23.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/21
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 13 december 2007 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Finanzgericht Düsseldorf — Duitsland) — BATIG Gesellschaft für Beteiligungen mbH/Hauptzollamt Bielefeld
(Zaak C-374/06) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Harmonisatie van wetgevingen - Richtlijn 92/12/EEG - Accijnsproducten - Fiscale merktekens - Onregelmatige onttrekking aan schorsingsregeling - Diefstal - Uitslag tot verbruik in lidstaat van diefstal - Geen terugbetaling van fiscale merktekens van andere lidstaat die reeds op gestolen producten zijn aangebracht)
(2008/C 51/34)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Düsseldorf
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: BATIG Gesellschaft für Beteiligungen mbH
Verwerende partij: Hauptzollamt Bielefeld
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Finanzgericht Düsseldorf — Uitlegging van richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (PB L 76, blz. 1) — Weigering van restitutie door een lidstaat van het bedrag betaald voor de afgifte van fiscale merktekens, aangebracht op tabaksproducten die vervolgens op onregelmatige wijze aan de schorsingsregeling zijn onttrokken in een andere lidstaat, met accijnsheffing door deze staat als gevolg — Diefstal van sigaretten
Dictum
Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 807/2003 van de Raad van 14 april 2003 tot aanpassing aan besluit 1999/468/EG van de bepalingen betreffende de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden die zijn vastgelegd in volgens de raadplegingsprocedure (unanimiteit) goedgekeurde besluiten van de Raad, verzet zich niet tegen een regeling van een lidstaat volgens welke het aankoopbedrag voor fiscale merktekens van deze lidstaat niet wordt terugbetaald wanneer deze merktekens op accijnsproducten werden aangebracht voor uitslag tot verbruik ervan in deze lidstaat, deze producten in een andere lidstaat werden gestolen waardoor de accijnzen in deze andere lidstaat moesten worden betaald, en niet is bewezen dat de gestolen producten niet zullen worden verkocht in de lidstaat van afgifte van deze merktekens.
(1) PB C 326 van 30.12.2006.
Full & Egal Universal Law Academy