5.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 171/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 20 mei 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden — Nederland) — Staatssecretaris van Financiën/Orange European Smallcap Fund NV
(Zaak C-194/06) (1)
(Artikelen 56 EG tot en met 58 EG - Vrij verkeer van kapitaal - Belasting van dividenden - Aan fiscale beleggingsinstelling toegekende tegemoetkoming wegens door andere lidstaat ingehouden bronheffing op dividendontvangsten van deze instelling - Beperking van tegemoetkoming tot bedrag dat een ingezeten aandeelhouder van de lidstaat van vestiging van deze instelling bij rechtstreekse belegging zou kunnen verrekenen met de inkomstenbelasting krachtens verdrag tot vermijding van dubbele belasting - Beperking van tegemoetkoming naar evenredigheid van deelneming van niet-ingezeten aandeelhouders in kapitaal van beleggingsinstelling)
(2008/C 171/05)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Staatssecretaris van Financiën
Verwerende partij: Orange European Smallcap Fund NV
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hoge Raad der Nederlanden — Uitlegging van de artikelen 56 EG, 57, lid 1, EG en 58, lid 1, EG — Nationale regeling die een belastingkrediet toekent aan beleggingsinstellingen ter zake van in een andere lidstaat ingehouden bronheffing op dividenden — Beperking ingeval de aandeelhouders niet in Nederland wonen of niet aan de Nederlandse vennootschapsbelasting zijn onderworpen
Dictum
1)
De artikelen 56 EG en 58 EG verzetten zich niet tegen een wettelijke regeling van een lidstaat als in het hoofdgeding aan de orde is, die een aan aldaar gevestigde fiscale beleggingsinstellingen te verstrekken tegemoetkoming wegens in een andere lidstaat ingehouden bronheffing op door deze instellingen ontvangen dividenden beperkt tot het bedrag dat een in eerstgenoemde lidstaat wonende natuurlijke persoon ter zake van overeenkomstige heffingen zou hebben kunnen verrekenen op grond van een met die andere lidstaat gesloten verdrag tot vermijding van dubbele belasting.
2)
De artikelen 56 EG en 58 EG verzetten zich tegen een wettelijke regeling van een lidstaat als in het hoofdgeding aan de orde is, die een aan aldaar gevestigde fiscale beleggingsinstellingen te verstrekken tegemoetkoming wegens in een andere lidstaat of een derde land ingehouden bronheffing op door deze instellingen ontvangen dividenden beperkt indien en voor zover hun aandeelhouders in andere lidstaten of in derde landen wonende natuurlijke personen of aldaar gevestigde rechtspersonen zijn, aangezien deze beperking al haar aandeelhouders zonder onderscheid benadeelt.
In dit verband is het niet van belang dat de buitenlandse aandeelhouders van een fiscale beleggingsinstelling wonen of gevestigd zijn in een staat waarmee de lidstaat van vestiging van deze instelling een verdrag heeft gesloten dat voorziet in de wederzijdse verrekening van bronheffing op dividend.
3)
Een beperking is aan te merken als een onder artikel 57, lid 1, EG vallende beperking van het kapitaalverkeer in verband met directe investeringen, voor zover zij betrekking heeft op alle investeringen die door natuurlijke of rechtspersonen worden verricht en gericht zijn op de vestiging of de handhaving van duurzame en directe betrekkingen tussen de kapitaalverschaffer en de onderneming waarvoor de desbetreffende middelen bestemd zijn met het oog op de uitoefening van een economische activiteit.
(1) PB C 178 van 29.7.2006.
Full & Egal Universal Law Academy