Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 4 oktober 2007 – Finland / Commissie
(Zaak C‑457/06 P)
„Hogere voorziening – Beroep tot nietigverklaring – Niet-ontvankelijkheid – Handeling die geen bindende rechtsgevolgen sorteert – Eigen middelen van Europese Gemeenschappen – Inbreukprocedure – Artikel 11 van verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 – Vertragingsrente – Onderhandelingen over overeenkomst inzake betaling onder voorwaarden – Weigeringsbrief”
1. Eigen middelen van de Europese Gemeenschappen – Vaststelling en terbeschikkingstelling door lidstaten (Art. 10 EG en 226 EG; verordening nr. 1150/2000 van de Raad) (cf. punten 34, 36, 38-40, 42-43)
2. Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren (Art. 230 EG; verordening nr. 1150/2000 van de Raad) (cf. punten 36, 45, 54, 59-60)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 5 september 2006, Finland/Commissie (T‑350/05), waarbij het Gerecht niet-ontvankelijk heeft verklaard een beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 8 juli 2005 houdende weigering om met de Republiek Finland onderhandelingen aan te knopen betreffende de mogelijke betaling onder voorwaarden van de douanerechten op defensiemateriaal die de Commissie in het kader van een niet-nakomingsprocedure vordert – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld
Dictum
De hogere voorziening wordt afgewezen.
De Republiek Finland wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy