5.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 171/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 22 mei 2008 — Evonik Degussa GmbH, voorheen Degussa GmbH/Commissie van de Europese Gemeenschappen, Raad van de Europese Unie
(Zaak C-266/06 P) (1)
(Hogere voorziening - Mededinging - Mededingingsregeling - Methioninemarkt - Geldboete - Verordening nr. 17 - Artikel 15, lid 2 - Beginsel van legaliteit van sancties - Onjuiste opvatting van feiten - Evenredigheidsbeginsel - Beginsel van gelijke behandeling)
(2008/C 171/06)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Evonik Degussa GmbH, voorheen Degussa GmbH (vertegenwoordigers: R. Bechtold, M. Karl en C. Steinle, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: A. Bouquet, W. Mölls, gemachtigden, H.-J. Freund, Rechtsanwalt), Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: S. Marquardt, G. Curmi en M. Simm, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 5 april 2006 in zaak T-279/02, Degussa AG/Commissie, houdende gedeeltelijke verwerping van het beroep tot nietigverklaring van beschikking 2003/674/EG van de Commissie van 2 juli 2002 inzake een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst (PB L 255, blz. 1) — Mededingingsregeling betreffende de methioninemarkt — Uit het legaliteitsbeginsel ter zake van strafbare feiten en sancties voortvloeiende vereisten ten aanzien van de boeteregeling van artikel 15, lid 2, van verordening nr. 17/62
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Evonik Degussa GmbH wordt verwezen in de kosten.
3)
De Raad van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten.
(1) PB C 190 van 12.8.2006.
Full & Egal Universal Law Academy