Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Partijen
In zaak C‑40/06,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Finanzgericht München (Duitsland) bij beslissing van 8 december 2005, ingekomen bij het Hof op 25 januari 2006, in de procedure
Juers Pharma Import-Export GmbH
tegen
Oberfinanzdirektion Nürnberg,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: R. Schintgen, kamerpresident, A. Tizzano (rapporteur) en E. Levits, rechters,
advocaat-generaal: M. Poiares Maduro,
griffier: R. Grass,
teneinde overeenkomstig artikel 104, lid 3, eerste alinea, van zijn Reglement voor de procesvoering te beslissen bij een met redenen omklede beschikking,
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking Overwegingen van het arrest
1. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van post 3004 van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003 (PB L 281, blz. 1; hierna: „GN”).
2. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Juers Pharma Import‑Export GmbH (hierna : „Juers Pharma”) en de Oberfinanzdirektion Nürnberg (belastingdienst Nürnberg ; hierna : „OFD”) over de vraag of capsules die hoofdzakelijk melatonine bevatten (hierna : „melatoninecapsules”) als geneesmiddel dan wel als product voor menselijke consumptie in de zin van de GN moeten worden ingedeeld.
Toepasselijke bepalingen
3. De GN, die bij verordening nr. 2658/87 is ingesteld, is gebaseerd op het wereldwijd geldende geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, waarmee zij volledig overeenstemt wat de posten en de uit zes cijfers bestaande onderverdelingen betreft; enkel de onderverdelingen met een zevende en achtste cijfer zijn specifiek voor de GN. Behalve de GN bevat bijlage I bij deze verordening ook de autonome en conventionele rechten alsook de bijzondere statistische maatstaven.
4. Post 3004 in hoofdstuk 30 van de GN betreft „geneesmiddelen (andere dan producten bedoeld bij de posten 3002, 3005 en 3006), bestaande uit al dan niet vermengde producten voor therapeutisch of profylactisch gebruik, in afgemeten hoeveelheden (ook die in de vorm van systemen voor gereguleerde toediening door de huid), dan wel opgemaakt voor de verkoop in het klein”. De goederen van deze post zijn vrijgesteld van douanerechten.
5. GN-post 2106 draagt het kopje „producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen”. Over de producten voor menselijke consumptie van deze post worden wél douanerechten geheven.
Het hoofdgeding en de prejudiciële vraag
6. Juers Pharma importeert melatoninecapsules van het merk Twinlab Melatonine Caps vanuit de Verenigde Staten naar de Europese Unie. Dit product wordt aangeboden als voedingssupplement en wordt ook zo beschreven op het etiket, waarop „Dietary Supplement” staat vermeld. Deze capsules worden als zodanig verkocht; één capsule komt overeen met de dagelijkse dosis.
7. Op 26 januari 2004 heeft Juers Pharma de Zolltechnische Prüfungs-und Lehranstalt (hierna : „ZPLA”) te Keulen verzocht om een bindende tariefinlichting (hierna : „BTI”) betreffende de indeling van de melatoninecapsules die in het hoofdgeding aan de orde zijn onder GN-postonderverdeling 3004 5010, „andere geneesmiddelen, bevattende vitaminen of andere producten bedoeld bij post 2936, opgemaakt voor de verkoop in het klein”.
8. Op 22 april 2004 heeft de ZPLA te München, waarnaar de ZPLA te Keulen het verzoek van verzoekster in het hoofdgeding had doorverwezen, een BTI verstrekt waarbij deze capsules, als product voor menselijke consumptie van post 2106, onder postonderverdeling 2106 9098 werden ingedeeld.
9. Van mening dat deze indeling onjuist was, heeft Juers Pharma bij de OFD een bezwaar ingediend, dat bij beschikking van 22 mei 2005 is afgewezen.
10. Juers Pharma heeft tegen deze beschikking beroep ingesteld bij het Finanzgericht München, waarbij zij betoogde dat het product dat in het hoofdgeding aan de orde is, een geneesmiddel is, en dus onder post 3004 moet worden ingedeeld. Dit product bezit volgens haar namelijk een specifieke therapeutische eigenschap, daar het een doeltreffend middel is om slaapstoornissen te genezen of te verlichten.
11. De OFD stelt daarentegen dat dit product niet als geneesmiddel onder post 3004 kan worden ingedeeld, omdat het als voedingssupplement wordt aangeboden, en geen informatie over de therapeutische of profylactische werking ervan wordt verstrekt.
12. In zijn beschikking wijst de verwijzende rechter erop dat het product dat in het hoofdgeding aan de orde is, zoals ieder melatonine bevattend product, in de in de Europese Gemeenschap geldende geneesmiddelenwetgeving stelselmatig als een geneesmiddel wordt aangemerkt wegens zijn aanzienlijke invloed op het menselijk lichaam.
13. Volgens de vaststellingen van de verwijzende rechter zijn melatoninecapsules namelijk hoofdzakelijk bedoeld om, door hun stabiliserende werking op het menselijk zenuwstelsel, slaapstoornissen en jetlag te verlichten of te verhelpen.
14. In Duitsland, verder, zouden deze capsules enkel legaal kunnen worden verkocht in de apotheek op doktersrecept.
15. De verwijzende rechter vraagt zich evenwel af of de indeling van deze capsules als „geneesmiddel” in de zin van GN-post 3004 juist is, nu zij al jarenlang in de in de lidstaten verstrekte BTI als product voor menselijke consumptie worden aangemerkt.
16. In die omstandigheden heeft het Finanzgericht München besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof te verzoeken om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:
„Dient de [GN] aldus te worden uitgelegd dat melatoninecapsules die als voedingssupplementen [worden aangeboden] omdat zij niet als geneesmiddel zijn toegelaten, moeten worden ingedeeld onder post 3004 ?”
Beantwoording van de prejudiciële vraag
17. Krachtens artikel 104, lid 3, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering kan het Hof, wanneer het antwoord op een prejudiciële vraag duidelijk uit de rechtspraak kan worden afgeleid, beslissen bij een met redenen omklede beschikking.
18. Met zijn vraag wenst het Finanzgericht München in wezen te vernemen of producten als de melatoninecapsules die in het hoofdgeding aan de orde zijn, onder GN-post 3004 vallen.
19. De verwijzende rechter is geneigd de vraag bevestigend te beantwoorden. Hij twijfelt evenwel aan de juistheid van deze beoordeling omdat deze capsules in de in de lidstaten verstrekte BTI onder de producten voor menselijke consumptie in de zin van GN-post 2106 worden ingedeeld.
20. In dit verband zij om te beginnen in herinnering gebracht dat de op de tekst van de tariefposten gebaseerde interpretatie van het gemeenschappelijke douanetarief niet mag worden beïnvloed door de eventueel van lidstaat tot lidstaat verschillende toepassing van de regeling (zie arresten van 7 mei 1991, Post, C‑120/90, Jurispr. blz. I‑2391, punt 24, en 15 september 2005, Intermodal Transports, C‑495/03, Jurispr. blz. I‑8151, punt 36).
21. Volgens vaste rechtspraak moet in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (zie arresten van 16 september 2004, DFDS, C‑396/02, Jurispr. blz. I‑8439, punt 27; 8 december 2005, Possehl Erzkontor, C‑445/04, Jurispr. blz. I‑10721, punt 19, en 8 juni 2006, Sachsenmilch, C‑196/05, Jurispr. blz. I‑5161, punt 22).
22. Met betrekking tot GN-post 3004 heeft het Hof geoordeeld dat als „geneesmiddelen” in de zin van deze post moeten worden aangemerkt, producten die nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische kenmerken hebben, waarvan de werking zich op specifieke functies van het menselijk organisme richt (zie in die zin, arresten van 14 januari 1993, Bioforce, C‑177/91, Jurispr. blz. I‑45, punt 12; 15 mei 1997, Bioforce, C‑405/95, Jurispr. blz. I‑2581, punt 18; 12 maart 1998, Laboratoires Sarget, C‑270/96, Jurispr. blz. I‑1121, punt 28, alsmede 10 december 1998, Glob-Sped, C‑328/97, Jurispr. blz. I‑8357, punten 29 en 30).
23. Verder heeft het Hof beslist dat het feit dat dergelijke producten worden aangeboden in afgemeten hoeveelheden dan wel worden opgemaakt voor de verkoop in het klein, zoals de tekst zelf van post 3004 aangeeft, een voorwaarde voor de toepasselijkheid van deze bepaling is (zie beschikking van 19 januari 2005, SmithKline Beecham, C‑206/03, Jurispr. blz. I‑415, punt 34).
24. Uit de verwijzingsbeschikking blijkt evenwel dat de melatoninecapsules aan de twee aldus vastgestelde criteria voldoen.
25. Ten eerste worden deze capsules volgens de vaststellingen van de verwijzende rechter hoofdzakelijk gebruikt voor de behandeling van slaapstoornissen en jetlag, omdat zij een stabiliserende werking op het menselijk zenuwstelsel hebben. Zij hebben dus nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische kenmerken.
26. Ten tweede wordt het product dat in het hoofdgeding aan de orde is, zoals blijkt uit punt 6 van het onderhavige arrest, verkocht in de vorm van capsules die elk met een dagelijkse dosis overeenkomen.
27. Volgens de informatie waarover het Hof beschikt, dienen producten als de melatoninecapsules die in het hoofdgeding aan de orde zijn, met het oog op hun indeling in de GN bijgevolg te worden beschouwd als „geneesmiddelen” in de zin van post 3004.
28. Het argument van de OFD, dat deze capsules niet onder deze post kunnen worden ingedeeld omdat zij als voedingssupplement worden aangeboden, kan aan deze kwalificatie niet afdoen.
29. Zoals het Hof reeds heeft geoordeeld, kan immers worden volstaan met de opmerking dat noch in de tekst van post 3004 noch in de aantekeningen aan het begin van hoofdstuk 30 van de GN met betrekking tot de tariefindeling van producten in dit hoofdstuk wordt gerefereerd aan de aanbiedingsvorm van het product, die dus geen beslissende waarde heeft voor de GN-indeling ervan (zie in die zin arresten van 6 november 1997, LTM, C‑201/96, Jurispr. blz. I‑6147, punt 28, en Laboratoires Sarget, reeds aangehaald, punt 27, alsmede beschikking SmithKline Beecham, reeds aangehaald, punt 33). De benaming „voedingssupplement” die de fabrikant heeft gekozen voor het product dat in het hoofdgeding aan de orde is, belet dus niet dat het als geneesmiddel moet worden ingedeeld.
30. Gelet op een en ander, dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat de GN aldus moet worden uitgelegd dat melatoninecapsules als die in het hoofdgeding onder tariefpost 3004 vallen.
Kosten
31. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. Dictum
Het Hof van Justitie (Vijfde kamer) beschikt:
De gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003, moet aldus worden uitgelegd dat hoofdzakelijk melatonine bevattende capsules als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, onder tariefpost 3004 vallen.
Full & Egal Universal Law Academy