9.5.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 116/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 13 maart 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Infront WM AG, voorheen FWC Medien AG, thans KirchMedia WM AG, Franse Republiek, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
(Zaak C-125/06 P) (1)
(Hogere voorziening - Richtlijn 89/552/EEG - Televisie-uitzendingen - Beroep tot nietigverklaring - Artikel 230, vierde alinea, EG - Begrip beschikking die natuurlijke of rechtspersoon „rechtstreeks en individueel’ raakt)
(2008/C 116/06)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: K. Banks en M. Huttunen, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure: Infront WM AG, voorheen FWC Medien AG, thans KirchMedia WM AG (vertegenwoordiger: M. Garcia, solicitor), Franse Republiek, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer — uitgebreid) van 15 december 2005, Infront WM/Commissie (T-33/01), houdende nietigverklaring van de door de Commissie op grond van artikel 3 bis, van richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 gegeven beschikking waarbij de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt is vastgesteld van bepaalde maatregelen van het Verenigd Koninkrijk inzake de beperking van de televisie-uitzending van een aantal sport- en andere evenementen van aanzienlijk nationaal belang — Begrip rechtstreekse en individuele geraaktheid in de zin van artikel 230 EG
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
De Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 108 van 6.5.2006.
Full & Egal Universal Law Academy