universal Law Academy