23.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/14
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 13 december 2007 — Koninkrijk Spanje/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-184/06) (1)
(Visserij - Verordening (EG) nr. 51/2006 - Verdeling van vangstquota over lidstaten - Toetredingsakte van Koninkrijk Spanje - Einde van overgangsperiode - Vereiste van relatieve stabiliteit - Non-discriminatiebeginsel - Nieuwe vangstmogelijkheden)
(2008/C 51/22)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: N. Díaz Abad, gemachtigde)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: A. De Gregorio Merino en A. Westerhof Löfflerova, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: T. van Rijn en F. Jimeno Fernández, gemachtigden)
Voorwerp
Nietigverklaring van verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (PB L 16, blz. 1) — Discriminatie — Toepassing van artikel 20, lid 2, van verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 358, blz. 59)
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.
3)
De Commissie van de Europese Gemeenschappen draagt haar eigen kosten.
(1) PB C 154 van 1.7.2007.
Full & Egal Universal Law Academy