BESCHIKKING VAN HET HOF (Zevende kamer)
van 26 januari 2007
Zaak C‑57/06 P
Elisabetta Righini
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Hogere voorziening – Ambtenaren – Tijdelijk functionarissen – Indeling in rang en salaristrap – Indeling in hoogste rang van loopbaan – Onjuiste opvatting van feiten – Motiveringsgebreken – Hogere voorziening die ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en ten dele kennelijk ongegrond is”
Betreft: Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 15 november 2005, Righini/Commissie (T‑145/04, JurAmbt. blz. I‑A‑349 en II‑1547), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep strekkende tot nietigverklaring van de besluiten van de Commissie om rekwirante bij indiensttreding in te delen in de rang A 7, salaristrap 3, en, voor zover nodig, nietigverklaring van het besluit van 21 januari 2004 houdende afwijzing van rekwirantes klacht.
Beslissing: De hogere voorziening wordt afgewezen. Righini wordt verwezen in de kosten.
Samenvatting
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting
(Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea)
2. Ambtenaren – Beroep – Middelen – Bewijslast betreffende door verzoeker gesteld feit rustend op verzoeker zelf
3. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende motivering – Zuiver redactionele fout
4. Hogere voorziening – Middelen – Middel voorgedragen tegen rechtsoverweging van arrest die niet noodzakelijk is voor onderbouwing van dictum – Falend middel
Full & Egal Universal Law Academy