21.2.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 44/3
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 16 december 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Szegedi Ítélőtábla — Republiek Hongarije) — In de procedure van Cartesio Oktató és Szolgáltató bt
(Zaak C-210/06) (1)
(Verplaatsing van zetel van vennootschap naar andere lidstaat dan die waarin zij is opgericht - Verzoek om wijziging van vermelding in handelsregister betreffende zetel - Weigering - Hoger beroep tegen uitspraak van rechtbank belast met bijhouden van handelsregister - Artikel 234 EG - Prejudiciële verwijzing - Ontvankelijkheid - Begrip „rechterlijke instantie’ - Begrip „rechterlijke instantie waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep’ - Hoger beroep tegen beslissing waarbij prejudiciële verwijzing wordt gelast - Bevoegdheid van appèlrechter om deze beslissing in te trekken - Vrijheid van vestiging - Artikelen 43 EG en 48 EG)
(2009/C 44/04)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Szegedi Ítélőtábla
Partij in het hoofdgeding
Cartesio Oktató és Szolgáltató bt
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Szegedi Ítélőtábla — Uitlegging van de artikelen 43, 48 en 234 EG — Ontbreken van de mogelijkheid om de zetel van een vennootschap die volgens recht van lidstaat is opgericht, naar andere lidstaat te verplaatsen zonder voorafgaande liquidatie in lidstaat van herkomst
Dictum
1)
Een rechterlijke instantie als de verwijzende rechter, bij wie hoger beroep is ingesteld tegen een beslissing van een rechtbank die belast is met het bijhouden van het handelsregister, waarbij een verzoek om wijziging van een vermelding in dat register is afgewezen, moet worden aangemerkt als een rechterlijke instantie die krachtens artikel 234 EG bevoegd is een verzoek om een prejudiciële beslissing in te dienen, niettegenstaande het feit dat noch de procedure voor die rechtbank noch de appèlprocedure op tegenspraak wordt gevoerd.
2)
Een rechterlijke instantie als de verwijzende rechter, tegen wiens in het kader van een geding zoals het hoofdgeding genomen beslissingen cassatieberoep kan worden ingesteld, kan niet worden aangemerkt als een rechterlijke instantie waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep in de zin van artikel 234, derde alinea, EG.
3)
Wanneer er in het nationale recht regels bestaan inzake het recht om op te komen tegen een beslissing waarbij een prejudiciële verwijzing wordt gelast, welke regels worden gekenmerkt door de omstandigheid dat het gehele hoofdgeding aanhangig blijft bij de verwijzende rechter, en alleen tegen de verwijzingsbeslissing beperkt hoger beroep kan worden ingesteld, moet artikel 234, tweede alinea, EG aldus worden uitgelegd dat aan de bij deze verdragsbepaling aan iedere nationale rechter verleende bevoegdheid om een prejudiciële verwijzing naar het Hof te gelasten, geen afbreuk mag worden gedaan door de toepassing van dergelijke regels die de appèlrechter toestaan om de beslissing waarbij een prejudiciële verwijzing naar het Hof wordt gelast, te wijzigen, om deze verwijzing te vernietigen en om de rechter die deze beslissing had genomen, te gelasten de behandeling van de geschorste nationale procedure te hervatten.
4)
Bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht moeten de artikelen 43 EG en 48 EG in die zin worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een regeling van een lidstaat die een krachtens het nationale recht van deze lidstaat opgerichte vennootschap belet om haar zetel naar een andere lidstaat te verplaatsten met behoud van haar hoedanigheid van vennootschap die valt onder het nationale recht van de lidstaat volgens wiens wettelijke regeling zij is opgericht.
(1) PB C 165 van 15.7.2006.
Full & Egal Universal Law Academy