Zaak C‑285/06
Heinrich Stefan Schneider
tegen
Land Rheinland-Pfalz
(verzoek van het Bundesverwaltungsgericht om een prejudiciële beslissing)
„Landbouw – Verordeningen (EG) nrs. 1493/1999 en 753/2002 – Gemeenschappelijke ordening van wijnmarkt – Omschrijving, aanduiding, aanbiedingsvorm en bescherming van bepaalde wijnbouwproducten – Bescherming van traditionele aanduidingen – Vertaling in andere taal – Gebruik voor wijnen afkomstig uit andere producerende lidstaat”
Conclusie van advocaat-generaal V. Trstenjak van 25 oktober 2007
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 13 maart 2008
Samenvatting van het arrest
1. Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Wijn – Aanduiding en aanbiedingsvorm van wijnen – Verordeningen nrs. 1493/1999 en 753/2002
(Verordening nr. 1493/1999 van de Raad, art. 47, lid 2, sub c, en bijlage VII, deel B, punten 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, en 3; verordening nr. 753/2002 van de Commissie, art. 6, lid 1, en 23)
2. Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Wijn – Aanduiding en aanbiedingsvorm van wijnen – Verordeningen nrs. 1493/1999 en 753/2002
(Verordening nr. 753/2002 van de Commissie, art. 24, lid 2, sub a, en bijlage III)
3. Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van markten – Wijn – Aanduiding en aanbiedingsvorm van wijnen – Verordeningen nrs. 1493/1999 en 753/2002
(Verordening nr. 753/2002 van de Commissie, art. 24, lid 2, en bijlage III)
1. Artikel 47, lid 2, sub c, van verordening nr. 1493/1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, juncto bijlage VII, deel B, punt 3, bij deze verordening en artikel 6, lid 1, van verordening nr. 753/2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1493/1999 wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1512/2005, moet aldus worden uitgelegd dat het gebruik van een aanduiding betreffende een productie‑, bereidings‑, of rijpingsmethode of de kwaliteit van een wijn op grond van die bepalingen slechts kan worden toegestaan indien deze aanduiding bij de personen waarvoor zij bestemd is, geen aanleiding kan geven tot verwarring tussen deze aanduiding en de aanvullende traditionele aanduidingen bedoeld in genoemde bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, en artikel 23 van verordening nr. 753/2002. Het staat aan de verwijzende rechter om te beoordelen of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanduidingen aanleiding tot verwarring kunnen geven.
(cf. punten 28‑29, 31-32, dictum 1)
2. Artikel 24, lid 2, sub a, van verordening nr. 753/2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1493/1999 wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1512/2005, moet aldus worden uitgelegd dat ingeval een traditionele aanduiding is vertaald in een andere taal dan die waarin die aanduiding in bijlage III bij deze verordening is vermeld, van imitatie van die aanduiding of van suggestief gebruik in de zin van die bepaling sprake kan zijn, wanneer deze vertaling aanleiding kan geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij bestemd is. Het staat aan de verwijzende rechter om te onderzoeken of dit het geval is in het bij hem aanhangige geding.
(cf. punten 39, 43-44, dictum 2)
3. Artikel 24, lid 2, van verordening nr. 753/2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1493/1999 wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1512/2005, moet aldus worden uitgelegd dat een in bijlage III bij die verordening opgenomen traditionele aanduiding bescherming geniet zowel voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit dezelfde producerende lidstaat als die van die traditionele aanduiding, als voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit de overige producerende lidstaten.
(cf. punten 53, 55-56, 58, dictum 3)
ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer)
13 maart 2008 (*)
„Landbouw – Verordeningen (EG) nrs. 1493/1999 en 753/2002 – Gemeenschappelijke ordening van wijnmarkt – Omschrijving, aanduiding, aanbiedingsvorm en bescherming van bepaalde wijnbouwproducten – Bescherming van traditionele aanduidingen – Vertaling in andere taal – Gebruik voor wijnen afkomstig uit andere producerende lidstaat”
In zaak C‑285/06,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Bundesverwaltungsgericht (Duitsland) bij beslissing van 16 maart 2006, ingekomen bij het Hof op 3 juli 2006, in de procedure
Heinrich Stefan Schneider
tegen
Land Rheinland-Pfalz,
in tegenwoordigheid van:
Vertreterin des Bundesinteresses beim Bundesverwaltungsgericht,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: K. Lenaerts, kamerpresident, G. Arestis, R. Silva de Lapuerta (rapporteur), E. Juhász en T. von Danwitz, rechters,
advocaat-generaal: V. Trstenjak,
griffier: J. Swedenborg, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 13 september 2007,
gelet op de opmerkingen van:
– M. Schneider, vertegenwoordigd door H. Böckel en H. Uhlmann, Rechtsanwälte,
– Land Rheinland-Pfalz, vertegenwoordigd door M. Justen en C. Pause als gemachtigden,
– de Griekse regering, vertegenwoordigd door S. Charitaki en S. Papaioannou als gemachtigden,
– de Spaanse regering, vertegenwoordigd door J. Rodríguez Cárcamo als gemachtigde,
– de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I. M. Braguglia als gemachtigde, bijgestaan door M. Fiorilli, avvocato dello Stato,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. Jimeno Fernández en F. Erlbacher als gemachtigden,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 oktober 2007,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de verordeningen (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 179, blz. 1), en (EG) nr. 753/2002 van de Commissie van 29 april 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1493/1999 wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten (PB L 118, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1512/2005 van de Commissie van 15 september 2005 (PB L 241, blz. 15; hierna: „verordening nr. 753/2002”).
2 Deze vraag is gesteld in het kader van een geding tussen Schneider en het Land Rheinland-Pfalz over het gebruik van de aanduidingen „Réserve”, „Grande Réserve”, „Reserve” en „Privat-Reserve” bij het in de handel brengen van wijn.
Toepasselijke bepalingen
Verordening nr. 1493/1999
3 Overweging 50 van de considerans van verordening nr. 1493/1999 is als volgt verwoord:
„Overwegende dat de omschrijving, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van de onder deze verordening begrepen producten voor de verkoopbaarheid van deze producten op de markt belangrijke gevolgen kunnen hebben; dat hiervoor derhalve in deze verordening regels dienen te worden vastgesteld waarbij met de gewettigde belangen van consumenten en producenten rekening wordt gehouden en die tevens de soepele werking van de interne markt en de productie van kwaliteitsproducten bevorderen; dat de grondbeginselen van deze regels moeten voorzien in het verplicht gebruik van bepaalde aanduidingen die het mogelijk maken het product te identificeren en de consument een hoeveelheid belangrijke voorlichting te verstrekken, alsmede in het facultatieve gebruik van een aantal andere aanduidingen op de grondslag van communautaire voorschriften of onder voorbehoud van de bepalingen inzake de preventie van frauduleuze handelingen”.
4 Artikel 47, leden 1 en 2, van deze verordening luidt:
„De voorschriften voor de omschrijving, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van bepaalde onder deze verordening vallende producten, alsmede voor de bescherming van bepaalde aanduidingen, staan in dit hoofdstuk en in de bijlagen VII en VIII. Bij deze voorschriften wordt met name rekening gehouden met de volgende doelstellingen:
a) de bescherming van de wettige consumentenbelangen;
b) de bescherming van de wettige producentenbelangen;
c) de soepele werking van de interne markt;
d) de bevordering van de productie van kwaliteitsproducten.
2. De in lid 1 bedoelde voorschriften bevatten met name bepalingen die:
a) het gebruik van bepaalde aanduidingen verplicht stellen;
b) het gebruik, onder voorwaarden, van bepaalde aanduidingen toestaan;
c) het gebruik van andere aanduidingen toestaan, eventuele nuttige informatie voor de consumenten daaronder begrepen;
d) de bescherming van en de controle op het gebruik van bepaalde aanduidingen regelen;
e) het gebruik van geografische en traditionele aanduidingen regelen;
[...]”
5 Artikel 48 van bedoelde verordening luidt:
„De omschrijving en de aanbiedingsvorm van de producten waarop deze verordening betrekking heeft, alsmede alle vormen van reclame voor deze producten mogen niet onjuist zijn noch aanleiding kunnen geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij bestemd zijn, met name ten aanzien van:
– de in artikel 47 genoemde vermeldingen. Dit geldt ook wanneer deze vermeldingen in vertaling of met een aanduiding van de feitelijke herkomst of met toevoegingen als ,soort’, ,type’, ,wijze’, ,procedé’, ,imitatie’, ,merk’ of dergelijke worden gebruikt;
[...]”
6 Bijlage VII, deel B, bij deze verordening bepaalt onder de titel „Facultatieve vermeldingen”:
„1. De omschrijving op het etiket van in de Gemeenschap verkregen producten kan, onder nader te bepalen voorwaarden, worden aangevuld met de volgende aanduidingen:
[...]
b) voor tafelwijnen met geografische aanduiding en v.q.p.r.d. [vins de qualité produits dans des régions déterminées]:
[...]
– aanvullende traditionele aanduidingen, overeenkomstig de regelgeving van de producerende lidstaat;
[...]
3. Voor de producten van titel II kan de etikettering worden aangevuld met andere facultatieve aanduidingen.
[...]”
Verordening nr. 753/2002
7 De punten 4 en 18 van de considerans van verordening nr. 753/2002 luiden:
„Deze verordening moet beantwoorden aan de doelstellingen van bescherming van de wettige consumentenbelangen en producentenbelangen, de soepele werking van de interne markt en de bevordering van de productie van kwaliteitsproducten, als bepaald in artikel 47, lid 1, van verordening [...] nr. 1493/1999. [...]
[...]
Het gebruik van bepaalde aanduidingen (anders dan oorsprongsbenamingen) voor de omschrijving van kwalitatief hoogstaande wijnbouwproducten en de desbetreffende regelgeving zijn gevestigde praktijken in de Gemeenschap. Deze traditionele uitdrukkingen kunnen bij de consument de associatie oproepen met een productie‑ of rijpingsmethode of met een kwaliteit, een kleur of een type wijn, dan wel met een historische gebeurtenis in de geschiedenis van de wijn. Om een eerlijke mededinging te garanderen en te voorkomen dat de consumenten worden misleid, moet een gemeenschappelijk kader worden vastgesteld voor de registratie en de bescherming van dergelijke traditionele uitdrukkingen.”
8 Artikel 6 van deze verordening, dat de titel „Gemeenschappelijke bepalingen voor alle op de etikettering voorkomende aanduidingen” draagt, bepaalt:
„1. Ter uitvoering van het bepaalde in bijlage VII, deel B, punt 3, van verordening [...] nr. 1493/1999 mag de etikettering van de betrokken producten worden aangevuld met andere aanduidingen, op voorwaarde dat zij bij de personen waarvoor deze informatie bestemd is, geen aanleiding kunnen vormen tot verwarring, met name met betrekking tot de verplichte aanduidingen als bedoeld in deel A, punt 1, van voornoemde bijlage en de facultatieve aanduidingen als bedoeld in deel B, punt 1, van voornoemde bijlage.
2. Wat de in bijlage VII, deel B, punt 3, van verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde producten betreft, kunnen de in artikel 72, lid 1, van die verordening bedoelde instanties, met inachtneming van de door elke lidstaat vastgestelde algemene procedurevoorschriften, van de bottelaars, verzenders of importeurs eisen dat zij de juistheid van de voor de omschrijving gebruikte aanduidingen die betrekking hebben op de aard, de identiteit, de kwaliteit, de samenstelling, de oorsprong of de herkomst van het betrokken product of van de bij de bereiding ervan gebruikte producten bewijzen.
[...]”
9 Artikel 23 van bedoelde verordening, getiteld „Aanvullende traditionele aanduidingen”, is als volgt verwoord:
„Voor de toepassing van bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde streepje, van verordening (EG) nr. 1493/1999 wordt onder ,aanvullende traditionele aanduiding’ verstaan een term die traditioneel in de wijnproducerende lidstaten voor de aanduiding van de in deze titel bedoelde wijnen wordt gebruikt en met name verwijst naar een productie‑, bereidings‑ of rijpingsmethode, of naar de kwaliteit, de kleur, de aard van een plaats of naar een historische gebeurtenis in verband met de geschiedenis van de betrokken wijn en die in de wetgeving van de wijnproducerende lidstaten is gedefinieerd met het oog op de omschrijving van de op hun grondgebied geproduceerde wijnen.”
10 Artikel 24 van deze verordening, met de titel „Bescherming van de traditionele aanduidingen”, luidt:
„1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ,traditionele aanduidingen’ verstaan aanvullende traditionele aanduidingen als bedoeld in artikel 23, de in artikel 28 bedoelde termen en de bijzondere traditionele aanduidingen als bedoeld in artikel 14, lid 1, sub c, in artikel 29 en in artikel 38, lid 3.
2. De in bijlage III vermelde traditionele aanduidingen mogen slechts worden gebruikt voor de wijnen waarop zij betrekking hebben en worden beschermd tegen:
a) wederrechtelijk, imiterend of suggestief gebruik, ook al gaat de beschermde aanduiding vergezeld van een uitdrukking zoals ,soort’, ,type’, ,wijze’, ,procedé’, ,imitatie’, ,merk’ of andere soortgelijke aanduidingen;
b) het vermelden van enige andere misleidende, onjuiste of bedrieglijke aanduiding over de aard of de wezenlijke kenmerken van de wijn op de binnen‑ of buitenverpakking, in reclamemateriaal of in documenten die betrekking hebben op het betrokken product;
c) andere praktijken die het publiek kunnen misleiden, met name praktijken die de indruk wekken dat de wijn recht heeft op de beschermde traditionele aanduiding.
3. Voor de omschrijving van wijn mag op de etikettering geen handelsmerk worden gebruikt dat een naam bevat die aan de in bijlage III opgenomen traditionele aanduidingen is ontleend, indien de betrokken wijn geen recht heeft op een dergelijke traditionele aanduiding.
[...]
4. [...]
De bescherming van een traditionele aanduiding geldt slechts in de taal of de talen waarin zij in bijlage III is vermeld.
Elke traditionele aanduiding die is vermeld in bijlage III geldt voor één of meer wijnsoorten. Deze wijnsoorten zijn:
a) in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitslikeurwijn en likeurwijn met een geografische aanduiding. In dat geval geldt de bescherming van de traditionele aanduiding slechts voor de omschrijving van likeurwijn;
b) in bepaalde gebieden voortgebrachte mousserende kwaliteitswijn (met inbegrip van aromatische v.m.q.p.r.d.). In dat geval geldt de bescherming van de traditionele aanduiding slechts voor de omschrijving van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd;
c) in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitsparelwijn en parelwijn met een geografische aanduiding. In dat geval geldt de bescherming van de traditionele aanduiding slechts voor de omschrijving van parelwijn en parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd;
d) andere in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen dan die bedoeld sub a, b en c, en tafelwijn die met een geografische aanduiding is omschreven. In dat geval geldt de bescherming van de traditionele aanduiding slechts voor de omschrijving van andere wijn dan likeurwijn, mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, parelwijn en parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd;
e) voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde gedeeltelijk gegiste druivenmost met een geografische aanduiding. In dat geval geldt de bescherming van de traditionele aanduiding slechts voor de omschrijving van gedeeltelijk gegiste druivenmost;
f) wijn verkregen uit overrijpe druiven met een geografische aanduiding. In dat geval geldt de bescherming van de traditionele aanduiding slechts voor de omschrijving van wijn verkregen uit overrijpe druiven.
5. Om in bijlage III, deel A, te kunnen worden opgenomen, moet een traditionele aanduiding aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) zij moet op zich specifiek zijn en in de wetgeving van de lidstaat nauwkeurig zijn omschreven;
b) zij moet voldoende onderscheidend zijn en/of binnen de communautaire markt een gevestigde faam genieten;
c) zij moet gedurende ten minste tien jaar traditioneel in de betrokken lidstaat zijn gebruikt;
d) zij moet betrekking hebben op één of, in voorkomend geval, meer communautaire wijnen of wijnsoorten.
[...]
7. De lidstaten doen de Commissie mededeling van:
a) de gegevens die de erkenning van de traditionele aanduidingen wettigen;
b) de door hun wetgeving erkende traditionele aanduidingen die aan de vorenvermelde voorwaarden voldoen, en de wijnen waarvoor zij mogen worden gebruikt;
c) in voorkomend geval, de namen van de traditionele aanduidingen die in het land van oorsprong niet langer zijn beschermd.
[...]”
11 Bijlage III bij verordening nr. 753/2002 bevat de lijst van de in artikel 24 van deze verordening bedoelde traditionele aanduidingen. In deze bijlage komen met name voor:
– voor Griekenland in het Grieks de aanduidingen: „Ειδικά Επιλεγμένος (grande réserve)”, „Επιλογή ή Επιλεγμένος (réserve)” en „Παλαιωθείς επιλεγμένος (vieille réserve)”,
– voor Spanje in het Spaans de aanduidingen „gran reserva” en „reserva”,
– voor Italië in het Italiaans de aanduiding „riserva”,
– voor Oostenrijk in het Duits de aanduiding „Reserve”, en,
– voor Portugal in het Portugees de aanduidingen „reserva”, „reserva velha” (of „grande reserva”) en „super reserva”.
Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen
12 Schneider is eigenaar van een wijngoed in het Land Rheinland-Pfalz dat in het handelsregister is ingeschreven onder de naam „Consulat des Weins”.
13 Bij een in november 2002 uitgevoerde controle is komen vast te staan dat Schneider acht soorten wijn produceerde waarvan de etiketten de naam van zijn wijngoed vermeldden alsook de aanduidingen „Grande Réserve” voor twee wijnen in de hoogste prijsklasse, „Réserve” voor vier wijnen in de middenprijsklasse en „Terroir” of „Terroir Palatinat” voor twee wijnen in de laagste prijsklasse.
14 Bij beschikking van 19 december 2002 heeft de Aufsichts- und Dienstleistungsdirektion Trier (de directie toezicht en dienstverlening Trier) Schneider verboden de betrokken wijn in de handel te brengen met de Franse aanduidingen „réserve” en „grande réserve”.
15 Bij beschikking van 19 mei 2003 heeft de Aufsichts- und Dienstleistungsdirektion Trier het bezwaar van Schneider, waarin deze zich bereid verklaarde om in plaats van voornoemde aanduidingen, de Duitse aanduidingen „Reserve” of „Privat-Reserve” te gebruiken, verworpen. Bij brief van 21 mei 2003 heeft zij aangegeven dat de aanduiding „Privat-Reserve” evenmin kon worden aanvaard.
16 Bij vonnis van 29 januari 2004 heeft het Verwaltungsgericht Neustadt an der Weinstraβe het door Schneider tegen deze beschikkingen ingestelde beroep verworpen.
17 Bij arrest van 21 september 2004 heeft het Oberverwaltungsgericht Rheinland-Pfalz het door Schneider tegen dit vonnis ingestelde hoger beroep verworpen.
18 Schneider heeft daarop bij de verwijzende rechter een beroep tot „Revision” ingesteld.
19 In die omstandigheden heeft het Bundesverwaltungsgericht de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
„1. Moeten artikel 47, lid 2, sub b en c, juncto deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, en punt 3, van bijlage VII bij verordening [...] nr. 1493/1999 evenals artikel 23 van verordening [...] nr. 753/2002 in die zin worden uitgelegd dat een aanduiding die betrekking heeft op een productie‑, bereidings‑ en rijpingsmethode of de kwaliteit van de wijn, enkel als gereguleerde facultatieve aanduiding in de zin van deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, van bijlage VII bij verordening [...] nr. 1493/1999 onder de aldaar en in artikel 23 van verordening [...] nr. 753/2002 gestelde voorwaarden is toegestaan en niet als andere aanduiding in de zin van deel B, punt 3, van bijlage VII bij verordening [...] nr. 1493/1999?
2. Moet artikel 24, lid 2, sub a, van verordening [...] nr. 753/2002 in die zin worden uitgelegd dat slechts sprake is van wederrechtelijk imiterend of suggestief gebruik, wanneer dit gebruik plaatsvindt in de taal van de beschermde traditionele aanduiding?
3. Moet artikel 24, lid 2, van verordening [...] nr. 753/2002 in die zin worden uitgelegd dat de in bijlage III vermelde traditionele aanduidingen alleen beschermd zijn met betrekking tot wijnen die uit dezelfde wijnproducerende lidstaat afkomstig zijn als de beschermde traditionele aanduiding?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
De eerste vraag
20 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of het gebruik van een aanduiding betreffende de productie‑, bereidings‑, rijpingsmethode of de kwaliteit van een wijn enkel kan worden toegestaan uit hoofde van artikel 47, lid 2, sub b, van verordening nr. 1493/1999, juncto bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, bij die verordening en artikel 23 van verordening nr. 753/2002, of dat het gebruik van een dergelijke aanduiding ook op grond van artikel 47, lid 2, sub c, juncto bedoelde bijlage VII, deel B, punt 3, kan worden toegestaan.
21 Volgens artikel 47, lid 2, sub a tot en met c, van verordening nr. 1493/1999 bevatten de voorschriften voor de omschrijving, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van bepaalde onder de verordening vallende producten, alsmede voor de bescherming van bepaalde aanduidingen, met name bepalingen die het gebruik van bepaalde vermeldingen verplicht stellen (verplichte aanduidingen) en bepalingen die het gebruik, onder voorwaarden, van bepaalde andere aanduidingen toestaan, eventuele nuttige informatie voor de consument daaronder begrepen (facultatieve aanduidingen).
22 Dienaangaande preciseert bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, bij bedoelde verordening dat voor tafelwijnen met een geografische aanduiding en in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen, de etikettering van in de Gemeenschap bereide producten mag worden aangevuld met aanvullende traditionele aanduidingen, onder nader te bepalen voorwaarden en overeenkomstig de regelgeving van de producerende lidstaat.
23 Met het oog op de toepassing van die bepaling definieert artikel 23 van verordening nr. 753/2002 het begrip „aanvullende traditionele aanduiding”.
24 Blijkens het verzoek om een prejudiciële beslissing zijn volgens de verwijzende rechter de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanduidingen geen aanvullende traditionele aanduidingen in de zin van voormeld artikel 23 en bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, bij verordening nr. 1493/1999, nu deze aanduidingen niet in de Duitse regelgeving zijn gedefinieerd.
25 Bijgevolg moet worden onderzocht of het gebruik van de litigieuze aanduidingen kan worden toegestaan uit hoofde van voornoemde bijlage VII, deel B, punt 3.
26 Volgens deze bepaling kan de etikettering van sommige wijnen worden aangevuld met andere aanduidingen.
27 Zoals volgt uit artikel 6, lid 2, van verordening nr. 753/2002, kunnen dergelijke aanduidingen betrekking hebben op de aard, de identiteit, de kwaliteit, de samenstelling, de oorsprong en de herkomst van het betrokken product of van de bij de bereiding ervan gebruikte producten.
28 Bedoeld artikel 6, lid 1, geeft evenwel aan dat de etikettering van producten kan worden aangevuld met andere aanduidingen, maar dat daaraan de voorwaarde is verbonden dat deze aanduidingen bij de personen waarvoor deze informatie bestemd is, geen aanleiding kunnen vormen tot verwarring, met name met betrekking tot de verplichte aanduidingen als bedoeld in bijlage VII, deel A, punt 1, bij verordening nr. 1493/1999 en de facultatieve aanduidingen als bedoeld in diezelfde bijlage VII, deel B, punt 1.
29 Hieruit volgt dat ofschoon het niet is uitgesloten dat het gebruik van een aanduiding met betrekking tot een productie‑, bereidings‑, rijpingsmethode of de kwaliteit van een wijn kan worden toegestaan uit hoofde van bijlage VII, deel B, punt 3, bij verordening nr. 1493/1999, dit niet het geval kan zijn als deze aanduiding bij de personen waarvoor zij bestemd is, aanleiding kan vormen tot verwarring tussen deze aanduiding en de aanvullende traditionele aanduidingen als bedoeld in genoemde bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, en artikel 23 van verordening nr. 753/2002.
30 Een andersluidende uitlegging zou immers elk nuttig effect ontnemen aan de bescherming die artikel 24 van verordening nr. 753/2002 aan de traditionele aanduidingen biedt.
31 Het staat aan de verwijzende rechter om te beoordelen of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanduidingen aanleiding tot verwarring kunnen geven.
32 Bijgevolg moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 47, lid 2, sub c, van verordening nr. 1493/1999, juncto bijlage VII, deel B, punt 3, bij die verordening en artikel 6, lid 1, van verordening nr. 753/2002, aldus moet worden uitgelegd dat het gebruik van een aanduiding betreffende een productie‑, bereidings‑, rijpingsmethode of de kwaliteit van een wijn uit hoofde van die bepalingen slechts kan worden toegestaan indien deze aanduiding bij de personen waarvoor zij bestemd is, geen aanleiding kan geven tot verwarring tussen deze aanduiding en de aanvullende traditionele aanduidingen als bedoeld in genoemde bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, en artikel 23 van verordening nr. 753/2002. Het staat aan de verwijzende rechter om te beoordelen of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanduidingen aanleiding tot verwarring kunnen geven.
De tweede vraag
33 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of enkel sprake is van imitatie van een traditionele aanduiding of suggestief gebruik in de zin van artikel 24, lid 2, sub a, van verordening nr. 753/2002 indien de gebruikte taal die is waarin deze aanduiding in bijlage III bij die verordening is vermeld, of dat dit ook het geval kan zijn indien de betrokken aanduiding is vertaald in een andere taal dan die waarin zij in genoemde bijlage is vermeld.
34 Ingevolge artikel 47, lid 2, sub d, van verordening nr. 1493/1999 bevatten de voorschriften voor de omschrijving, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van bepaalde onder deze verordening vallende producten, alsmede voor de bescherming van bepaalde aanduidingen, met name bepalingen die de bescherming van en de controle op het gebruik van bepaalde vermeldingen regelen.
35 Artikel 48, eerste gedachtestreepje, van deze verordening bepaalt dat de omschrijving en de aanbiedingsvorm van de producten waarop deze verordening betrekking heeft, alsmede alle vormen van reclame voor deze producten niet onjuist mogen zijn noch aanleiding mogen vormen tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij bestemd zijn, met name ten aanzien van de in artikel 47 genoemde vermeldingen, en dat dit ook geldt wanneer deze vermeldingen in vertaling, met een aanduiding van de feitelijke herkomst of met toevoegingen als ,soort’, ,type’, ,wijze’, ,procedé’, ,imitatie’, ,merk’ of dergelijke worden gebruikt.
36 De in artikel 24, lid 2, sub a, van verordening nr. 753/2002 bedoelde traditionele aanduidingen vormen een onderdeel van bedoelde vermeldingen en genieten op grond van die bepaling bescherming.
37 Volgens dit artikel 24, lid 2, sub a, mogen de in bijlage III bij deze verordening opgenomen traditionele aanduidingen slechts worden gebruikt voor de wijnen waarop zij betrekking hebben en worden zij beschermd tegen elk wederrechtelijk, imiterend of suggestief gebruik.
38 Volgens lid 4, tweede alinea, van bedoeld artikel 24 geldt de bescherming van een traditionele aanduiding slechts in de taal of de talen waarin zij in bijlage III is vermeld.
39 Het kan evenwel niet worden uitgesloten, dat de vertaling van een traditionele aanduiding in een andere taal dan die waarin zij in die bijlage III is vermeld, een imitatie van een traditionele aanduiding of suggestief gebruik in de zin van artikel 24, lid 2, sub a, van verordening nr. 753/2002 kan opleveren, waardoor zij aanleiding kan geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij bestemd is.
40 Een andersluidende uitlegging van artikel 24, lid 2, sub a, van verordening nr. 753/2002 zou immers voorbij kunnen gaan aan de doelstelling van bescherming van de wettige consumentenbelangen, genoemd in artikel 47, lid 1, van verordening nr. 1493/1999, en dus in strijd zijn met het in punt 4 van de considerans van verordening nr. 753/2002 genoemde vereiste.
41 Een dergelijke uitlegging zou bovendien indruisen tegen de bewoordingen van artikel 48, eerste gedachtestreepje, van verordening nr. 1493/1999, die uitdrukkelijk aangeven dat deze bepaling ook geldt wanneer de traditionele aanduidingen in vertaling worden gebruikt.
42 In dat geval moet onder meer worden nagegaan of een dergelijke vertaling geen aanleiding kan geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij bestemd is.
43 Het staat aan de verwijzende rechter om te onderzoeken of dit het geval is in het bij hem aanhangige geding.
44 Bijgevolg moet op de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 24, lid 2, sub a, van verordening nr. 753/2002 aldus moet worden uitgelegd dat ingeval een traditionele aanduiding is vertaald in een andere taal dan die waarin die aanduiding in bijlage III bij deze verordening is vermeld, van imitatie van die aanduiding of van suggestief gebruik in de zin van die bepaling sprake kan zijn, wanneer deze vertaling aanleiding kan geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij bestemd is. Het staat aan de verwijzende rechter om te onderzoeken of dit het geval is in het bij hem aanhangige geding.
De derde vraag
45 Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of een in bijlage III bij verordening nr. 753/2002 vermelde traditionele aanduiding enkel bescherming geniet in geval van wijnen die uit dezelfde producerende lidstaat afkomstig zijn als die van de traditionele aanduiding, of dat dit ook het geval is voor wijnen die uit de overige producerende lidstaten afkomstig zijn.
46 Ingevolge overweging 50 van de considerans en artikel 47, lid 1, sub a en c, van verordening nr. 1493/1999 hebben de voorschriften voor de omschrijving, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van bepaalde onder die verordening vallende producten, alsmede voor de bescherming van bepaalde aanduidingen, die in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt zijn vastgesteld, onder meer tot doel om de bescherming van de wettige consumentenbelangen te verzekeren en de soepele werking van de interne markt te bevorderen.
47 Overeenkomstig punt 4 van haar considerans moet verordening nr. 753/2002 aan die doelstellingen beantwoorden.
48 Zoals in dit verband uit punt 18 van haar considerans volgt, stelt deze verordening een gemeenschappelijk kader vast voor de registratie en de bescherming van bepaalde traditionele uitdrukkingen teneinde een eerlijke mededinging te garanderen en te voorkomen dat de consumenten worden misleid.
49 Volgens artikel 24, lid 2, van verordening nr. 753/2002, dat onderdeel is van dit gemeenschappelijk kader, mogen de in bijlage III bij deze verordening genoemde traditionele aanduidingen slechts worden gebruikt voor de wijnen waarop zij betrekking hebben.
50 Lid 3 van dit artikel 24 bepaalt dat voor de omschrijving van wijn op de etikettering geen handelsmerk mag worden gebruikt dat een naam bevat die aan de in bijlage III opgenomen traditionele aanduidingen is ontleend, indien de betrokken wijn geen recht heeft op een dergelijke traditionele aanduiding.
51 Volgens lid 4, derde alinea, van bedoeld artikel 24 geldt elke traditionele aanduiding die in bijlage III is vermeld, voor één of meer wijnsoorten.
52 Op grond van lid 5, sub d, van ditzelfde artikel 24, moet een traditionele aanduiding betrekking hebben op één of, in voorkomend geval, meerdere communautaire wijnen of wijnsoorten om te kunnen worden opgenomen in de betrokken bijlage.
53 Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat de in artikel 24 van verordening nr. 753/2002 bedoelde traditionele aanduidingen voor één of meerdere wijnsoorten moeten gelden en dat deze aanduidingen slechts mogen worden gebruikt voor de wijnsoort of de wijnsoorten waarop zij betrekking hebben.
54 Deze soorten, die in lid 4, derde alinea, van bedoeld artikel 24 zijn opgesomd, zijn, zoals uit de bewoordingen van lid 5, sub d, van datzelfde artikel blijkt, communautaire wijnsoorten.
55 Op grond daarvan kunnen deze soorten dus niet worden beschouwd als zouden zij slechts betrekking hebben op wijnen uit één enkele producerende lidstaat, maar moeten zij integendeel worden beschouwd als betrekking hebbend op wijnen die afkomstig zijn uit alle producerende lidstaten.
56 In die omstandigheden geldt de bescherming van een traditionele aanduiding in de zin van artikel 24 van verordening nr. 753/2002 zowel voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit dezelfde producerende lidstaat als die van die traditionele aanduiding, als voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit de overige producerende lidstaten.
57 Een andersluidende uitlegging zou het nuttig effect ontnemen aan de door voormeld artikel 24, lid 2, gewaarborgde bescherming van traditionele aanduidingen en indruisen tegen de doelstellingen van bescherming van de gewettigde consumentenbelangen en van de soepele werking van de interne markt, die door de verordeningen nrs. 1493/1999 en 753/2002 worden nagestreefd.
58 Bijgevolg moet op de derde vraag worden geantwoord dat artikel 24, lid 2, van verordening nr. 753/2002 aldus moet worden uitgelegd dat een in bijlage III bij die verordening opgenomen traditionele aanduiding bescherming geniet zowel voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit dezelfde producerende lidstaat als die van die traditionele aanduiding, als voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit de overige producerende lidstaten.
Kosten
59 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Vierde kamer) verklaart voor recht:
1) Artikel 47, lid 2, sub c, van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, juncto bijlage VII, deel B, punt 3, bij deze verordening en artikel 6, lid 1, van verordening (EG) nr. 753/2002 van de Commissie van 29 april 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1493/1999 van de Raad wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1512/2005 van de Commissie van 15 september 2005, moet aldus worden uitgelegd dat het gebruik van een aanduiding betreffende een productie‑, bereidings‑, rijpingsmethode of de kwaliteit van een wijn uit hoofde van die bepalingen slechts kan worden toegestaan indien deze aanduiding bij de personen waarvoor zij bestemd is, geen aanleiding kan geven tot verwarring tussen deze aanduiding en de aanvullende traditionele aanduidingen als bedoeld in genoemde bijlage VII, deel B, punt 1, sub b, vijfde gedachtestreepje, en artikel 23 van verordening nr. 753/2002. Het staat aan de verwijzende rechter om te beoordelen of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanduidingen aanleiding tot verwarring kunnen geven.
2) Artikel 24, lid 2, sub a, van verordening nr. 753/2002, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1512/2005, moet aldus worden uitgelegd dat ingeval een traditionele aanduiding is vertaald in een andere taal dan die waarin die aanduiding in bijlage III bij deze verordening is vermeld, van imitatie van die aanduiding of van suggestief gebruik in de zin van die bepaling sprake kan zijn, wanneer deze vertaling aanleiding kan geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij bestemd is. Het staat aan de verwijzende rechter om te onderzoeken of dit het geval is in het bij hem aanhangige geding.
3) Artikel 24, lid 2, van verordening nr. 753/2002, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1512/2005, moet aldus worden uitgelegd dat een in bijlage III van die verordening opgenomen traditionele aanduiding bescherming geniet zowel voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit dezelfde producerende lidstaat als die van die traditionele aanduiding, als voor wijnen van dezelfde wijnsoort of dezelfde wijnsoorten die afkomstig zijn uit de overige producerende lidstaten.
ondertekeningen
* Procestaal: Duits.
Full & Egal Universal Law Academy