19.7.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 183/2
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 3 juni 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (England & Wales), Queen's Bench Division (Administrative Court) — Verenigd Koninkrijk) — The Queen, The International Association of Independent Tanker Owners (Intertanko), The International Association of Dry Cargo Shipowners (Intercargo), The Greek Shipping Co-operation Committee, Lloyd's Register, The International Salvage Union/Secretary of State for Transport
(Zaak C-308/06) (1)
(Zeevervoer - Verontreiniging vanaf schepen - Richtlijn 2005/35/EG - Geldigheid - Zeerechtverdrag - Marpol 73/78 - Rechtsgevolgen - Inroepbaarheid - Ernstige nalatigheid - Rechtszekerheidsbeginsel)
(2008/C 183/03)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Justice (England & Wales), Queen's Bench Division (Administrative Court)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: The Queen, The International Association of Independent Tanker Owners (Intertanko), The International Association of Dry Cargo Shipowners (Intercargo), The Greek Shipping Co-operation Committee, Lloyd's Register, The International Salvage Union
Verwerende partij: Secretary of State for Transport
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Justice (England & Wales), Queen's Bench Division (Administrative Court) — Geldigheid van de artikelen 4 en 5, leden 1 en 2, van richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken (PB L 255, blz. 11) — Gemeenschapsbepalingen waardoor bepaalde uitzonderingen in een internationaal verdrag (Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, MARPOL) worden beperkt — Bepalingen die voorzien in strafsancties in situaties waarin een internationaal verdrag (Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee [UNCLOS]) deze sancties niet oplegt
Dictum
1)
De geldigheid van richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken, kan niet worden getoetst:
—
aan het Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, ondertekend te Londen op 2 november 1973, zoals aangevuld door het protocol van 17 februari 1978,
—
en evenmin aan het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, ondertekend te Montego Bay op 10 december 1982.
2)
Bij onderzoek van de vierde vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 4 van richtlijn 2005/35 aantasten uit het oogpunt van het algemene rechtszekerheidsbeginsel.
(1) PB C 261 van 28.10.2006.
Full & Egal Universal Law Academy