Zaak C‑400/06
Codirex Expeditie BV
tegen
Staatssecretaris van Financiën
(verzoek van de Hoge Raad der Nederlanden om een prejudiciële beslissing)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Gecombineerde nomenclatuur – Tariefindeling – Postonderverdeling 0202 30 50 – Uitgesneden stukken bevroren vlees zonder been van deel van voorvoet van runderen”
Samenvatting van het arrest
Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten – Stukken bevroren vlees zonder been van voorvoet van rund
Bijlage I bij verordening nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2204/1999, moet aldus worden uitgelegd dat stukken bevroren vlees zonder been, afkomstig van de voorvoet van het rund, onder onderverdeling 0202 30 50 van de gecombineerde nomenclatuur vallen.
Op grond van de uniforme uitlegging van de verschillende taalversies van de tekst van postonderverdeling 0202 30 50, waarvan sommige uitdrukkelijk betrekking hebben op de voorvoet van het rund, terwijl andere uitdrukkelijk zien op verschillende gedeelten van de voorvoet, moet immers worden vastgesteld dat de gecombineerde nomenclatuur niet uitdrukkelijk vereist dat de bevroren en ontbeende voorvoet van het rund in één enkel stuk bij de douane wordt aangeboden.
Bovendien doet de omstandigheid dat het vlees van de voorvoet van het rund in stukken gesneden bij de douane wordt aangeboden, niet af aan de wezenlijke kenmerken ervan, zoals genoemd in onderverdeling 0202 30 50, aangezien de samenstelling van het product overeenstemt met die omschreven in de aanvullende aantekening op deze onderverdeling, ook al wordt het in stukken aangeboden.
De betrokken stukken vlees hoeven niet te voldoen aan andere voorwaarden, met name de voorwaarde dat zij afkomstig zijn van hetzelfde dier, om te worden ingedeeld onder bedoelde postonderverdeling.
(cf. punten 20‑23, 30, dictum 1‑2)
ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer)
13 september 2007 (*)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Gecombineerde nomenclatuur – Tariefindeling – Postonderverdeling 0202 30 50 – Uitgesneden stukken bevroren vlees zonder been van deel van voorvoet van runderen”
In zaak C‑400/06,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden bij beslissing van 22 september 2006, ingekomen bij het Hof op diezelfde dag, in de procedure
Codirex Expeditie BV
tegen
Staatssecretaris van Financiën,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. Kūris, kamerpresident, J.‑C. Bonichot en C. Toader (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: M. Poiares Maduro,
griffier: R. Grass,
gelet op de opmerkingen van:
– de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door H. G. Sevenster en P. van Ginneken als gemachtigden,
– de Griekse regering, vertegenwoordigd door V. Kontolaimos en E. Svolopoulou als gemachtigden,
– de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J. Hottiaux als gemachtigde,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van postonderverdeling 0202 30 50 van de gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2204/1999 van de Commissie van 12 oktober 1999 (PB L 278, blz. 1; hierna: „GN”).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Codirex Expeditie BV (hierna: „Codirex”) en de Staatssecretaris van Financiën over de tariefindeling van stukken bevroren vlees zonder been van de voorvoet van het rund.
Toepasselijke bepalingen
3 De GN is gebaseerd op het wereldwijd geldende geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, dat is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie, en ingevoerd bij het Internationaal Verdrag van Brussel van 14 juni 1983, dat namens de Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB L 198, blz. 1). De GN stemt wat de posten en de uit zes cijfers bestaande subposten betreft met bedoeld systeem overeen; alleen de onderverdelingen met een zevende en achtste cijfer zijn specifiek voor de GN.
4 De versie van de GN die gold ten tijde van de feiten van het hoofdgeding is die in bijlage I bij verordening nr. 2204/1999.
5 De algemene regels voor de interpretatie van de GN, die zijn neergelegd in het eerste deel, titel I, A, van deze bijlage, bepalen met name:
„Voor de indeling van goederen in de [GN] gelden de volgende bepalingen.
1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.
2. a) De vermelding van een goed in een post heeft eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat, voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont. Deze vermelding heeft eveneens betrekking op een compleet of een afgewerkt goed of een op grond van de voorgaande volzin als zodanig aan te merken goed, indien het wordt aangeboden in gedemonteerde of in niet-gemonteerde staat.
[...]
3. Indien goederen [...] vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:
a) de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. [...]
[...]
c) in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3, sub a, en 3, sub b, niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.
[...]
6. Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”
6 De GN-codes die in de onderhavige zaak voor toepassing in aanmerking komen en die zijn opgenomen in het tweede deel, afdeling 1, hoofdstuk 2, van de GN, zijn:
GN-code
Omschrijving
1
2
0202
Vlees van runderen, bevroren:
[...]
[...]
0202 30
- zonder been:
[...]
[...]
0202 30 50
-- als „crops”, „chucks and blades” en „briskets” aangeduide delen [...]
0202 30 90
-- ander
7 Volgens de aanvullende aantekeningen op onderverdeling 0202 30 50 worden als „als ‚crops’ en ,chucks and blades’ aangeduide delen” aangemerkt: „de tot de rug behorende gedeelten van de voorvoet met inbegrip van het bovenste gedeelte van de schouder, die uit de voorvoet met ten minste vier en ten hoogste tien ribben verkregen worden bij versnijding in een dwarsvlak, gaande van het verbindingspunt tussen de eerste rib en het eerste borstbeensegment naar het terugslagpunt van het middenrif bij de tiende rib” (aanvullende aantekening 1.A, sub h, 11, op hoofdstuk 2 van de GN). Daarnaast wordt „het onderste gedeelte van de voorvoet, omvattende de puntborst, de borst en de naborst” als „als brisket aangeduid deel” aangemerkt (aanvullende aantekening 1.A, sub h, 22, op hoofdstuk 2 van de GN).
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
8 Op 18 april 2000 heeft Codirex in haar douaneaangifte de invoer van een partij bevroren rundvlees zonder been uit Zimbabwe, verpakt in 535 kartons, onder postonderverdeling 0202 30 50 van de GN aangegeven.
9 Bij de verificatie van deze aangifte bij de Nederlandse douane zijn twee dozen uit die partij als monster meegenomen. Na onderzoek van de inhoud ervan heeft het laboratorium zich op het standpunt gesteld dat die monsters niet bestonden uit „hele ,chucks and blades’ doch uit delen daarvan”. Na een heronderzoek, op verzoek van Codirex, heeft het laboratorium deze uitslag bevestigd.
10 De inspecteur van de douane heeft derhalve de goederen heringedeeld onder postonderverdeling 0202 30 90 van de GN en Codirex uitgenodigd om in aanvulling op de eerder uitgereikte uitnodiging tot betaling een bedrag van 111 352, 80 NLG aan douanerechten te betalen.
11 Codirex is tegen deze uitnodiging tot betaling in bezwaar gegaan. De inspecteur van de douane heeft dit bezwaar bij uitspraak van 10 januari 2001 afgewezen. Tegen deze uitspraak is Codirex in beroep gegaan bij de Tariefcommissie te Amsterdam. Het Gerechtshof te Amsterdam, dat met ingang van 1 januari 2002 voor deze in de plaats is getreden, heeft het beroep verworpen.
12 In haar cassatieberoep voor de verwijzende rechter heeft Codirex de uitlegging van het begrip „als ,chucks and blades’ aangeduide delen” door het Gerechtshof betwist. Zij voert aan dat het gebruik in de aanvullende aantekening 1.A, sub h, 11, op hoofdstuk 2 van de GN van het meervoud „gedeelten” alsook van de Engelse termen „chucks and blades” in de Nederlandse taalversie van onderverdeling 0202 30 50 („découpes de quartiers avant dites ‚australiennes’” in de Franse versie hiervan), erop wijst dat deze onderverdeling duidt op losse stukken. Codirex benadrukt bovendien dat „chucks and blades” niet uit één deel bestaan, omdat zij niet door botten zijn verbonden en daardoor enkel anatomisch verschillende delen kunnen zijn.
13 Evenzo volgt uit de verwijzingsbeslissing dat de Advocaat-Generaal in die zin heeft geconcludeerd dat uit de verschillende taalversies van de aanvullende aantekening 1.A, sub h, 11, op hoofdstuk 2 van de GN en de „reden van invoering van de onderverdelingen van post 0202 30” volgt dat het begrip „chucks and blades” een aanduiding betreft van in de handel gangbare aanbiedingsvormen van los gesorteerd en afzonderlijk samengepakte stukken rundvlees die zijn verkregen uit de in die aantekening omschreven gedeelten van het rund. Daarenboven vloeit volgens de Advocaat-Generaal uit de Nederlandse en uit de Engelse taalversie van onderverdeling 0202 30 50, waarin sprake is van „crop(s), chuck(s) and blade(s) and brisket(s)”, voort dat het voor de indeling van de stukken vlees onder deze postonderverdeling volstaat dat zij alle afkomstig zijn van de voorvoet van het rund als in de aanvullende aantekening omschreven.
14 Daarop heeft de Hoge Raad der Nederlanden de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
„1) Moet post 0202 30 50 van de GN aldus worden uitgelegd dat bevroren vlees (zonder been), afkomstig van het in de aanvullende aantekening 1, A, letter h, sub 11, op hoofdstuk 2 van de GN omschreven deel van de voorvoet van het rund, alleen voor indeling onder die post in aanmerking komt, indien het één samenhangend stuk vlees betreft?
2) Indien het antwoord op vraag 1 met zich brengt dat ook vlees in losse deelstukken voor indeling onder post 0202 30 50 in aanmerking kan komen, volstaat dan voor indeling in die post de vaststelling dat de ingevoerde partij vlees bestaat uit stukken bevroren vlees die alle afkomstig zijn uit het in de aanvullende aantekening 1, A, letter h, sub 11, op hoofdstuk 2 van de GN omschreven gedeelte van de voorvoet of dient deze partij vlees als geheel dan wel de deelpartijen afzonderlijk (de kartons) daarenboven aan andere kenmerken of eigenschappen te voldoen?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
De eerste vraag
15 Met zijn eerste vraag wil de verwijzende rechter in wezen vernemen of een uit verschillende stukken bestaande partij bevroren vlees zonder been van de voorvoet van het rund kan worden ingedeeld onder onderverdeling 0202 30 50.
16 Om deze vraag te beantwoorden moet er eerst aan worden herinnerd dat het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de tariefpost en in de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (zie in die zin met name arresten van 17 maart 1983, Dinter, 175/82, Jurispr. blz. 969, punt 10; 8 februari 1990, Van de Kolk, C‑233/88, Jurispr. blz. I‑265, punt 12, en 11 januari 2007, B.A.S. Trucks, C‑400/05, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 27).
17 Volgens de op de feiten van het hoofdgeding toepasselijke versie van de GN, die is opgenomen in bijlage I bij verordening nr. 2204/1999, worden onder onderverdeling 0202 30 50, betreffende bevroren vlees zonder been, „als ‚crops’, ,chucks and blades’ en ,briskets’ aangeduide delen” ingedeeld.
18 Volgens de bewoordingen van de aanvullende aantekening 1.A, sub h, 11, op hoofdstuk 2 van de GN betreffende deze onderverdeling worden als „als ‚crops’ en ,chucks and blades’ aangeduide delen” aangemerkt: „de tot de rug behorende gedeelten van de voorvoet met inbegrip van het bovenste gedeelte van de schouder, die uit de voorvoet met ten minste vier en ten hoogste tien ribben verkregen worden bij versnijding in een dwarsvlak, gaande van het verbindingspunt tussen de eerste rib en het eerste borstbeensegment naar het terugslagpunt van het middenrif bij de tiende rib”.
19 Hoewel in de tekst van onderverdeling 0202 30 50 en de aanvullende aantekening in kwestie niet uitdrukkelijk sprake is van stukken vlees van de voorvoet van het rund, wijzen de Griekse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen erop dat deze tekst niet aldus kan worden uitgelegd dat de indeling van die stukken vlees onder deze onderverdeling is uitgesloten. Immers, in enkele taalversies van die tekst wordt niet gesproken van de „voorvoet” in zijn geheel, maar van gedeelten ervan, die volgens de Engelse terminologie „crop(s), chuck(s) and blade(s)” worden genoemd, met name in de Nederlandse en de Engelse taalversie van de GN. Bovendien vallen huns inziens de door het uitsnijden en uitbenen verkregen stukken vlees vanzelf uit elkaar, aangezien zij niet meer door botten bijeen worden gehouden, en hebben zij dus niet langer de essentiële kenmerken en de bijzonderheden van het gedeelte vlees van de voorvoet.
20 Een dergelijke uitlegging moet worden aanvaard. Zoals de Commissie met nadruk opmerkt, zijn de bewoordingen van onderverdeling 0202 30 50 niet geheel gelijkluidend in de verschillende taalversies, aangezien sommige daarvan uitdrukkelijk betrekking hebben op de voorvoet van het rund (zoals de Franse en de Spaanse versie van de GN), terwijl andere uitdrukkelijk zien op verschillende gedeelten van de voorvoet, zoals „crop(s), chuck(s) and blade(s)” (zoals de Nederlandse, de Engelse en de Duitse versie van de GN).
21 Op grond van de uniforme uitlegging van de verschillende taalversies, zoals de rechtspraak vereist als de teksten niet gelijkluidend zijn (zie in die zin met name arrest van 11 november 1999, Söhl & Söhlke, C‑48/98, Jurispr. blz. I‑7877, punt 46), moet worden vastgesteld dat de GN niet uitdrukkelijk vereist dat de bevroren en ontbeende voorvoet van het rund in één enkel stuk bij de douane wordt aangeboden, nu verscheidene taalversies van onderverdeling 0202 30 50 zelfs geen betrekking hebben op het gedeelte van de voorvoet van het rund in zijn geheel.
22 Bovendien doet de omstandigheid dat het vlees van de voorvoet van het rund in stukken gesneden bij de douane wordt aangeboden, niet af aan de wezenlijke kenmerken ervan, zoals genoemd in onderverdeling 0202 30 50, aangezien de samenstelling van het product overeenstemt met die omschreven in de aanvullende aantekening op deze onderverdeling, ook al wordt het in stukken aangeboden. Een verschillende aanbiedingsvorm van het product, in vergelijking met die welke in de GN is aangegeven, waardoor de samenstelling van het betrokken product dezelfde blijft, leidt er niet toe dat het product niet kan worden ingedeeld onder de daarop betrekking hebbende post (zie in die zin arrest van 10 december 1998, Bruner, C‑290/97, Jurispr. blz. I‑8333, punten 25‑27).
23 In die omstandigheden moet op de eerste vraag worden geantwoord dat bijlage I bij verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2204/1999, aldus moet worden uitgelegd dat stukken bevroren vlees zonder been, afkomstig van de voorvoet van het rund, onder onderverdeling 0202 30 50 van de GN vallen.
De tweede vraag
24 Met zijn tweede vraag wil de verwijzende rechter vernemen of stukken bevroren vlees zonder been van de voorvoet van het rund voor indeling onder onderverdeling 0202 30 50 nog aan andere voorwaarden moeten voldoen. Meer bepaald volgt uit de opmerkingen die in het hoofdgeding zijn gemaakt, zoals weergegeven in de verwijzingsbeslissing, dat de verwijzende rechter in wezen vraagt of die delen afkomstig moeten zijn van de voorvoet van hetzelfde dier.
25 In dit opzicht is van belang dat de GN voor de tariefpost „vlees van runderen, bevroren” en „zonder been” voorziet in drie onderverdelingen, waarvan de eerste het nummer 0202 30 10 draagt en betrekking heeft op „voorvoeten, geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen, waarbij iedere voorvoet in één enkel vriesblok wordt aangeboden; zogenaamde ‚compensated quarters’ aangeboden in twee vriesblokken, waarvan het ene blok de voorvoet in zijn geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen omvat, en het andere de achtervoet, zonder de filet, in één enkel deel”. De tweede is onderverdeling 0202 30 50, hier in geding, en de derde, met het nummer 0202 30 90, is de algemene restcategorie, genoemd „ander”.
26 Vastgesteld moet worden dat terwijl onderverdeling 0202 30 10 betrekking heeft op de voorvoet in zijn geheel en slechts toestaat dat de voorvoet verdeeld in ten hoogste vijf delen aan de douane wordt aangeboden als hij in „één enkel vriesblok” wordt aangeboden, een dergelijke aanduiding, zoals reeds eerder benadrukt, niet voorkomt in de onderverdeling die de verwijzende rechter uitgelegd wil zien.
27 Integendeel, laatstbedoelde onderverdeling heeft uitdrukkelijk betrekking op „delen” („cuts” in de Engelse versie en „découpes” in de Franse versie van de GN) en spreekt, met name in de Franse versie, van delen van „voorvoeten” die zijn uitgesneden volgens de aanwijzingen in de desbetreffende aanvullende aantekening.
28 Een uitlegging van deze onderverdeling in die zin dat hieronder enkel partijen vlees vallen die alle stukken vlees van de voorvoet van het rund en dus uitsluitend stukken van de voorvoet van één enkel dier bevatten, zou tot gevolg hebben dat de onderverdelingen van post 0202 30 van de GN, betreffende vlees van runderen, bevroren en zonder been, niet van elkaar onderscheiden kunnen worden.
29 Immers, onderverdeling 0202 30 10 spreekt al van de voorvoet in zijn geheel, die volgens de uitlegging gegeven in het antwoord op de eerste vraag in stukken gesneden aan de douane kan worden aangeboden. Onderverdeling 0202 30 50 heeft daarentegen betrekking op de delen van de voorvoet die met name in de Engelse en de Nederlandse versie worden genoemd. Deze delen hebben dus als product een andere aanbiedingsvorm dan de voorvoet in zijn geheel. Aangezien het wezenlijke kenmerk ervan is dat zij zijn uitgesneden op de in de desbetreffende aanvullende aantekening aangeduide wijze, kunnen zij onder deze onderverdeling worden ingedeeld zonder dat zij aan bijzondere voorwaarden hoeven te voldoen, zoals dat zij afkomstig moeten zijn van hetzelfde dier.
30 Op grond van deze overwegingen moet het antwoord op de tweede vraag luiden dat bijlage I bij verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2204/1999, aldus moet worden uitgelegd dat stukken bevroren vlees zonder been van de voorvoet van het rund voor indeling onder onderverdeling 0202 30 50 niet hoeven te voldoen aan andere voorwaarden, met name dat zij afkomstig moeten zijn van hetzelfde dier.
Kosten
31 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof van Justitie (Zesde kamer) verklaart voor recht:
1) Bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2204/1999 van de Commissie van 12 oktober 1999, moet aldus worden uitgelegd dat stukken bevroren vlees zonder been, afkomstig van de voorvoet van het rund, vallen onder onderverdeling 0202 30 50 van de gecombineerde nomenclatuur.
2) Bijlage I bij verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2204/1999, moet aldus worden uitgelegd dat stukken bevroren vlees zonder been van de voorvoet van het rund voor indeling onder onderverdeling 0202 30 50 niet hoeven te voldoen aan andere voorwaarden, met name dat zij afkomstig moeten zijn van hetzelfde dier.
Ondertekeningen
* Procestaal: Nederlands.
Full & Egal Universal Law Academy