7.6.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 142/4
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 17 april 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van Koophandel te Hasselt, België) — Confederatie van Immobiliën-Beroepen van België, Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars/Willem Van Leuken
(Zaak C-197/06) (1)
(Erkenning van diploma's - Richtlijn 89/48/EEG - Vastgoedmakelaar)
(2008/C 142/04)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank van Koophandel te Hasselt, België
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Confederatie van Immobiliën-Beroepen van België, Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars
Verwerende partij: Willem Van Leuken
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van Koophandel te Hasselt — Uitlegging van de artikelen 3 en 4 van richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hogeronderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PB 1989, L 19, blz. 16) — Verplichting voor een in een lidstaat gevestigde vastgoedbemiddelaar die in een andere lidstaat de activiteit van makelaar uitoefent, om te voldoen aan de voorwaarden voor de uitoefening van dit beroep die ter uitvoering van de richtlijn door de wetgeving van deze staat worden opgelegd — Vereiste dat ook geldt in geval van samenwerkingsovereenkomst tussen deze bemiddelaar en een door de betrokken staat erkende bemiddelaar
Dictum
De artikelen 3 en 4 van richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hogeronderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2001, verzetten zich tegen een regeling van een lidstaat volgens welke een in een andere lidstaat gevestigde dienstverlener die zich in een situatie als die van verweerder in het hoofdgeding bevindt, toestemming nodig heeft om op zijn grondgebied activiteiten te verrichten als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, en daarvoor met succes een juridische bekwaamheidsproef dient af te leggen.
(1) PB C 165 van 15.7.2006.
Full & Egal Universal Law Academy