Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 26 januari 2007 – Auto Peter Petschenig / Toyota Frey Austria
(Zaak C‑273/06)
„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Mededinging – Afzetovereenkomst inzake motorvoertuigen – Groepsvrijstelling – Verordening (EG) nr. 1475/95 – Artikel 5, lid 3 – Opzegging door leverancier – Inwerkingtreding van verordening (EG) nr. 1400/2002 – Noodzaak van reorganisatie van distributienet”
Mededinging – Mededingingsregelingen – Verbod – Groepsvrijstelling – Overeenkomsten in sector motorvoertuigen – Inwerkingtreding van verordening nr. 1400/2002 (Art. 81, lid 1, EG; verordeningen van de Commissie nr. 1475/95, art. 5, lid 3, eerste alinea, eerste streepje, en nr. 1400/2002, art. 10) (cf. punten 22‑28, 31-38, dictum 1-2)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Handelsgericht Wien – Uitlegging van artikel 5, lid 3, eerste alinea, eerste streepje, van verordening (EG) nr. 1475/95 van de Commissie van 28 juni 1995 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen afzet‑ en klantenserviceovereenkomsten inzake motorvoertuigen (PB L 145, blz. 25) en van verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector (PB L 203, blz. 30) – Opzegging van een afzetovereenkomst door de leverancier met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar op grond van de noodzaak om het distributienet geheel of gedeeltelijk te reorganiseren vanwege de inwerkingtreding van verordening (EG) nr. 1400/2002
Dictum
De inwerkingtreding van verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector, noodzaakte op zichzelf niet tot reorganisatie van het distributienet van een leverancier in de zin van artikel 5, lid 3, eerste alinea, eerste streepje, van verordening (EG) nr. 1475/95 van de Commissie van 28 juni 1995 betreffende de toepassing van artikel [81], lid 3, van het Verdrag op groepen afzet‑ en klantenserviceovereenkomsten inzake motorvoertuigen. Niettemin heeft deze inwerkingtreding, naar gelang van de specifieke organisatie van het distributienet van elke leverancier, kunnen noodzaken tot wijzigingen die zo omvangrijk zijn dat zij een echte reorganisatie van dit net in de zin van deze bepaling inhouden.
Het opzetten door een leverancier na de inwerkingtreding van verordening nr. 1400/2002 van een stelsel van selectieve distributie in het kader waarvan in de eerste plaats voor de distributeurs geen beperking meer geldt van het gebied waarin zij de contractgoederen mogen verkopen, en in de tweede plaats de erkende herstellers hun activiteiten mogen beperken tot het verrichten van herstellings‑ en onderhoudsdiensten, kan een reorganisatie van het distributienet in de zin van artikel 5, lid 3, eerste alinea, eerste streepje, van verordening nr. 1475/95 vormen. Het staat aan de nationale rechterlijke instanties en aan de scheidsrechterlijke instanties om te beoordelen of dit het geval is, aan de hand van het geheel van concrete elementen van het hun voorgelegde geschil en met name van de daartoe door de leverancier overgelegde bewijzen.
Full & Egal Universal Law Academy