Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 4 oktober 2007 – Commissie / Finland
(Zaak C‑523/06)
„Niet-nakoming – Richtlijn 2000/59/EG – Havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen – Verzuim om voor alle havens afvalontvangst‑ en afvalverwerkingsplannen uit te werken en vast te stellen”
1. Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 226 EG) (cf. punt 11)
2. Handelingen van de instellingen – Richtlijnen – Uitvoering door lidstaten (Art. 249 EG) (cf. punt 12)
3. Milieu – Afvalstoffen – Richtlijn 2000/59 – Scheepsafval en ladingresiduen (Richtlijn 2000/59 van het Europees Parlement en de Raad, art. 5, lid 1) (cf. punten 13‑14)
Voorwerp
Niet-nakoming – Artikelen 5, lid 1, en 16, lid 1, van richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PB L 332, blz. 81) – Verzuim om voor alle havens in Finland afvalontvangst‑ en afvalverwerkingsplannen uit te werken en vast te stellen
Dictum
Door niet voor alle havens afvalontvangst‑ en afvalverwerkingsplannen uit te werken en vast te stellen, is de Republiek Finland de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 5, lid 1, en 16, lid 1, van richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen.
De Republiek Finland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy