Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 22 mei 2008 – Degussa / Commissie
(Zaak C‑266/06 P)
„Hogere voorziening – Mededinging – Mededingingsregeling – Markt voor methionine – Geldboete – Verordening nr. 17 – Artikel 15, lid 2 – Beginsel van legaliteit van sancties – Onjuiste opvatting van feiten – Evenredigheidsbeginsel – Beginsel van gelijke behandeling”
1. Gemeenschapsrecht – Algemene rechtsbeginselen – Rechtszekerheid – Legaliteit van sancties – Draagwijdte (cf. punten 38‑40, 44-46)
2. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Beoordelingsvrijheid door artikel 15, lid 2, van verordening nr. 17 aan Commissie toegekend (Verordening nr. 17 van de Raad, art. 15, lid 2; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie) (cf. punten 50‑62)
3. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 72‑74, 86, 94)
4. Hogere voorziening – Bevoegdheid van Hof – Weer in geding brengen, op billijkheidsgronden, van oordeel van Gerecht over bedrag van aan onderneming opgelegde geldboete – Daarvan uitgesloten – Weer in geding brengen van dat oordeel wegens schending van non-discriminatiebeginsel – Daaronder begrepen (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 17 van de Raad, art. 15, lid 2) (cf. punten 95, 114)
5. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende of tegenstrijdige motivering – Ontvankelijkheid – Impliciete motivering door Gerecht – Toelaatbaarheid – Voorwaarden (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 36, 53, eerste alinea, en 58, eerste alinea) (cf. punten 102‑103)
6. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Criteria – Noodzaak om onderscheid te maken tussen bij zelfde inbreuk betrokken ondernemingen naar gelang van totale omzet ervan – Geen (Verordening nr. 17 van de Raad, art. 15, lid 2; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie, punt 1 A, vijfde alinea) (cf. punten 119‑123)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 5 april 2006, Degussa AG / Commissie (T‑279/02), houdende gedeeltelijke verwerping van het beroep tot nietigverklaring van beschikking 2003/674/EG van de Commissie van 2 juli 2002 inzake een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (PB L 255, blz. 1) – Mededingingsregeling betreffende de markt voor methionine –Vereisten met betrekking tot de boeteregeling van artikel 15, lid 2, van verordening nr. 17/62 die voortvloeien uit het legaliteitsbeginsel ter zake van strafbare handelingen en sancties
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Evonik Degussa GmbH wordt verwezen in de kosten.
3)
De Raad van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy