Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 3 april 2008 – Commissie / België
(Zaak C‑522/06)
„Niet-nakoming – Verordening (EG) nr. 2037/2000 – Stoffen die ozonlaag afbreken – Terugwinning, recycling, regeneratie en vernietiging van deze stoffen”
Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 226 EG) (cf. punt 19)
Voorwerp
Niet-nakoming – Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PB L 244, blz. 1) – Artikelen 16, lid 5, en 17, lid 1 – Verzuim om minimumopleidingseisen te bepalen voor personeel dat is belast met terugwinning, recycling, regeneratie en vernietiging van in artikel 2 van de verordening bedoelde gereguleerde stoffen in koelapparatuur, klimaatregelingsapparatuur, warmtepompsystemen, systemen voor brandbeveiliging en brandblusapparaten – Verzuim om uitvoerbare voorzorgsmaatregelen te treffen om lekkage van gereguleerde stoffen te voorkomen of tot een minimum te beperken en ontbreken van controles op lekkages
Dictum
1)
Het Koninkrijk België is de krachtens de hierna genoemde bepalingen van verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, op hem rustende verplichtingen niet nagekomen
– door niet overeenkomstig artikel 16, lid 5, van die verordening minimumopleidingseisen te bepalen voor personeel dat is belast met terugwinning, recycling, regeneratie en vernietiging van de gereguleerde stoffen, en
– door in het Waalse Gewest niet overeenkomstig artikel 17, lid 1, van die verordening alle uitvoerbare voorzorgsmaatregelen te treffen om lekkage van gereguleerde stoffen te voorkomen of tot een minimum te beperken en geen jaarlijkse controles op lekkages te verrichten.
2)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy