8.3.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 64/8
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 17 januari 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Theodor Jäger/Finanzamt Kusel-Landstuhl
(Zaak C-256/06) (1)
(Vrij verkeer van kapitaal - Artikelen 73 B en 73 D EG-Verdrag (thans artikelen 56 EG en 58 EG) - Successiebelasting - Waardering van zaken in nalatenschap - In andere lidstaat gelegen voor land- en bosbouw gebruikt goed - Minder gunstige methode voor waardering van goed en voor berekening van belastingschuld)
(2008/C 64/10)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Theodor Jäger
Verwerende partij: Finanzamt Kusel-Landstuhl
Voorwerp
Verzoek om prejudiciële beslissing — Bundesfinanzhof — Uitlegging van artikel 56 EG — Nationale wetgeving inzake successierecht — Toepassing van verschillende waarderingsmethodes voor landbouw- en bosbouwgronden naar gelang deze gronden op het nationale grondgebied of in een andere lidstaat liggen, alsook van een belastingvrij bedrag bij aankoop van op het nationale grondgebied gelegen gronden, met zwaardere belasting tot gevolg wanneer het vermogen in een andere lidstaat gelegen landbouw- en bosbouwgronden omvat dan wanneer alle gronden op het nationale grondgebied liggen
Dictum
Artikel 73 B, lid 1, EG-Verdrag (thans artikel 56, lid 1, EG), gelezen in samenhang met artikel 73 D EG-Verdrag (thans artikel 58 EG), moet aldus worden uitgelegd dat die bepaling in de weg staat aan een regeling van een lidstaat die, met het oog op de berekening van de belasting over een nalatenschap bestaande uit zaken op het grondgebied van die lidstaat en uit een in een andere lidstaat gelegen voor de land- en bosbouw gebruikt goed,
—
bepaalt dat het in die andere lidstaat gelegen goed in aanmerking wordt genomen ten belope van de normale waarde ervan, terwijl op een gelijksoortig in het binnenland gelegen goed een bijzondere waarderingsprocedure wordt toegepast die gemiddeld een uitkomst van slechts 10 % van de normale waarde van dat goed oplevert, en
—
alleen voor binnenlandse voor de land- en bosbouw gebruikte goederen voorziet in de toepassing van een specifiek belastingvrij bedrag voor die goederen, en in de inaanmerkingneming van de resterende waarde van die goederen ten belope van slechts 60 %.
(1) PB C 224 van 16.9.2006.
Full & Egal Universal Law Academy