Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 9 maart 2007 – Alecansan / BHIM
(Zaak C‑196/06 P)
„Hogere voorziening – Gemeenschapsmerk – Verordening (EG) nr. 40/94 – Artikel 8, lid 1, sub b – Aanvraag tot inschrijving van beeldmerk – Oppositie door houder van ouder nationaal beeldmerk – Verwarringsgevaar – Geen – Ontbreken van soortgelijkheid van door conflicterende merken aangeduide waren en diensten”
1. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b) (cf. punten 28, 37)
2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 31)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Eerste kamer) van 7 februari 2006, Alecansan/BHIM (T‑202/03), waarbij het Gerecht heeft verworpen een beroep tot vernietiging ingesteld door de houder van het nationale beeldmerk „COMP USA” voor waren van klasse 39 tegen beslissing R 711/2002-1 van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 24 maart 2003 houdende verwerping van het beroep ingesteld tegen de afwijzing door de oppositieafdeling van de oppositie ingesteld tegen de aanvraag tot inschrijving van het communautaire beeldmerk „COMP USA” voor waren van de klassen 9 en 37 – Soortgelijkheid van de merken – Schending van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 11, blz. 1)
Dictum
De hogere voorziening wordt afgewezen.
Alecansan SL wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy