Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 20 september 2006 – Ouariachi / Commissie
(Zaak C‑4/06 P)
„Hogere voorziening – Beroep tot schadevergoeding – Niet-contractuele aansprakelijkheid van Gemeenschap – Hogere voorziening die kennelijk niet-ontvankelijk is”
1. Hogere voorziening – Middelen – Loutere herhaling van voor Gerecht aangevoerde middelen en argumenten – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 23‑24, 29)
2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 26‑27, 29)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 26 oktober 2005, Ouariachi / Commissie (T‑124/04), waarbij het door rekwirant ingestelde beroep tot vergoeding van de schade die hij zou hebben geleden als gevolg van de gestelde onrechtmatige handelingen van een functionaris van de delegatie van de Commissie te Khartoem (Sudan), kennelijk ongegrond is verklaard
Dictum
De hogere voorziening wordt afgewezen.
Ouariachi wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy