Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 6 maart 2012 — FLSmidth/Commissie
(Zaak T‑65/06)
„Mededinging — Mededingingsregelingen — Sector van industriële kunststof zakken — Beschikking waarbij inbreuk op artikel 81 EG wordt vastgesteld — Toerekenbaarheid van inbreukmakend gedrag — Duur van inbreuk — Geldboeten — Zwaarte van inbreuk — Verzachtende omstandigheden — Medewerking tijdens administratieve procedure — Evenredigheid — Hoofdelijke aansprakelijkheid”
1. Mededinging — Regels van Unie — Inbreuken — Toerekening — Moedermaatschappij en dochterondernemingen — Economische eenheid — Beoordelingscriteria — Vermoeden dat moedermaatschappij beslissende invloed uitoefent op haar 100 %-dochterondernemingen — Holdingvennootschap die 100 % bezit van kapitaal van tussenvennootschap die volledig kapitaal van dochteronderneming van groep bezit — Bewijslast van vennootschap die dat vermoeden wenst te weerleggen (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 22‑24, 26‑40)
2. Mededinging — Geldboeten — Beoordeling op basis van individueel gedrag van onderneming — Invloed van ontbreken van sanctie jegens andere marktdeelnemer — Geen (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2) (cf. punt 35)
3. Mededinging — Geldboeten — Bedrag — Vaststelling — Criteria — Zwaarte van inbreuk — Verzachtende omstandigheden — Onderneming die louter passieve rol vervulde of slechts meeloopster was — Beoordelingscriteria (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie, punt 3, eerste streepje) (cf. punten 57‑59, 63)
4. Mededinging — Geldboeten — Bedrag — Vaststelling —
Maximumbedrag — Berekening — Omzet die in aanmerking moet worden genomen — Gecumuleerde omzet van alle vennootschappen die als onderneming handelde economische entiteit vormen — Grenzen (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie, punt 5) (cf. punten 78‑79)
5. Mededinging — Geldboeten — Bedrag — Vaststelling — Niet-oplegging of vermindering van geldboete in ruil voor medewerking van betrokken onderneming — Voorwaarden — Moedermaatschappij en dochterondernemingen — Individuele beoordeling van samenwerking van deze vennootschappen (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 96/C 207/04 van de Commissie, titel D, punt 2) (cf. punten 83‑86, 88‑96)
Voorwerp
Primair, verzoek tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking C(2005) 4634 definitief van de Commissie van 30 november 2005 inzake een procedure op grond van artikel 81 [EG] (zaak COMP/F/38.354 — Industriële zakken), en, subsidiair, verzoek tot verlaging van het bedrag van de geldboete die bij genoemde beschikking aan verzoekster is opgelegd
Dictum
1)
Beschikking C(2005) 4634 definitief van de Commissie van 30 november 2005 inzake een procedure op grond van artikel 81 [EG] (zaak COMP/F/38.354 — Industriële zakken), wordt nietig verklaard voor zover FLSmidth & Co. A/S daarin aansprakelijk wordt gehouden voor de enkele en voortgezette inbreuk bedoeld in artikel 1, lid 1, daarvan in de periode tussen 31 december 1990 en 31 december 1991.
2)
Het bedrag tot betaling waarvan FLSmidth & Co. A/S hoofdelijk aansprakelijk is gehouden krachtens artikel 2, sub f, van beschikking C(2005) 4634, wordt vastgesteld op 14,45 miljoen EUR.
3)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
4)
De Europese Commissie en FLSmidth & Co. zullen elk hun eigen kosten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy