Zaak C‑310/06
FTS International BV
tegen
Belastingdienst – Douane West
(verzoek van het Gerechtshof te Amsterdam om een prejudiciële beslissing)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Gecombineerde nomenclatuur – Indeling – Delen van kippen, zonder been, bevroren en gezouten – Geldigheid van verordening (EG) nr. 1223/2002”
Samenvatting van het arrest
Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten
(Verordening nr. 2658/87 van de Raad, art. 9; verordening nr. 1223/2002 van de Commissie)
Door bij verordening nr. 1223/2002 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur, kippenvlees waarvan het zoutgehalte tussen 1,2 en 1,9 gewichtspercenten ligt, in te delen onder onderverdeling 0207 14 10, heeft de Commissie de draagwijdte van post 0210 beperkt; daaronder vielen volgens aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de gecombineerde nomenclatuur in de versie van verordening nr. 1832/2002 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, delen van kippen, zonder been, bevroren, in alle delen gezouten en met een zoutgehalte van ten minste 1,2 gewichtspercenten. Zij heeft derhalve de grenzen van de haar krachtens artikel 9 van verordening nr. 2658/87 verleende bevoegdheden overschreden. Bijgevolg moet verordening nr. 1223/2002 ongeldig worden verklaard.
(cf. punten 24‑25 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)
18 juli 2007 (*)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Gecombineerde nomenclatuur – Indeling – Delen van kippen, zonder been, bevroren en gezouten – Geldigheid van verordening (EG) nr. 1223/2002”
In zaak C‑310/06,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Gerechtshof te Amsterdam (Nederland) bij beslissing van 15 juni 2006, ingekomen bij het Hof op 14 juli 2006, in de procedure
F.T.S. International BV
tegen
Belastingdienst – Douane West,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: A. Rosas, kamerpresident, J. Klučka, J. N. Cunha Rodrigues, P. Lindh (rapporteur) en A. Arabadjiev, rechters,
advocaat-generaal: P. Mengozzi,
griffier: M. Ferreira, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 19 april 2007,
gelet op de opmerkingen van:
– F.T.S. International BV, vertegenwoordigd door H. C. de Bie en M. Ouwehand, advocaten,
– de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door H. G. Sevenster en P. van Ginneken als gemachtigden,
– de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I. M. Braguglia als gemachtigde, bijgestaan door G. Albenzio, avvocato dello Stato,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J. Hottiaux en S. Schonberg als gemachtigden, bijgestaan door F. Tuytschaever en F. Wijckmans, advocaten,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de geldigheid van verordening (EG) nr. 1223/2002 van de Commissie van 8 juli 2002 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 179, blz. 8).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen F.T.S. International BV (hierna: „FTS”) en de Belastingdienst – Douane West over de tariefindeling van delen van kippen, zonder been, bevroren en gezouten.
Toepasselijke bepalingen
Internationaal recht
3 Het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten internationaal verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”) en het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 (hierna: „GS-verdrag”) zijn namens de Europese Economische Gemeenschap goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB L 198, blz. 1).
4 Krachtens artikel 3, lid 1, van het GS-verdrag verbindt elke verdragsluitende partij zich om haar tariefnomenclatuur en haar statistieknomenclaturen in overeenstemming te doen zijn met het GS, om alle posten en onderverdelingen ervan, zonder enige toevoeging of wijziging, alsmede de daarop betrekking hebbende numerieke codes te gebruiken en om de volgorde van nummering van het systeem in acht te nemen. Elke verdragsluitende partij verbindt zich ook om de algemene regels voor de interpretatie van het systeem, alsmede alle aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken en de aanvullende aantekeningen op de onderverdelingen van het GS toe te passen en de draagwijdte daarvan niet te wijzigen.
5 De Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie (WDO), die is ingesteld bij het op 15 december 1950 te Brussel ondertekende verdrag houdende oprichting van een Internationale Douaneraad, keurt, onder de in artikel 8 van het GS‑verdrag bepaalde voorwaarden, de toelichtingen goed die worden vastgesteld door het comité voor het GS, waarvan de organisatie bij artikel 6 van dat verdrag wordt geregeld.
6 De toelichting op post 0207 van het GS, met het opschrift „Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren”, luidt als volgt:
„Onder deze post wordt uitsluitend ingedeeld vlees en eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren, van het pluimvee (huisdieren) dat in levende staat wordt ingedeeld onder post 0105 [...]”
7 In de toelichting op post 0210 van het GS, met het opschrift „Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie”, heet het:
„Deze post heeft betrekking op vlees en eetbare slachtafvallen van alle soorten, die een behandeling hebben ondergaan zoals omschreven in de tekst van de post, evenwel met uitzondering van spek (ander dan doorregen spek) alsmede varkensvet en vet van gevogelte, niet gesmolten noch anderszins geëxtraheerd (post 0209) [...]”
Bepalingen van gemeenschapsrecht
8 De versie van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”) die met ingang van 1 januari 2003 gold, was die van verordening (EG) nr. 1832/2002 van de Commissie van 1 augustus 2002 tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 290, blz. 1). Het tweede deel van de GN bevat afdeling I, getiteld „Levende dieren en producten van het dierenrijk”, waaronder hoofdstuk 2 met het opschrift „Vlees en eetbare slachtafvallen”.
9 In post 0207 heet het:
„0207 Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren:
– van hanen of van kippen:
[...]
0207 14 – – delen en slachtafvallen, bevroren:
– – – delen:
0207 14 10 – – – – zonder been
– – – – met been
[...]”
10 Post 0210 luidt:
„0210 Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie:
– vlees van varkens:
[...]
0210 20 – vlees van runderen:
[...]
– ander, meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, daaronder begrepen:
[...]
0210 99 – – andere:
– – – vlees:
0210 99 10– – – – van paarden, gezouten, gepekeld of gedroogd
– – – – van schapen en van geiten:
[...]
0210 99 31 – – – – van rendieren
0210 99 39 – – – – ander
[...]”
11 Aanvullende aantekening 7 op voornoemd hoofdstuk 2, in de versie van verordening nr. 1832/2002, luidde:
„Voor de toepassing van post 0210 worden vlees en eetbare slachtafvallen als ‚gezouten of gepekeld’ aangemerkt, indien zij, in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten bevatten.”
12 Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1) machtigt de Commissie van de Europese Gemeenschappen de inhoud van een tariefpost te verduidelijken. Dienaangaande wordt in artikel 9, lid 1, van die verordening bepaald:
„De maatregelen betreffende de hierna volgende onderwerpen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 10:
a) de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur en het [geïntegreerd tarief van de Europese Gemeenschappen], met name met betrekking tot:
– de indeling van goederen in de nomenclaturen bedoeld in artikel 8,
– de toelichtingen;
b) wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur voortvloeiende uit wijzigingen van de behoeften op statistisch of op handelspolitiek gebied;
[...]
d) wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur en aanpassingen van de tarieven overeenkomstig door de Raad of de Commissie genomen besluiten;
e) wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur, ter aanpassing aan de gevolgen van ontwikkelingen op technologisch of handelsgebied, of ter aanpassing aan andere teksten en ter verduidelijking van teksten;
[...]”
13 Artikel 9 van verordening nr. 2658/87 vormt de grondslag van verordening nr. 1223/2002, volgens welke de volgende goederen moesten worden ingedeeld onder post 0207 van het GN:
„Omschrijving
GN-code
Motivering
(1)
(2)
(3)
Delen van kippen, zonder been, bevroren, inwendig en homogeen gezouten in alle delen van het vlees. De delen hebben een zoutgehalte van 1,2 tot 1,9 gewichtspercenten.
De delen zijn tot in de kern bevroren en moeten bij een temperatuur van ‑18°C of lager worden bewaard om een houdbaarheid van tenminste één jaar te verzekeren.
0207 14 10
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, en de tekst van de GN-codes 0207, 0207 14 en 0207 1410.
Het handelt om delen van kippen die voor een langdurige conservering zijn bevroren. Het wezenlijke karakter van de delen als bevroren vlees als bedoeld bij post 0207 is door het toevoegen van zout niet gewijzigd.”
14 Verordening (EG) nr. 1871/2003 van de Commissie van 23 oktober 2003 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 (PB L 275, blz. 5), die op 14 november 2003 in werking is getreden, heeft aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de GN vervangen door de volgende tekst:
„Voor de toepassing van post 0210 worden vlees en eetbare slachtafvallen als ‚gezouten of gepekeld’ aangemerkt, indien zij, in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben en de houdbaarheid op lange termijn door het zouten is gewaarborgd.”
15 Op 27 september 2005 was het geschillenbeslechtingsorgaan van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van oordeel dat delen van kippen, zonder been, bevroren, met een zoutgehalte van 1,2 tot 3 gewichtspercenten moesten worden ingedeeld onder post 0210 van de GN. Na die aanbeveling heeft de Commissie verordening (EG) nr. 949/2006 van 27 juni 2006 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 (PB L 174, blz. 3) vastgesteld. Verordening nr. 949/2006, die op dezelfde dag in werking is getreden, heeft verordening nr. 1223/2002 ingetrokken en aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de GN gewijzigd als volgt:
„Voor de toepassing van de onderverdelingen 0210 11 tot en met 0210 93 worden vlees en eetbare slachtafvallen als ‚gezouten of gepekeld’ aangemerkt, indien zij in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben en de houdbaarheid op lange termijn door het zouten is gewaarborgd. Voor de toepassing van onderverdeling 0210 99 worden vlees en eetbare slachtafvallen als ‚gezouten of gepekeld’ aangemerkt, indien zij in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben.”
Hoofdgeding en prejudiciële vraag
16 Tussen 5 en 11 augustus 2003 heeft FTS uit Brazilië delen van kippen, zonder been, bevroren en met een zoutgehalte van 1,4 % tot 2,9 % in Nederland ingevoerd.
17 Op basis van verordening nr. 1223/2002 heeft de Nederlandse douane die goederen ingedeeld onder post 0207 14 10. De Belastingdienst – Douane West heeft het bezwaar van FTS, volgens welke die goederen onder post 0210 99 39 vielen, afgewezen. FTS is daarop tegen de beslissing op bezwaar in beroep gegaan bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam.
18 Van oordeel dat verordening nr. 1223/2002, die ten tijde van de feiten van het hoofdgeding van toepassing was, onverenigbaar is met aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de GN, in de toen geldende versie van verordening nr. 1832/2002, heeft het Gerechtshof te Amsterdam besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen:
„Is verordening nr. 1223/2002 [...] geldig?”
Beantwoording van de prejudiciële vraag
19 FTS stelt dat verordening nr. 1223/2002 ongeldig is en met name dat zij onverenigbaar is met aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de GN, alsmede met de toelichtingen op de posten 0207 en 0210 van het GS, volgens welke vlees dat is gezouten, onder post 0210 valt, zoals door het geschillenbeslechtingsorgaan van de WTO is beslist.
20 De Nederlandse en de Italiaanse regering, alsmede de Commissie zijn daarentegen van mening dat verordening nr. 1223/2002 geldig is. Zij stellen in wezen dat post 0207 van de GN geldt voor delen van kippen, zonder been, bevroren, die in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een zoutgehalte van 1,2 tot 1,9 gewichtspercenten hebben. De Commissie voegt eraan toe dat de onverenigbaarheid van verordening nr. 1223/2002 met de WTO-regels niet van invloed is op de geldigheid van die verordening naar gemeenschapsrecht, aangezien die regels geen rechtstreekse werking hebben, en verwijst in dat verband naar de arresten van 23 november 1999, Portugal/Raad (C‑149/96, Jurispr. blz. I‑8395), en 1 maart 2005, Van Parys (C‑377/02, Jurispr. blz. I‑1465).
21 Om te beginnen zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak de Raad de Commissie, handelend in samenwerking met de douanedeskundigen van de lidstaten, een ruime beoordelingsbevoegdheid heeft gelaten bij de verduidelijking van de inhoud van de posten die voor de indeling van een bepaald goed in aanmerking komen. De bevoegdheid van de Commissie om de in artikel 9, lid 1, sub a, b, d en e, van verordening nr. 2658/87 bedoelde maatregelen vast te stellen, machtigt haar evenwel niet om de inhoud van de tariefposten te wijzigen die zijn vastgesteld op basis van het bij het verdrag ingevoerde GS, ten aanzien waarvan de Gemeenschap zich bij artikel 3 daarvan heeft verbonden om de draagwijdte van de posten niet te wijzigen (arresten van 14 december 1995, Frankrijk/Commissie, C‑267/94, Jurispr. blz. I‑4845, punten 19 en 20, en 27 april 2006, Kawasaki Motors Europe, C‑15/05, Jurispr. blz. I‑3657, punt 35).
22 Derhalve moet worden onderzocht of de Commissie met de vaststelling van verordening nr. 1223/2002 post 0210 van de GN heeft gewijzigd en aldus de grenzen van de haar bij artikel 9 van verordening nr. 2658/87 verleende bevoegdheden heeft overschreden.
23 In aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de GN, zoals deze ten tijde van de feiten van het hoofdgeding luidde, heette het enkel dat voor de toepassing van post 0210 „vlees en eetbare slachtafvallen als ‚gezouten’ worden aangemerkt, indien zij in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten hebben”. Volgens die aantekening vielen delen van kippen, zonder been, bevroren, in alle delen gezouten en met een zoutgehalte van ten minste 1,2 gewichtspercenten dus onder post 0210.
24 Met de indeling van producten waarvan het zoutgehalte tussen 1,2 en 1,9 gewichtspercenten lag, onder onderverdeling 0207 14 10, heeft verordening nr. 1223/2002 bijgevolg de drempel voor het zoutgehalte van de onder post 0210 vallende goederen tot boven 1,9 % opgetrokken, zodat producten met een zoutgehalte tussen 1,2 en 1,9 gewichtspercenten, die tot op dat tijdstip onder laatstgenoemde post vielen, daarvan zijn uitgesloten en zijn ingedeeld onder onderverdeling 0207 14 10 met de daaruit voortvloeiende hogere tarieven.
25 Door aldus kippenvlees waarvan het zoutgehalte tussen 1,2 en 1,9 gewichtspercenten ligt, in te delen onder onderverdeling 0207 14 10, heeft de Commissie de draagwijdte van post 0210 beperkt, zodat zij de grenzen van de haar krachtens artikel 9 van verordening nr. 2658/87 verleende bevoegdheden heeft overschreden. Bijgevolg moet verordening nr. 1223/2002 ongeldig worden verklaard.
26 Teneinde een bruikbaar antwoord te geven waardoor de verwijzende rechter het bij hem aanhangige geding kan beslechten, moet de indeling van de in het hoofdgeding betrokken goederen worden onderzocht.
27 Het is vaste rechtspraak dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de posten van het gemeenschappelijk douanetarief en in de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk zijn omschreven (arresten van 16 september 2004, DFDS, C‑396/02, Jurispr. blz. I‑8439, punt 27, en 15 september 2005, Intermodal Transports, C‑495/03, Jurispr. blz. I‑8151, punt 47).
28 Blijkens algemene regel nr. 1 voor de interpretatie van de GN zijn voor de indeling van goederen wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de andere algemene interpretatieregels. Algemene regel nr. 3, sub a, voor de interpretatie van de GN, die juist betrekking heeft op het geval waarin goederen vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, luidt: „De post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking.”
29 Post 0207 heeft betrekking op „vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren”. De bewoordingen of de structuur van die post voorzien niet in de toepassing daarvan op gezouten vlees en sluiten deze ook niet uit.
30 Daarentegen heeft post 0210 betrekking op „vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie”. Voor die producten schrijft aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de GN, in de versie van verordening nr. 1832/2002, een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten voor en vereist zij verder dat zij „in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten”.
31 Ten tijde van de feiten van het hoofdgeding vielen delen van kippen, zonder been, bevroren, die in alle delen, inwendig en homogeen zijn gezouten en een totaal zoutgehalte van 1,2 of meer gewichtspercenten bevatten, dus onder onderverdeling 0210 99 39 van de GN.
32 De Commissie is echter de mening toegedaan dat post 0210 is voorbehouden aan vlees dat met het oog op de houdbaarheid is gezouten. Wanneer vlees met het oog op de houdbaarheid wordt ingevroren, valt het daarentegen onder post 0207, ook al is het eventueel gezouten. De Commissie verwijst in dat verband naar de arresten van 17 maart 1983, Dinter (175/82, Jurispr. blz. 969), en 27 mei 1993, Gausepohl-Fleisch (C‑33/92, Jurispr. blz. I‑3047).
33 Die zienswijze kan niet worden aanvaard. Het volstaat namelijk vast te stellen dat de ten tijde van de feiten van het hoofdgeding toepasselijke GN nergens uitdrukkelijk bepaalde dat de indeling onder post 0210 afhing van de vraag of het zouten bedoeld was om de langdurige houdbaarheid van het betrokken vlees te waarborgen. Aangaande de relevantie van voormelde arresten Dinter en Gausepohl-Fleisch, zij opgemerkt dat die beslissingen zijn gegeven in andere omstandigheden dan die van de zaak in het hoofdgeding, voor zover toen geen bepaling voor de verduidelijking van de draagwijdte van het woord „gezouten” in de zin van post 0210 was vastgesteld die equivalent was aan aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van afdeling I van het tweede deel van de GN (zie naar analogie arrest van 8 februari 1990, Van de Kolk, C‑233/88, Jurispr. blz. I‑265, punten 14 en 15).
34 Het staat aan de verwijzende rechter om op grond van de voorgaande aanwijzingen de in het hoofdgeding aan de orde zijnde goederen in te delen.
35 Derhalve dient aan de verwijzende rechter te worden geantwoord dat verordening nr. 1223/2002 ongeldig is.
Kosten
36 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Derde kamer) verklaart voor recht:
Verordening (EG) nr. 1223/2002 van de Commissie van 8 juli 2002 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur, is ongeldig.
ondertekeningen
* Procestaal: Nederlands.
Full & Egal Universal Law Academy