15.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/8
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 19 juni 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesvergabeamt — Oostenrijk) — pressetext Nachrichtenagentur GmbH/Republik Österreich (Bund), APA-OTS Originaltext-Service GmbH, APA AUSTRIA PRESSE AGENTUR registrierte Genossenschaft mit beschränkter Haftung
(Zaak C-454/06) (1)
(Overheidsopdrachten - Richtlijn 92/50/EEG - Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening - Begrip „plaatsen van opdracht’)
(2008/C 209/10)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesvergabeamt
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: pressetext Nachrichtenagentur GmbH
Verwerende partijen: Republik Österreich (Bund), APA-OTS Originaltext-Service GmbH, APA AUSTRIA PRESSE AGENTUR registrierte Genossenschaft mit beschränkter Haftung
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesvergabeamt — Uitlegging van artikel 82 EG, van de artikelen 3, lid 1, 8, 9 en 11, lid 3, sub b, van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor de plaatsing van overheidsopdrachten voor dienstverlening (PB L 209, blz. 1), van de artikelen 1, lid 3, en 2, lid 1, sub c, van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het gunnen van overheidsopdrachten voor diensten en voor de uitvoering van werken (PB L 395, blz. 33), alsmede van algemene beginselen van gemeenschapsrecht — Dienstverleningsovereenkomst voor onbepaalde tijd, buiten procedures voor plaatsing van overheidsopdrachten om gesloten tussen de staat en een nieuwsagentschap dat wordt aangemerkt als enig nationaal nieuwsagentschap — Overdracht, met toestemming van de aanbestedende dienst, van uitvoering van verschillende onderdelen van overeenkomst aan een vennootschap waarover de dienstverrichter zeggenschap uitoefent, alsmede andere wijzigingen van de overeenkomst, betrekking hebbende op het doen van afstand van opzeggingsmogelijkheid door de aanbestedende dienst, de vergoedingen voor de verrichte diensten en de aan de aanbestedende dienst verleende korting — Vraag of deze latere wijzigingen moeten worden gekwalificeerd als nieuwe „plaatsing van opdracht” waarvoor voorafgaande bekendmaking van de aankondiging van de opdracht was vereist
Dictum
1)
De begrippen „het plaatsen” in artikel 3, lid 1, en „geplaatst” in de artikelen 8 en 9 van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet een situatie omvatten als die in het hoofdgeding, waarin de door de oorspronkelijke dienstverrichter ten behoeve van de aanbestedende dienst verrichte diensten worden overgedragen aan een andere dienstverrichter die is opgericht in de vorm van een kapitaalvennootschap waarvan de oorspronkelijke dienstverrichter enig aandeelhouder is, die door middel van instructies de zeggenschap uitoefent over de nieuwe dienstverrichter, voor zover de oorspronkelijke dienstverrichter aansprakelijk blijft voor de naleving van de contractuele verplichtingen.
2)
De begrippen „het plaatsen” in artikel 3, lid 1, en „geplaatst” in de artikelen 8 en 9 van richtlijn 92/50 moeten aldus worden uitgelegd dat daaronder niet vallen een aanpassing van de oorspronkelijke overeenkomst aan gewijzigde externe omstandigheden, zoals de omzetting in euro's van prijzen die oorspronkelijk in de nationale munteenheid werden uitgedrukt, de minimale aanpassing van deze prijzen met het oog op de afronding ervan en de verwijzing naar een nieuwe prijsindex, die krachtens de oorspronkelijke overeenkomst in de plaats treedt van het eerder vastgestelde indexcijfer.
3)
De begrippen „het plaatsen” in artikel 3, lid 1, en „geplaatst” in de artikelen 8 en 9 van richtlijn 92/50 moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet een situatie omvatten als die in het hoofdgeding, waarin een aanbestedende dienst tijdens de geldigheidsduur van een voor onbepaalde tijd met de opdrachtnemer gesloten overeenkomst inzake dienstverrichting, met deze opdrachtnemer middels een aanvulling overeenkomt om een clausule inzake afstand van de opzegmogelijkheid die op de datum waarop de nieuwe clausule wordt overeengekomen niet meer geldt, voor drie jaar te vernieuwen, en daarbij met laatstgenoemde op een specifiek gebied hogere kortingen overeenkomt dan die welke oorspronkelijk waren voorzien voor bepaalde hoeveelheidafhankelijke prijzen.
(1) PB C 326 van 30.12.2006.
Full & Egal Universal Law Academy