Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 20 februari 2008 – Comunidad Autónoma de Valencia – Generalidad Valenciana / Commissie
(Zaak C‑363/06 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Artikel 19 van Statuut van Hof van Justitie – Vertegenwoordiging door advocaat – Naleving van wezenlijke vormvoorschriften van procedureregels – Non-discriminatiebeginsel – Hogere voorziening ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en ten dele kennelijk ongegrond”
1. Procedure – Inleidend verzoekschrift – Vormvereisten (Statuut van het Hof van Justitie, art. 19, derde en vierde alinea, en 21, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 6) (cf. punten 24‑26, 34)
2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 42)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 5 juli 2006, Comunidad Autónoma de Valencia – Generalidad Valenciana/Commissie (T‑357/05), waarbij het Gerecht wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid heeft verworpen verzoeksters beroep tot nietigverklaring van beschikking C(2005) 1867 def. van de Commissie van 27 juni 2005 tot vermindering van de financiële bijstand die aanvankelijk uit het Cohesiefonds was toegekend voor de groep projecten nr. 97/11/61/028 betreffende het opvangen en behandelen van afvalwater aan de Middellandse-Zeekust van de Comunidad Autonóma de Valencia (Spanje) – Vertegenwoordiging door een advocaat – Artikel 19 van het Statuut van het Hof
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
De Comunidad Autónoma de Valencia – Generalidad Valenciana wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy