30.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 223/5
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 17 juli 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Unabhängige Finanzsenat Salzburg-Aigen — Oostenrijk) — Schwaninger Martin Viehhandel — Viehexport/Zollamt Salzburg, Erstattungen
(Zaak C-207/06) (1)
(Verordening (EG) nr. 615/98 - Restituties bij uitvoer - Welzijn van levende runderen tijdens vervoer ervan - Richtlijn 91/628/EEG - Toepasbaarheid van voorschriften inzake bescherming van dieren tijdens vervoer - Voorschriften betreffende reis- en rusttijden alsmede betreffende zeevervoer van runderen naar plaats buiten Gemeenschap - Voederen en drenken van dieren tijdens vervoer)
(2008/C 223/07)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Unabhängiger Finanzsenat Salzburg-Aigen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Schwaninger Martin Viehhandel — Viehexport
Verwerende partij: Zollamt Salzburg, Erstattungen
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Unabhängiger Finanzsenat Salzburg-Aigen (Oostenrijk) — Uitlegging van artikel 1 van verordening (EG) nr. 615/98 van de Commissie van 18 maart 1998 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van uitvoerrestituties met betrekking tot het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer ervan (PB L 82, blz. 19) en van hoofdstuk VII-48, punt 7, sub a en b, van de bijlage bij richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG (PB L 340, blz. 17), alsook van artikel 5, punt A-2, sub d-ii, tweede streepje, van deze richtlijn — Toepasbaarheid van de dierenbeschermingsvoorschriften betreffende reis- en rusttijden op het zeevervoer van runderen naar een plaats buiten de Gemeenschap door middel van een voertuig dat op een boot wordt geladen zonder dat de dieren worden gelost — Ontbreken van vermelding in het reisschema van de tijdstippen waarop de vervoerde dieren tijdens de reis daadwerkelijk zijn gevoederd en gedrenkt
Dictum
1)
Artikel 1 van verordening (EG) nr. 615/98 van de Commissie van 18 maart 1998 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van uitvoerrestituties met betrekking tot het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer ervan, mag niet in die zin mag worden uitgelegd dat punt 48, punt 7, sub b, van de bijlage bij richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/29/EG van de Raad van 29 juni 1995, moet worden toegepast op het geval van zeevervoer waarbij een verbinding wordt verzorgd tussen een plaats in de Europese Gemeenschap en een plaats in een derde land, middels voertuigen die worden ingescheept zonder dat de dieren worden gelost.
2)
Punt 48, punt 7, sub a, van de bijlage bij richtlijn 91/628, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/29, moet aldus worden uitgelegd dat in het geval van zeevervoer waarbij een verbinding wordt verzorgd tussen een plaats in de Europese Gemeenschap en plaats in een derde land, middels voertuigen die worden ingescheept zonder dat de dieren worden gelost, de duur van het voervoer niet in aanmerking hoeft te worden genomen indien de dieren worden vervoerd overeenkomstig de voorwaarden van de punten 3 en 4 van dat punt 48, met uitzondering van de reistijden en rusttijden. Indien dat het geval is, kan een nieuw tijdvak van vervoer over de weg onmiddellijk na de ontscheping van het voertuig in de haven van het derde land van bestemming ingaan, overeenkomstig punt 4, sub d, van dat punt 48.
3)
Een reisschema dat een met een schrijfmachine vooraf aangebrachte vermelding bevat dat de dieren tijdens het zeevervoer „'s avonds, 's ochtends, 's middags, 's avonds, 's ochtends” worden gevoederd en gedrenkt, kan aan de vereisten van richtlijn 91/628, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/29, voldoen, mits wordt bewezen dat deze handelingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Indien de bevoegde autoriteit, gelet op alle door de exporteur ingediende documenten, meent dat de vereisten van deze richtlijn niet zijn nageleefd, staat het aan haar om te beoordelen of deze niet-naleving gevolgen heeft gehad voor het welzijn van de dieren, of een dergelijke inbreuk eventueel kan worden verholpen, en of dit moet leiden tot het verlies, de verlaging of het behoud van de uitvoerrestitutie.
(1) PB C 190 van 12.8.2006.
Full & Egal Universal Law Academy