9.5.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 116/7
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 13 maart 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Niedersächsische Finanzgericht — Duitsland) — Securenta Göttinger Immobilienanlagen und Vermögensmanagement AG/Finanzamt Göttingen
(Zaak C-437/06) (1)
(Zesde BTW-richtlijn - Belastingplichtige die tegelijkertijd, belaste of vrijgestelde, economische activiteiten en niet-economische activiteiten verricht - Recht op aftrek van betaalde voorbelasting - Kosten verbonden aan uitgifte van aandelen en atypische deelnemingen - Verdeling van betaalde voorbelasting volgens economische aard van activiteit - Berekening van pro rata voor toepassing van aftrek)
(2008/C 116/11)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Niedersächsisches Finanzgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Securenta Göttinger Immobilienanlagen und Vermögensmanagement AG
Verwerende partij: Finanzamt Göttingen
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Niedersächsisches Finanzgericht — Uitlegging van de artikelen 2, sub 1 en 17, lid 5, van de richtlijn 77/388/EEG: Zesde richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Uitgifte van aandelen en stille deelnemingen door naamloze vennootschap in verband met kapitaalverhoging — Handeling onder bezwarende titel in de zin van artikel 2, sub 1, van de richtlijn — Aftrekbaarheid van btw afhankelijk van rechtstreeks en onmiddellijk verband met onderneming van belastingplichtige — Gedeeltelijke aftrekbaarheid in de zin van artikel 17, lid 5, van de richtlijn
Dictum
1)
Wanneer een belastingplichtige zowel economische — belaste of vrijgestelde — activiteiten verricht als niet-economische activiteiten, die buiten de werkingssfeer vallen van de Zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, is de btw over de kosten verbonden aan de uitgifte van aandelen en atypische stille deelnemingen slechts aftrekbaar voor zover deze kosten kunnen worden toegerekend aan de economische activiteit van de belastingplichtige in de zin van artikel 2, lid 1, van deze richtlijn.
2)
De vaststelling van de methoden en criteria voor de verdeling van de betaalde voorbelasting tussen economische en niet-economische activiteiten in de zin van de Zesde richtlijn (77/388) behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de lidstaten, die bij de uitoefening van deze bevoegdheid rekening moeten houden met het doel en de systematiek van deze richtlijn en daarbij een berekeningsmethode moeten bepalen die objectief weergeeft welk deel van de in een eerder stadium gedane kosten werkelijk toe te rekenen is aan elk van deze twee activiteiten.
(1) PB C 326 van 30.12.2006.
Full & Egal Universal Law Academy