Zaak C‑181/06
Deutsche Lufthansa AG
tegen
ANA – Aeroportos de Portugal SA
(verzoek van het Tribunal Administrativo e Fiscal do Porto om een prejudiciële beslissing)
„Luchtvervoer – Luchthavens – Grondafhandeling – Heffing van vergoeding voor administratieve grondafhandeling en supervisie”
Samenvatting van het arrest
Vervoer – Luchtvervoer – Toegang tot grondafhandelingsmarkt op luchthavens van Gemeenschap
(Richtlijn 96/67 van de Raad, art. 16, lid 3, en bijlage, punt 1)
Het gemeenschapsrecht verzet zich tegen een nationale regeling waarin is bepaald dat door de verlener van grondafhandelingsdiensten aan de luchthavenbeheerder een vergoeding voor administratieve grondafhandeling en supervisie moet worden betaald, tenzij de vergoeding voor administratieve grondafhandeling en supervisie verschuldigd is als tegenprestatie voor alle of een gedeelte van de diensten die zijn omschreven in punt 1 van de bijlage bij richtlijn 96/67 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap, en geen tweede heffing over reeds middels een andere vergoeding of heffing beloonde diensten vormt. In het geval dat, na onderzoek door de verwijzende rechter, blijkt dat de betrokken vergoeding een vergoeding voor toegang tot de luchthavenvoorzieningen vormt, staat het aan die rechter om te toetsen of de betrokken vergoeding voldoet aan de criteria van relevantie, objectiviteit, transparantie en non-discriminatie als bedoeld in artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67.
(cf. punt 29 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)
5 juli 2007 (*)
„Luchtvervoer – Luchthavens – Grondafhandeling – Heffing van vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie”
In zaak C‑181/06,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Tribunal Administrativo e Fiscal do Porto (Portugal) bij beslissing van 7 maart 2006, ingekomen bij het Hof op 7 april 2006, in de procedure
Deutsche Lufthansa AG
tegen
ANA – Aeroportos de Portugal SA,
in tegenwoordigheid van:
Ministério Público,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, P. Kūris (rapporteur), J. Makarczyk, L. Bay Larsen en J.‑C. Bonichot, rechters,
advocaat-generaal: J. Mazák,
griffier: M. Ferreira, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 8 februari 2007,
gelet op de opmerkingen van:
– Deutsche Lufthansa AG, vertegenwoordigd door A. Moura Portugal, advogado,
– de Portugese regering, vertegenwoordigd door L. Fernandes en M. J. Viegas als gemachtigden;
– de Griekse regering, vertegenwoordigd door K. Georgiadis en Z. Chatzipavlou als gemachtigden,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J. R. Vidal Puig, S. Noe en P. Guerra e Andrade als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 april 2007,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de artikelen 6 en 16, lid 3, van richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap (PB L 272, blz. 36).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geschil tussen Deutsche Lufthansa AG (hierna: „Lufthansa”) en ANA – Aeroportos de Portugal SA (hierna: „ANA”) over de heffing en invordering door ANA van vergoedingen voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie.
Toepasselijke bepalingen
Gemeenschapsregeling
3 Artikel 6, lid 1, van richtlijn 96/67 luidt als volgt:
„De lidstaten nemen overeenkomstig de voorschriften van artikel 1 de noodzakelijke maatregelen om de verleners van grondafhandelingsdiensten vrije toegang tot de markt voor de verlening van grondafhandelingsdiensten aan derden te waarborgen.
De lidstaten kunnen eisen dat de verleners van grondafhandelingsdiensten in de Gemeenschap zijn gevestigd.”
4 Artikel 16, lid 3, van deze richtlijn bepaalt:
„Wanneer voor de toegang tot de luchthavenvoorzieningen een vergoeding moet worden betaald, wordt deze vastgesteld op basis van relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.”
5 In de bijlage bij deze richtlijn is bepaald:
„Administratieve grondafhandeling en supervisie omvat:
1.1. vertegenwoordiging bij en contacten met de plaatselijke autoriteiten of enige andere persoon, het verrichten van betalingen voor rekening van de gebruiker en verstrekking van ruimten voor diens vertegenwoordigers;
1.2. toezicht op de belading, berichten en telecommunicatie;
1.3. verwerking, opslag, behandeling en administratie van de vracht;
1.4. elke andere supervisiedienst voor, gedurende of na de vlucht en elke andere door de gebruiker gevraagde administratieve dienst.”
Nationale regeling
6 Decreto-lei nr. 102/90 van 21 maart 1990, zoals gewijzigd bij decreto-lei nr. 280/99 van 26 juli 1999 (Diário da Republica I, serie A, nr. 172 van 26 juli 1999, blz. 4678; hierna: „decreto-lei nr. 280/99”), specificeert welke vergoedingen kunnen worden geheven voor het verrichten van activiteiten op het luchthaventerrein en artikel 18, lid 2, daarvan bepaalt dat op het door ANA beheerde openbare luchthaventerrein het bedrag van de heffingen voor grondafhandeling door ANA wordt vastgesteld, na voorafgaande goedkeuring door het Nationale Burgerluchtvaartinstituut.
7 Artikel 3 van decreto regulamentar (uitvoeringsbesluit) nr. 12/99 van 30 juli 1999 (Diário da Republica I, serie B, nr. 176 van 30 juli 1999, blz. 4922) bepaalt:
„Ingevolge artikel 17 van decreto-lei nr. 102/90 van 21 maart 1990 en voor de toepassing van artikel 18 daarvan, worden de daarin voorziene vergoedingen, naar de aard van de diensten en de verrichte activiteiten, ingedeeld in:
a) verkeersvergoedingen;
b) grondafhandelingsvergoedingen (‚handling’);
c) vergoedingen voor gebruik van terrein;
d) andere vergoedingen van commerciële aard.”
8 De grondafhandelingsvergoedingen zijn geregeld in de artikelen 10 e.v. van decreto regulamentar nr. 12/99. Er bestaan elf van deze vergoedingen.
9 Artikel 10 van dit decreto regulamentar luidt als volgt:
„Grondafhandelingsvergoedingen zijn verschuldigd voor de uitoefening van elke activiteit die deel uitmaakt van de diensten die voorkomen op de lijst in bijlage I bij decreto-lei nr. 275/99 van 23 juli 1999, volgens de volgende modaliteiten:
1) de vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie is verschuldigd door de dienstverleners en wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.
2) De vergoeding voor ‚passagiersafhandeling’ is verschuldigd door de dienstverleners en de gebruikers van een luchthaven of een luchtvaartterrein die voor zelfafhandeling zorgen; zij wordt vastgesteld per tijdvak of per gedeelte van dagen of van maanden, en per loket voor toelating en registratie van de passagiers (‚check-in’).
3) De vergoeding voor ‚bagageafhandeling’ is verschuldigd door de dienstverleners en de gebruikers van een luchthaven of een luchtvaartterrein die voor zelfafhandeling zorgen; zij wordt vastgesteld per tijdvak of per gedeelte van dagen of van maanden, en per loket voor toelating en registratie van de passagiers (check-in), of per verwerkt stuk bagage.
4) De vergoeding voor ‚vracht‑ en postafhandeling’ is verschuldigd door:
a) de gebruikers van een luchthaven of een luchtvaartterrein die voor zelfafhandeling zorgen; zij wordt vastgesteld per eenheid verricht verkeer,
b) de dienstverleners; zij wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.
5) De vergoeding voor ‚platformafhandeling’ is verschuldigd door:
a) de gebruikers van een luchthaven of een luchtvaartterrein die voor zelfafhandeling zorgen; zij wordt vastgesteld per eenheid verricht verkeer,
b) de dienstverleners; zij wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.
6) De vergoeding voor ‚vliegtuigservicing’ is verschuldigd door de dienstverleners en wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.
7) De vergoeding voor ‚brandstof‑ en olielevering’ is verschuldigd door de dienstverleners en wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet of per hectoliter brandstof, en per verstrekte liter olie, in welk geval delen daarvan naar boven worden afgerond.
8) De vergoeding voor ‚lijnonderhoud’ is verschuldigd door de dienstverleners en wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.
9) De vergoeding voor ‚vluchtafhandeling en administratie van cabinepersoneel’ is verschuldigd door de dienstverleners en wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.
10) De vergoeding voor ‚grondtransportafhandeling’ is verschuldigd door de dienstverleners en wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.
11) De vergoeding voor ‚catering’ is verschuldigd door de dienstverleners en wordt vastgesteld op basis van een percentage van de omzet.”
10 Artikel 11 van dat decreto luidt:
„Naar gelang van de periode van gebruik, de diensteenheid of de verwerkte fysieke eenheid mag van de gebruikers van alle voor de uitoefening van grondafhandelingsactiviteiten gecentraliseerd verklaarde infrastructuren van de luchthavens of luchtvaartterreinen een gedifferentieerde vergoeding worden geheven.”
Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen
11 Lufthansa, een vennootschap naar Duits recht, met een op de luchthaven van Lissabon (Portugal) gevestigd filiaal, heeft voor de rechter beroep ingesteld tegen de heffing en invordering door ANA van vergoedingen voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie.
12 ANA heeft Lufthansa een vergunning verleend om grondhandelingsactiviteiten uit te oefenen op de Francisco Sá Carneiro luchthaven te Porto. Bijgevolg moest Lufthansa een vergoeding van 22 164 PTE (110,55 EUR), belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, betalen.
13 Lufthansa betoogt voor de nationale rechter dat de nationale bepalingen, te weten artikel 10, lid 1, van decreto regulamentar nr. 12/99, en artikel 18, lid 2, van decreto-lei nr. 280/99 in strijd zijn met richtlijn 96/67.
14 Het Tribunal Administrativo e Fiscal do Porto heeft besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof te verzoeken om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:
„1) Kan het bedrag dat op grond van artikel 10, lid 1, van decreto regulamentar nr. 12/99 [...] moet worden betaald als heffing voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie worden beschouwd als een vergoeding ‚op basis van relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria’ in de zin van artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67?
2) Vormt de heffing van een bepaald bedrag als vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie, op grond van artikel 10, lid 1, van decreto regulamentar nr. 12/99, artikel 18, lid 2, van [...] decreto-lei nr. 280/99 [...] en overige bepalingen ter vaststelling van het bedrag van deze vergoeding, een hinderpaal voor of een inbreuk op de in artikel 6 van richtlijn 96/67 verplicht gestelde vrije toegang tot de markt voor de verlening van grondafhandelingsdiensten aan derden?
3) Vormt de heffing van een bepaald bedrag als vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie, op grond van artikel 10, lid 1, van decreto regulamentar nr. 12/99, artikel 18, lid 2, van [...] decreto-lei 280/99 [...] en overige bepalingen ter vaststelling van het bedrag van deze vergoeding, een hinderpaal voor of een inbreuk op de totstandkoming van de interne markt en de in artikel 3, lid 1, sub c, EG en artikel 4 EG genoemde beginselen?
4) Kan de heffing van een bepaald bedrag als vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie, op grond van artikel 10, lid 1, van decreto regulamentar nr. 12/99, artikel 18, lid 2, van [...] decreto-lei nr. 280/99 [...] en overige bepalingen ter vaststelling van het bedrag van deze heffing, worden beschouwd als misbruik in de zin van artikel 82 EG?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
15 Vooraf dient in herinnering te worden gebracht dat richtlijn 96/67 ingevolge artikel 1, leden 1, sub c, en 2, daarvan met ingang van 1 januari 1999 uitsluitend van toepassing is op luchthavens met een jaarlijkse verkeersomvang van ten minste 3 miljoen passagiersbewegingen of 75 000 ton vracht, of die in de periode van zes maanden vóór 1 april of 1 oktober van het voorgaande jaar een verkeersomvang van ten minste 2 miljoen passagiersbewegingen of 50 000 ton vracht hebben geregistreerd. Met ingang van 1 januari 2001 is deze richtlijn van toepassing op elke luchthaven die zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt, voor commercieel verkeer is opengesteld en een verkeersomvang heeft van ten minste 2 miljoen passagiersbewegingen of 50 000 ton vracht.
16 Uit de door de verwijzende rechter beschreven feiten blijkt evenwel niet duidelijk of de luchthaven van Porto bovengenoemde drempels voor 2005 heeft gehaald. Indien dit niet het geval is, valt die luchthaven pas per 1 januari 2006 binnen de werkingssfeer van richtlijn 96/67. De door Lufthansa betwiste heffing en invordering lijkt echter betrekking te hebben op het jaar 2000.
17 Het staat dus aan de verwijzende rechter om zich er vooraf van te vergewissen of richtlijn 96/67 van toepassing is op de feiten in het hoofdgeding.
Eerste en de tweede vraag
18 Met zijn eerste twee vragen, die tezamen dienen te worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of de artikelen 6 en 16, lid 3, van richtlijn 96/67 zich verzetten tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, waarin is bepaald dat door de verlener van grondafhandelingsdiensten aan de luchthavenbeheerder een vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie moet worden betaald.
19 Het Hof heeft geoordeeld dat de luchthavenbeheerder blijkens zowel de vijfentwintigste overweging van de considerans van richtlijn 96/67 als artikel 16, leden 1 en 3, daarvan een vergoeding mag verlangen als tegenprestatie voor toegang tot de luchthavenvoorzieningen. Deze moeten worden opgevat als de door de luchthaven ter beschikking gestelde infrastructuur en uitrusting. Het Hof heeft evenwel ook geoordeeld dat die beheerder niet naast een vergoeding voor het gebruik van de luchthavenvoorzieningen een vergoeding voor toegang tot de grondafhandelingsmarkt mag verlangen (zie in die zin arrest van 16 oktober 2003, Flughafen Hannover-Langenhagen, C‑363/01, Jurispr. blz. I‑11893, punten 37‑40 alsmede 44 en 60).
20 In de eerste plaats moet worden onderzocht of een vergoeding als de vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie die in het hoofdgeding aan de orde is, moet worden aangemerkt als een vergoeding die verschuldigd is als tegenprestatie voor toegang tot de luchthavenvoorzieningen.
21 De Portugese regering betoogt dat die vergoeding wordt verlangd als tegenprestatie voor het verstrekken van een openbare luchthavendienst ter ondersteuning van de burgerluchtvaart en voor de terbeschikkingstelling van publiek domein waarvoor ANA de goede gebruiksvoorwaarden moet verzekeren.
22 Ter terechtzitting hebben de Portugese autoriteiten enerzijds gepreciseerd dat de inhoud van de vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie als bedoeld in decreto regulamentar nr. 12/99 niet verschilde van de in de bijlage bij richtlijn 96/67 genoemde vergoeding en in geen geval een tweede heffing op diensten vormde waarvoor in datzelfde decreto regulamentar reeds een vergoeding is voorzien.
23 Anderzijds hebben deze autoriteiten, voor het eerst, vermeld dat onder daadwerkelijk gebruik van publiek domein in concreto moest worden begrepen het verbruik van water en elektriciteit alsmede de kosten van schoonmaak en beveiliging.
24 In dit verband staat het aan de verwijzende rechter om de tegenprestaties voor de vergoeding die in het hoofdgeding aan de orde is, te onderzoeken met het oog op de definitie van administratieve grondafhandeling en van supervisie in punt 1 van de bijlage bij richtlijn 96/67. Indien deze vergoeding dan verschuldigd is voor alle of een gedeelte van deze diensten en geen tweede heffing vormt over diensten waarvoor reeds middels een andere vergoeding of heffing wordt betaald, kan zij worden aangemerkt als een vergoeding voor toegang tot de luchthavenvoorzieningen en niet als een vergoeding voor toegang tot de grondafhandelingsmarkt.
25 Hoe dan ook dient in de tweede plaats te worden onderzocht of de betrokken vergoeding voldoet aan de criteria van artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67.
26 Wat de criteria van relevantie en objectiviteit betreft, staat het aan de verwijzende rechter om te onderzoeken wat het verband is tussen de door ANA te dragen functioneringskosten en de hoogte van de vergoeding die wordt vastgesteld als percentage van de omzet van Lufthansa op de luchthaven Francisco Sá Carneiro van Porto.
27 Aan het criterium van transparantie kan slechts zijn voldaan indien in de nationale voorschriften duidelijk is vastgesteld welke diensten ANA verricht en nauwkeurig is omschreven hoe die vergoeding wordt berekend.
28 Met betrekking tot het criterium van non-discriminatie ten slotte, staat weliswaar vast dat de betrokken vergoeding slechts verschuldigd is door de verleners van grondafhandelingsdiensten, hoewel zowel deze dienstverleners als de gebruikers die voor zelfafhandeling zorgen, dezelfde luchthavenvoorzieningen gebruiken, doch is even duidelijk dat indien de enige rechtvaardiging voor een dergelijk verschil in behandeling is ontleend aan het feit dat die dienstverleners winst maken, dit verschil als discriminerend moet worden aangemerkt.
29 Gelet op het voorgaande dient op de eerste en de tweede vraag te worden geantwoord dat het gemeenschapsrecht zich verzet tegen een nationale regeling als die van artikel 10, lid 1, van decreto regulamentar nr. 12/99 en artikel 18, lid 2, van decreto-lei nr. 280/99, tenzij de in deze regeling bedoelde vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie verschuldigd is als tegenprestatie voor alle of een gedeelte van de in punt 1 van de bijlage bij richtlijn 96/67 omschreven diensten en geen tweede heffing over reeds middels een andere vergoeding of heffing beloonde diensten vormt. In het geval dat, na onderzoek door de verwijzende rechter, blijkt dat de betrokken vergoeding een vergoeding voor toegang tot de luchthavenvoorzieningen vormt, staat het aan die rechter om te toetsen of de betrokken vergoeding voldoet aan de criteria van relevantie, objectiviteit, transparantie en non-discriminatie als bedoeld in artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67.
Derde vraag
30 Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of de heffing van de vergoeding die in het hoofdgeding aan de orde is, in strijd is met de artikelen 3 EG en 4 EG.
31 In dit verband kan worden volstaan met vast te stellen dat de artikelen 3 EG en 4 EG de gebieden en de doelstellingen voor het optreden van de Europese Gemeenschap omschrijven en geen verplichtingen ten laste van de lidstaten of openbare of particuliere lichamen bevatten (zie in die zin arrest van 3 oktober 2000, Echirolles Distribution, C‑9/99, Jurispr. blz. I‑8207, punt 22). Aangezien dit optreden nader is bepaald in andere delen van het EG-Verdrag en in de communautaire uitvoeringshandelingen, zoals richtlijn 96/67, behoeft aan de verwijzende rechter enkel een antwoord te worden gegeven met betrekking tot deze richtlijn.
Vierde vraag
32 Met zijn vierde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of de heffing van de vergoeding die in het hoofdgeding aan de orde is, als misbruik in de zin van artikel 82 EG kan worden aangemerkt.
33 Volgens vaste rechtspraak moeten verwijzingsbeslissingen de precieze redenen vermelden waarom de verwijzende rechter twijfelt over de uitlegging van het gemeenschapsrecht en het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof noodzakelijk acht (zie beschikking van 28 juni 2000, Laguillaumie, C‑116/00, Jurispr. blz. I‑4979, punt 16 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en arrest van 13 juli 2000, Idéal tourisme, C‑36/99, Jurispr. blz. I‑6049, punt 20). Zo heeft het Hof geoordeeld dat het onontbeerlijk is dat de nationale rechter enigszins uiteenzet waarom hij om uitlegging van bepaalde communautaire voorschriften verzoekt en welk verband hij legt tussen deze voorschriften en de in het hoofdgeding toepasselijke nationale wettelijke regeling (beschikking van 7 april 1995, Grau Gomis e.a., C‑167/94, Jurispr. blz. I‑1023, punt 9).
34 Vastgesteld zij dat de verwijzingsbeslissing niet aan deze vereisten voldoet.
35 Het is immers niet mogelijk om de concrete uitleggingsvraag af te bakenen die met betrekking tot artikel 82 EG zou kunnen rijzen. Nauwkeurige informatie over de feitelijke en juridische context op het gebied van de mededinging is des te belangrijker omdat dit gebied wordt gekenmerkt door feitelijk en juridisch complexe situaties (beschikking Laguillaumie, reeds aangehaald, punt 19 en aangehaalde rechtspraak).
36 De vierde vraag die aan het Hof is gesteld, is derhalve niet-ontvankelijk.
Kosten
37 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Tweede kamer) verklaart voor recht:
Het gemeenschapsrecht verzet zich tegen een nationale regeling als die van artikel 10, lid 1, van decreto regulamentar nr. 12/99 van 30 juli 1999, en artikel 18, lid 2, van decreto-lei nr. 102/90 van 21 maart 1990, zoals gewijzigd bij decreto-lei nr. 280/99 van 26 juli 1999, tenzij de in deze regeling bedoelde vergoeding voor administratieve grondafhandeling en voor supervisie verschuldigd is als tegenprestatie voor alle of een gedeelte van de diensten die zijn omschreven in punt 1 van de bijlage bij richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap, en geen tweede heffing over reeds middels een andere vergoeding of heffing beloonde diensten vormt. In het geval dat, na onderzoek door de verwijzende rechter, blijkt dat de betrokken vergoeding een vergoeding voor toegang tot de luchthavenvoorzieningen vormt, staat het aan die rechter om te toetsen of de betrokken vergoeding voldoet aan de criteria van relevantie, objectiviteit, transparantie en non-discriminatie als bedoeld in artikel 16, lid 3, van richtlijn 96/67.
ondertekeningen
* Procestaal: Portugees.
Full & Egal Universal Law Academy