4.7.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 153/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 14 mei 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Wien — Oostenrijk) — Renate Ilsinger/Martin Dreschers, handelend als bewindvoerder in het faillissement van Schlank & Schick GmbH
(Zaak C-180/06) (1)
(Rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke zaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Bevoegdheid inzake door consumenten gesloten overeenkomsten - Recht van consument tot wie misleidende reclame is gericht om schijnbaar gewonnen prijs in rechte op te eisen - Kwalificatie - Vordering uit overeenkomst bedoeld in artikel 15, lid 1, sub c, van voormelde verordening - Voorwaarden)
2009/C 153/05
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Wien
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Renate Ilsinger
Verwerende partij: Martin Dreschers, handelend als bewindvoerder in het faillissement van Schlank & Schick GmbH
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberlandesgericht Wien — Uitlegging van artikel 15, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 12, blz. 1) — Nationale wettelijke regeling inzake consumentenbescherming die ontvanger van misleidende reclame recht geeft op vermeend gewonnen prijs
Dictum
De bevoegdheidsregels van verordening nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2001, L 12, blz. 1), moeten in een situatie zoals die aan de orde in het hoofdgeding, waarin een consument op basis van de wetgeving van de lidstaat op het grondgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft voor de rechterlijke instantie van de plaats waar hij woont een in een andere lidstaat gevestigd postorderbedrijf wil doen veroordelen tot uitkering van een door hem schijnbaar gewonnen prijs, en
—
deze onderneming die consument, met de bedoeling hem ertoe te bewegen een overeenkomst te sluiten, een tot hem persoonlijk gericht schrijven heeft gezonden waarmee bij hem de indruk wordt gewekt dat hij een prijs heeft gewonnen die hem zal worden uitgekeerd wanneer hij daarom verzoekt door het bij genoemd schrijven gevoegde „certificaat voor het opvragen van de prijs” terug te sturen,
—
maar aan de uitkering van die prijs niet de voorwaarde verbonden is dat een bestelling van door deze onderneming ten verkoop aangeboden goederen of een proefbestelling wordt gedaan,
worden uitgelegd als volgt:
—
een dergelijke vordering in rechte van de consument valt onder artikel 15, lid 1, sub c, van voormelde verordening mits de beroepsmatig handelende verkoper de verbintenis op zich heeft genomen die prijs aan de consument uit te keren,
—
wanneer aan deze voorwaarde niet is voldaan, valt een dergelijke vordering slechts onder bovengenoemde bepaling van verordening nr. 44/2001 ingeval de consument inderdaad een bestelling bij die beroepsmatig handelende verkoper heeft geplaatst.
(1) PB C 165 van 15.7.2006.
Full & Egal Universal Law Academy