30.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 223/8
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 17 juli 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Köln — Duitsland) — cp-Pharma Handels GmbH/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-448/06) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Geldigheid van verordening (EG) nr. 1873/2003 - Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik - Verordening (EEG) nr. 2377/90 - Maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong - Progesteron - Beperking van gebruik - Richtlijn 96/22/EG)
(2008/C 223/11)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgericht Köln
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: cp-Pharma Handels GmbH
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Verwaltungsgericht Köln — Geldigheid van verordening (EG) nr. 1873/2003 van de Commissie van 24 oktober 2003 tot wijziging van bijlage II bij verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 275, blz. 9), voor zover hierin wordt bepaald dat progesteron als werkzame stof van diergeneeskundige geneesmiddelen enkel intravaginaal mag worden toegediend, waardoor de mogelijkheid van toediening van deze stof door middel van intramusculaire injectie wordt uitgesloten — Bevoegdheid van de Commissie om deze beperking te stellen, gelet op de artikelen 1, sub a, en 3 van verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 224, blz. 1), gelezen in samenhang met artikel 4, punt 1, van richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125, blz. 3)
Dictum
Bij onderzoek van de prejudiciële vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van verordening (EG) nr. 1873/2003 van de Commissie van 24 oktober 2003 tot wijziging van bijlage II bij verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
(1) PB C 326 van 30.12.2006.
Full & Egal Universal Law Academy