21.3.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 69/2
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 9 oktober 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Hamburg — Duitsland) — Interboves GmbH/Hauptzollamt Hamburg-Jonas
(Zaak C-277/06) (1)
(Richtlijn 91/628/EEG - Restituties bij uitvoer - Bescherming van dieren tijdens vervoer - Zeevervoer van runderen tussen twee verschillende plaatsen in Gemeenschap - Voertuig dat op schip wordt geladen zonder dat dieren worden gelost - Rusttijd van 12 uur - Verplichting)
(2009/C 69/02)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Hamburg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Interboves GmbH
Verwerende partij: Hauptzollamt Hamburg-Jonas
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Hamburg — Uitlegging van hoofdstuk VII, nr. 48.7, sub a en b, van de bijlage bij richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG (PB L 340, blz. 17) — Noodzaak om te voorzien in een rusttijd van 12 uur na het vervoer over zee van runderen tussen twee verschillende plaatsen in de Gemeenschap met een voertuig dat op een schip wordt geladen zonder dat de dieren worden gelost
Dictum
—
Punt 48, punt 7, sub a, van de bijlage bij richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/29/EG van de Raad van 29 juni 1995, moet in die zin worden uitgelegd dat daarin de algemene voorschriften zijn vastgesteld die van toepassing zijn op zeevervoer, daaronder begrepen vervoer per roroveerboot waarbij op gezette tijden een rechtstreekse verbinding wordt verzorgd tussen twee verschillende plaatsen in de Gemeenschap middels voertuigen die op vaartuigen worden geladen zonder dat de dieren worden gelost, met uitzondering, voor dit soort vaartuigen, van de rusttijden die aan de dieren worden toegekend na hun ontscheping, welke in punt 48, punt 7, sub b, van deze bijlage zijn geregeld.
—
Overeenkomstig deze laatste bepaling is het bestaan van een verband tussen het tijdvak van wegvervoer voorafgaand aan en aansluitend op een tijdvak van vervoer per roroveerboot waarbij op gezette tijden een rechtstreekse verbinding wordt verzorgd tussen twee verschillende plaatsen in de Gemeenschap, middels voertuigen die op vaartuigen worden geladen zonder dat de dieren worden gelost, ervan afhankelijk of de maximale reistijd van 28 uur van vervoer per roroveerboot als bedoeld in punt 48, punt 4, sub d, van de bijlage bij richtlijn 91/628 al dan niet is overschreden.
—
Wanneer de reistijd van een vervoer per roroveerboot waarbij op gezette tijden een rechtstreekse verbinding wordt verzorgd tussen twee verschillende plaatsen in de Gemeenschap, middels voertuigen die op vaartuigen worden geladen zonder dat de dieren worden gelost, korter is dan de maximumreistijd van 28 uur, mag een tijdvak van wegvervoer onmiddellijk na ontscheping in de haven van bestemming ingaan. Voor de berekening van dit tijdvak moet rekening worden gehouden met het tijdvak van wegvervoer voorafgaand aan het vervoer per roroveerboot, tenzij een rusttijd van ten minste 24 uur, overeenkomstig punt 48, punt 5, van de bijlage bij richtlijn 91/628, het tijdvak van wegvervoer voorafgaand aan het zeevervoer heeft geneutraliseerd. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of de reis die in het hoofdgeding aan de orde is, aan bovengenoemde voorwaarden voldoet.
(1) PB C 212 van 2.9.2006.
Full & Egal Universal Law Academy