18.4.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 90/25
Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 10 maart 2009 — Interpipe Niko Tube en Interpipe NTRP/Raad
(Zaak T-249/06) (1)
(„Dumping - Invoer van bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van staal, uit Kroatië, Oekraïne, Roemenië en Rusland - Berekening van normale waarde - Medewerking van bedrijfstak van Gemeenschap - Correctie - Functies die vergelijkbaar zijn met die van op commissiebasis werkende agent - Enkele economische eenheid - Kennelijk onjuiste beoordeling - Aangeboden verbintenis - Rechten van verdediging - Motiveringsplicht”)
2009/C 90/39
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Interpipe Nikopolsky Seamless Tubes Plant Niko Tube ZAT (Interpipe Niko Tube ZAT), voorheen Nikopolsky Seamless Tubes Plant „Niko Tube” ZAT (Nikopol, Oekraïne), en Interpipe Nizhnedneprovsky Tube Rolling Plant VAT (Interpipe NTRP VAT), voorheen Nizhnedneprovsky Tube-Rolling Plant VAT (Dnipropetrovsk, Oekraïne) (vertegenwoordigers: aanvankelijk H.-G. Kamann en P. Vander Schueren, en vervolgens P. Vander Schueren, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: J.-P. Hix, gemachtigde, bijgestaan door G. Berrisch, advocaat)
Interveniënte aan de zijde van de verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: aanvankelijk H. van Vliet en T. Scharf, en vervolgens H. van Vliet en K. Talabér-Ricz, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek tot nietigverklaring van verordening (EG) nr. 954/2006 van de Raad van 27 juni 2006 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van staal, uit Kroatië, Oekraïne, Roemenië en Rusland, tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 2320/97 en (EG) nr. 348/2000 van de Raad, tot beëindiging van de tussentijdse procedure en de procedure bij het vervallen van de maatregelen voor de eventuele herziening van de antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, uit onder meer Roemenië en Rusland en tot beëindiging van de tussentijdse procedures voor de eventuele herziening van de antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, uit onder meer Roemenië en Rusland en uit Kroatië en Oekraïne (PB L 175, blz. 4)
Dictum
1)
Artikel 1 van verordening (EG) nr. 954/2006 van de Raad van 27 juni 2006 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van staal, uit Kroatië, Oekraïne, Roemenië en Rusland, tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 2320/97 en (EG) nr. 348/2000 tot beëindiging van de tussentijdse procedure en de procedure bij het vervallen van de maatregelen voor de eventuele herziening van de antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, uit onder meer Roemenië en Rusland en tot beëindiging van de tussentijdse procedures voor de eventuele herziening van de antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, uit onder meer Roemenië en Rusland en uit Kroatië en Oekraïne, wordt nietig verklaard voor zover het antidumpingrecht dat is vastgesteld voor de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van de producten die worden vervaardigd door Interpipe Nikopolsky Seamless Tubes Plant Niko Tube ZAT (Interpipe Niko Tube ZAT) en Interpipe Nizhnedneprovsky Tube Rolling Plant VAT (Interpipe NTRP VAT) hoger is dan het geval zou zijn geweest indien op de uitvoerprijs geen correctie wegens commissie was toegepast wanneer de verkopen via de verbonden handelsmaatschappij Sepco SA waren afgewikkeld.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Raad zal zijn eigen kosten en een vierde van de kosten van verzoeksters dragen. De Commissie zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 261 van 28.10.2006.
Full & Egal Universal Law Academy