CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
Y. BOT
van 3 april 2008 1(1)
Zaak C‑458/06
Skatteverket
tegen
Gourmet Classic Ltd
[verzoek van het Regeringsrätt (Zweden) om een prejudiciële beslissing]
„Richtlijn 92/83/EEG – Accijns – Alcohol – Kookwijn – Artikel 234 EG – Ontbreken van geschil – Bevoegdheid van Hof”
1. Met het onderhavige verzoek om een prejudiciële beslissing wenst het Regeringsrätt (Zweden) te vernemen of de alcohol in kookwijn als ethylalcohol in de zin van artikel 20 van richtlijn 92/83/EEG(2) moet worden aangemerkt.
2. Het bijzondere van deze zaak is dat alle partijen in het hoofdgeding het erover eens zijn dat de alcohol in kookwijn als ethylalcohol in de zin van die bepaling moet worden aangemerkt.
3. In deze zaak rijst dus de vraag van het bestaan van een geschil en daardoor van de bevoegdheid van het Hof om uitspraak te doen over de prejudiciële vraag.
4. In de onderhavige conclusie zal ik uiteenzetten waarom ik van mening ben dat het Hof niet bevoegd is om uitspraak te doen over die prejudiciële vraag.
I – Toepasselijke bepalingen
A – Gemeenschapsrecht
5. Richtlijn 92/83 beoogt de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken en met name de vaststelling, voor alle betrokken producten, van gemeenschappelijke definities die gebaseerd zijn op die van de gecombineerde nomenclatuur die van kracht was op de datum waarop deze richtlijn is vastgesteld.(3)
6. In artikel 20 van richtlijn 92/83 wordt ethylalcohol omschreven als:
„– alle producten van de GN-[posten] 2207 en 2208[(4)] met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol, ook wanneer deze producten bestanddeel zijn van een product uit een ander hoofdstuk van de gecombineerde nomenclatuur,
– producten van de GN-[posten] 2204, 2205 en 2206[(5)] met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 22 % vol,
– drinkbare gedistilleerde dranken die producten al dan niet in oplossing bevatten. [...]”
7. Bovendien wordt in artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 bepaald dat de lidstaten vrijstelling van de geharmoniseerde accijns verlenen voor producten die ethylalcohol bevatten, wanneer die producten „rechtstreeks of als bestanddeel van een halffabricaat worden aangewend voor de productie van levensmiddelen, gevuld of anderszins, waarvan het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product voor chocola, en 5 liter absolute alcohol per 100 kilogram product voor andere producten”.
B – Nationaal recht
8. Ingevolge § 1, lid 1, van de Zweedse wet op alcoholaccijns (lagen om alkoholskatt)[(6)], waarbij richtlijn 92/83 in nationaal recht is omgezet, is alcoholaccijns verschuldigd over bier, wijn en andere gegiste dranken, tussenproducten en ethylalcohol.
9. Volgens § 3 LAS is wijn die valt onder de GN‑posten 2204 en 2205 aan accijns onderworpen, indien de alcohol alleen door gisting is verkregen en het alcoholvolumegehalte meer dan een aldaar genoemd percentage bedraagt.
10. Met betrekking tot ethylalcohol wordt in § 6 LAS bepaald dat accijns verschuldigd is over de producten van de GN-posten 2207 en 2208 met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol, ook wanneer deze producten bestanddeel zijn van een product uit een ander hoofdstuk van de gecombineerde nomenclatuur.
11. In § 7, lid 1, sub 5, LAS wordt echter bepaald dat geen accijns verschuldigd is over producten die rechtstreeks of als bestanddeel van een halffabricaat worden aangewend voor de productie van levensmiddelen, gevuld of anderszins, waarvan het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kg product voor chocola, en 5 liter absolute alcohol per 100 kg product voor andere producten.
II – Feiten en hoofdgeding
12. Gourmet Classic Ltd (hierna: „Gourmet Classic”) is een Britse onderneming die in Zweden kookwijn op de markt wil brengen.
13. Alvorens haar product op de markt te brengen heeft Gourmet Classic het advies van de Skatterättsnämnd (Zweedse commissie voor fiscale vraagstukken) ingewonnen om door deze instantie te laten bevestigen dat haar kookwijn niet aan accijns is onderworpen. Volgens haar valt kookwijn immers onder de vrijstelling waarin artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83 voorziet.
14. De betrokken kookwijn is een mengsel van ongeveer 40 procent gewone rode of witte wijn en ongeveer 60 procent alcoholvrije wijn, waaraan een geringe hoeveelheid zout is toegevoegd. Het alcoholvolumegehalte van deze kookwijn bedraagt 4,8 liter absolute alcohol per 100 kg bereid product.
15. HM Customs and Excise, Tariff and Statistical Office (Britse belastingadministratie) heeft Gourmet Classic laten weten dat haar kookwijn onder GN‑postonderverdeling 2103 9090 89 valt.
16. In de procedure voor de Skatterättsnämnd heeft Skatteverket (Zweedse belastingadministratie) opmerkingen ingediend en betoogd dat de door Gourmet Classic verkochte kookwijn weliswaar aan de alcoholbelasting is onderworpen, maar onder de vrijstelling valt waarin § 7, lid 1, sub 5, LAS voorziet.
17. Volgens Skatteverket mag dus geen accijns worden geheven over de door Gourmet Classic verkochte kookwijn.
18. De Skatterättsnämnd heeft in haar advies de aanbeveling van Skatteverket gevolgd.
19. Daarop heeft Skatteverket hoger beroep ingesteld bij het Regeringsrätt om door dit laatste het advies van de Skatterättsnämnd te laten bevestigen. Gourmet Classic heeft verklaard dat zij het eens is met de Skatterättsnämnd.
20. Het Regeringsrätt is van mening dat het slechts uitspraak kan doen nadat het toelichting heeft gekregen over de gegrondheid van de conclusie dat moet worden aangenomen dat de kookwijn ethylalcohol bevat in de zin van richtlijn 92/83.
III – Prejudiciële vraag
21. Het Regeringsrätt heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende vraag voorgelegd:
„Moet de alcohol in kookwijn worden ingedeeld als ethylalcohol in de zin van artikel 20, eerste streepje, van richtlijn [92/83]?”
IV – Bespreking
22. In haar bij het Hof ingediende opmerkingen heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen betoogd dat het Hof geen uitspraak dient te doen over de prejudiciële vraag van het Regeringsrätt.
23. Volgens haar blijkt uit het feit dat Skatteverket de verwijzende rechter niet om herziening maar om bevestiging van het advies van de Skatterättsnämnd heeft gevraagd, dat er geen geschil bestaat tussen de partijen in het hoofdgeding. De Commissie wijst er ook op dat alle partijen het erover eens zijn dat de kookwijn is vrijgesteld van elke alcoholbelasting.
24. De Commissie verwijst naar het arrest van 16 december 1981, Foglia(7), waarin het Hof heeft benadrukt dat artikel 234 EG hem niet opdraagt rechtsgeleerde adviezen over algemene of hypothetische vraagstukken te formuleren, maar bij te dragen aan een goede rechtsbedeling in de lidstaten.(8)
25. Zij voegt daar, nog steeds onder verwijzing naar het arrest Foglia, aan toe dat het Hof niet bevoegd is om te antwoorden op een vraag om uitlegging als die welke in het hoofdgeding is gesteld, omdat die vraag is gesteld in het kader van een procedurele constructie die door de partijen is opgezet om het Hof ertoe te brengen zijn standpunt te bepalen over een aantal punten van gemeenschapsrecht die niet objectief noodzakelijk zijn voor de beslechting van een geschil.
26. Net als de Commissie ben ik van mening dat het Hof niet bevoegd is om te antwoorden op de vraag van het Regeringsrätt.
27. De procedure van artikel 234 EG is een instrument van de samenwerking tussen het Hof van Justitie en de nationale rechterlijke instanties.(9) Het verzoek om een prejudiciële beslissing biedt de nationale rechter die twijfelt over de uitlegging van een gemeenschapsregeling, de mogelijkheid om het Hof vragen te stellen teneinde een antwoord te krijgen dat hij nodig heeft voor de beslechting van een geschil.
28. In het kader van artikel 234 EG staat het weliswaar aan de aangezochte nationale rechter om te beoordelen of een prejudiciële vraag noodzakelijk en relevant is, doch het staat aan het Hof om in voorkomend geval ter toetsing van zijn eigen bevoegdheid een onderzoek in te stellen naar de omstandigheden waaronder het is aangezocht.(10)
29. Aldus kan het Hof genoodzaakt zijn na te gaan of het verzoek afkomstig is van een rechterlijke instantie van een lidstaat(11), waarbij een geding aanhangig is(12), en die van mening is dat zij een beslissing van het Hof nodig heeft voor het wijzen van haar vonnis.(13)
30. De procedure voor de Skatterättsnämnd is een bijzondere procedure. Deze instantie heeft tot taak prealabele adviezen te geven in zaken die met name betrekking hebben op belastingplichtigen in hun fiscale betrekkingen met de overheid.(14) Wanneer een belastingplichtige een verzoek indient bij de Skatterättsnämnd, kan Skatteverket opmerkingen indienen over de belasting op de betrokken handeling.
31. De Skatterättsnämnd geeft dan een advies over de wijze waarop de aan haar voorgelegde vraag moet worden beantwoord bij het heffen van belasting over de betrokken handeling. Tegen dat advies kan de verzoeker en/of Skatteverket beroep instellen bij het Regeringsrätt.(15)
32. In het reeds aangehaalde arrest Victoria Film heeft Hof geoordeeld dat het niet bevoegd is om uitspraak te doen over prejudiciële vragen van de Skatterättsnämnd op grond dat deze een in wezen administratieve functie heeft. Daarbij heeft het eraan herinnerd dat de nationale rechter alleen bevoegd is tot verwijzing naar het Hof, indien bij hem een geding aanhangig is gemaakt en hij uitspraak moet doen in het kader van een procedure die moet uitmonden in een beslissing die de kenmerken vertoont van een rechterlijke uitspraak.(16)
33. In datzelfde arrest heeft het Hof daar echter aan toegevoegd dat, wanneer de belastingplichtige of Skatteverket beroep instelt tegen het prealabele advies, het Regeringsrätt, dat van dat beroep kennis neemt, kan worden aangemerkt als een instantie die in de zin van artikel 234 EG een rechterlijke functie uitoefent, te weten het toetsen van de wettigheid van een handeling die de door een belastingplichtige te betalen belasting regelt.(17)
34. Het lijdt dus geen enkele twijfel dat het Regeringsrätt een nationale rechterlijke instantie is in de zin van artikel 234 EG.
35. In het hoofdgeding is mijns inziens echter niet voldaan aan de voorwaarde dat bij de nationale rechterlijke instantie een geding aanhangig is.
36. Allereerst zij erop gewezen dat „geding” wordt omschreven als een betwisting die aanleiding geeft tot een proces, met dien verstande dat onder betwisting wordt verstaan een geschil.(18)
37. Nog steeds met betrekking tot de voorwaarde dat een geding aanhangig is, heeft het Hof zich reeds onbevoegd verklaard in een geval waarin het geschil door de partijen was geconstrueerd om van het Hof een advies te krijgen over een algemene of hypothetische vraag(19) of waarin de aanspraken van de verzoeker in het hoofdgeding waren gehonoreerd nadat de nationale rechter het Hof om een prejudiciële beslissing had verzocht.(20)
38. In die gevallen heeft het Hof geoordeeld dat er geen echt geding was of dat het geding waarin de prejudiciële vraag was gerezen, niet meer bestond omdat er geen betwistingen meer waren tussen de partijen.
39. Vaststaat echter dat in het hoofdgeding alle partijen, te weten Gourmet Classic, de Skatterättsnämnd en Skatteverket, het eens zijn over de oplossing die moet worden gekozen.
40. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt immers dat Gourmet Classic de Skatterättsnämnd heeft gevraagd om bevestiging van haar stelling dat over de kookwijn geen alcoholaccijns wordt geheven omdat deze valt onder de vrijstelling van artikel 27, lid 1, sub f, van richtlijn 92/83, die is overgenomen in § 7, lid 1, sub 5, LAS.(21)
41. In de onderhavige zaak heeft Skatteverket voor de Skatterättsnämnd betoogd dat de kookwijn inderdaad in aanmerking komt voor de vrijstelling waarin laatstgenoemde bepaling voorziet.(22)
42. Bovendien heeft de Skatterättsnämnd in zijn advies de opmerkingen van de twee partijen gevolgd.(23)
43. In punt 22 van zijn verwijzingsbeslissing voegt het Regeringsrätt daar bovendien aan toe dat de partijen in het hoofdgeding het erover eens zijn dat geen alcoholaccijns moet worden geheven.
44. Uit een en ander blijkt duidelijk dat er geen geschil is tussen de partijen en dat bij de nationale rechterlijke instantie dus geen geding aanhangig is.
45. Het is niet de eerste keer dat het Regeringsrätt het Hof een vraag stelt in een bij hem aanhangig geding over een advies van de Skatterättsnämnd.(24) In deze eerdere zaken heeft het Hof overeenkomstig zijn rechtspraak in het reeds aangehaalde arrest Victoria Film verklaard dat het bevoegd was om uitspraak te doen over de prejudiciële vragen van het Regeringsrätt.
46. In die zaken was bij het Regeringsrätt immers beroep ingesteld tegen een prealabel advies van de Skatterättsnämnd en diende het Regeringsrätt het geschil te beslechten bij wege van een beslissing die de kenmerken vertoont van een rechterlijke uitspraak.(25)
47. Anders dan in de onderhavige zaak was er een betwisting over het advies van de Skatterättsnämd die tot een geding had geleid.
48. In het arrest van 9 februari 1995, Leclerc‑Siplec(26), heeft het Hof zich bevoegd verkaard ofschoon de verweerster in het hoofdgeding hetzelfde standpunt had verdedigd als de verzoekster.(27)
49. Opgemerkt zij echter dat er in de zaak die tot het reeds aangehaalde arrest Leclerc‑Siplec heeft geleid, in het begin van de procedure in het hoofdgeding een echt geschil bestond tussen de partijen. De vennootschappen TF1 Publicité en M6 Publicité hadden namelijk geweigerd, een reclameboodschap betreffende de verkoop van motorbrandstof in de Leclerc-supermarkten uit te zenden. Daarop had Société d’importation Édouard Leclerc-Siplec die twee vennootschappen voor het Tribunal de commerce de Paris (Frankrijk) gedaagd.(28)
50. In de onderhavige zaak ligt aan de procedure geen geschil tussen de partijen ten grondslag, maar een verzoek om bevestiging van een advies waarover alle partijen het eens zijn. Het bijzondere van de procedure in het hoofdgeding is dat Skatteverket beroep kan instellen tegen een advies van de Skatterättsnämnd met het enkele doel, bevestiging van dat advies te vragen.
51. In de onderhavige zaak gaat het dus niet om een fictief of geconstrueerd geschil zoals in de zaken die aanleiding hebben gegeven tot het arrest Foglia, reeds aangehaald, of tot het arrest van 21 januari 2003, Bacardi‑Martini en Cellier des Dauphins(29), maar om een verzoek om bevestiging van een advies zonder enig geschil.
52. In haar verzoek om een prejudiciële beslissing verklaart de verwijzende rechterlijke instantie immers dat zij is aangezocht om „jurisprudentie te scheppen” over de vrijstelling van accijns voor kookwijn en daaraan een algemene strekking te geven.
53. Met andere woorden, deze rechterlijke instantie vraagt het Hof om een advies.
54. In zijn arrest van 16 juli 1992, Meilicke(30), heeft het Hof echter gepreciseerd dat de geest van samenwerking die het verloop van de prejudiciële procedure moet beheersen, impliceert dat de verwijzende rechter oog heeft voor de aan het Hof opgedragen taak.(31) Deze taak bestaat er niet in, adviezen te formuleren, maar te voorzien in een werkelijke behoefte met het oog op de beslechting van een geschil.(32)
55. Door te aanvaarden dat het Hof bevoegd is in een geval als het onderhavige, zou worden voorbijgegaan aan het doel van artikel 234 EG en aan de voorwaarden dat, om het Hof op grond van dit artikel te kunnen aanzoeken, er een geding moet bestaan en het antwoord op de prejudiciële vraag nodig moet zijn voor de beslechting van een echt geschil.
56. Daarbij komt dat, zelfs al zou het Regeringsrätt uiteindelijk een ander standpunt innemen dan de Skatterättsnämnd en alle partijen in het hoofdgeding, Gourmet Classic in voorkomend geval voor de nationale rechter kan opkomen tegen het besluit waarbij haar invoerrechten worden opgelegd, en die rechter dan in het kader van een echt geschil het Hof een vraag kan voorleggen over de draagwijdte van artikel 20 van richtlijn 92/83.
57. Gelet op al deze elementen ben ik van mening dat het Hof niet bevoegd is om uitspraak te doen op de vraag van het Regeringsrätt.
V – Conclusie
58. Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging te verklaren dat het niet bevoegd om uitspraak te doen over de prejudiciële vraag van het Regeringsrätt.
1 – Oorspronkelijke taal: Frans.
2 – Richtlijn van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken (PB L 316, blz. 21).
3 – Zie tweede en derde overweging van de considerans van die richtlijn.
4 – Volgens verordening (EEG) nr. 2587/91 van de Commissie van 26 juli 1991 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 259, blz. 1), die van kracht was op de datum van inwerkingtreding van richtlijn 92/83, namelijk 31 december 1992, betreft tariefpost GN 2207 „[e]thylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 80 % vol of meer; ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte” en tariefpost GN 2208 „[e]thylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten; samengestelde alcoholische preparaten van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken”.
5 – Volgens verordening nr. 2587/91 betreffen deze tariefposten respectievelijk „[w]ijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen; druivenmost, andere dan bedoeld bij post 2009”, „[v]ermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen” en, ten slotte, „[a]ndere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honigdrank); mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen”.
6 – SES 1994, nr. 1564; hierna: „LAS”.
7 – 244/80, Jurispr. blz. 3045.
8 – Punt 18.
9 – Zie met name arrest van 20 januari 2005, García Blanco (C‑225/02, Jurispr. blz. I‑523, punt 26).
10 – Zie met name arrest van 15 juni 1995, Zabala Erasun e.a. (C‑422/93–C‑424/93, Jurispr. blz. I‑1567, punten 13‑17 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
11 – Zie met name arrest van 31 mei 2005, Syfait e.a. (C‑53/03, Jurispr. blz. I‑4609, punt 21).
12 – Zie arrest van 21 april 1988, Pardini (338/85, Jurispr. blz. 2041, punten 10 en 11).
13 – Zie arresten Zabala Erasun e.a., reeds aangehaald (punten 28 en 29 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en García Blanco, reeds aangehaald (punten 27 en 28); arresten van 20 januari 2005, Salgado Alonso (C‑306/03, Jurispr. blz. I‑705, punten 41 en 42), en 15 juni 2006, Acereda Herrera (C‑466/04, Jurispr. blz. I‑5341, punt 49).
14 – Zie punt 10 van de conclusie van advocaat-generaal Fennelly in de zaak die heeft geleid tot het arrest van 12 november 1998, Victoria Film (C‑134/97, Jurispr. blz. I‑7023).
15 – Ibidem.
16 – Punten 14 en 15.
17 – Punten 18 en 19. Zie ook arrest van 18 november 1999, X en Y (C‑200/98, Jurispr. blz. I‑8261, punten 16 en 17).
18 – Zie Le Petit Robert – Dictionnaire de la langue française, Dictionnaires Le Robert, Parijs, 2004.
19 – Zie arrest Foglia, reeds aangehaald.
20 – Zie arrest García Blanco, reeds aangehaald (punten 29‑31).
21 – Zie punt 11 van de verwijzingsbeslissing.
22 – Ibidem (punt 12).
23 – Ibidem (punt 13).
24 – Zie met name arrest van 29 maart 2007, Aktiebolaget NN (C‑111/05, Jurispr. blz. I‑2697), en beschikking van 10 mei 2007, A en B (C‑102/05, Jurispr. blz. I‑3871).
25 – Cursivering van mij.
26 – C‑412/93, Jurispr. blz. I‑179.
27 – Punten 3, 14 en 15.
28 – Punten 2 en 3.
29 – C‑318/00, Jurispr. blz. I‑905.
30 – C‑83/91, Jurispr. blz. I‑4871.
31 – Punt 25
32 – Arrest Foglia, reeds aangehaald (punten 18 en 20).
Full & Egal Universal Law Academy