Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 16 november 2011 – Sachsa Verpackung/Commissie
(Zaak T‑79/06)
„Mededinging – Mededingingsregelingen – Markt van industriële kunststof zakken – Beschikking waarbij inbreuk op artikel 81 EG wordt vastgesteld – Vaststelling van prijzen – Toekenning van afzetquota per geografische regio – Verdeling van afnemers – Uitwisseling van geïndividualiseerde informatie – Bewijs van inbreuk – Duur van inbreuk – Geldboeten – Zwaarte van inbreuk – Evenredigheid – Verzachtende omstandigheden – Rol van meeloopster”
1. Mededinging – Mededingingsregelingen – Verbod – Inbreuken – Overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die één enkele inbreuk vormen – Aansprakelijkstelling van onderneming wegens deelneming aan inbreuk die in haar geheel wordt beschouwd, ondanks haar beperkte rol – Toelaatbaarheid (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 27‑28, 33‑34)
2. Mededinging – Mededingingsregelingen – Deelneming aan bijeenkomsten van ondernemingen die ertoe strekken mededinging te verstoren – Omstandigheid die, bij gebreke van distantiëring van genomen beslissingen, conclusie wettigt dat sprake is van deelneming aan daaruit voortvloeiende mededingingsregeling (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punt 29)
3. Mededinging – Administratieve procedure – Beschikking van Commissie waarbij inbreuk wordt vastgesteld – Wijze van bewijslevering – Bundel aanwijzingen – Vereiste mate van bewijskracht van individueel beschouwde aanwijzingen (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punt 60)
4. Mededinging – Gemeenschapsregels – Inbreuken – Toerekening – Moedermaatschappij en dochterondernemingen – Economische eenheid – Beoordelingscriteria – Vermoeden van beslissende invloed van moedermaatschappij op haar 100 %-dochterondernemingen (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 85‑87)
5. Procedure – Aanvoering van nieuwe middelen in loop van geding – Voorwaarden – Middel gebaseerd op gegevens waarvan in loop van behandeling is gebleken – Inwerkingtreding van Verdrag van Lissabon – Nieuw feit dat tardieve aanvoering van grief inzake schending van beginsel van vermoeden van onschuld rechtvaardigt – Daarvan uitgesloten (Art. 6 VEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 48; Statuut van het Hof van Justitie, art. 21; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 1, sub c, en 48, lid 2) (cf. punten 91‑95)
6. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Maximumbedrag – Berekening – Omzet die in aanmerking moet worden genomen – Gecumuleerde omzet van alle vennootschappen die als onderneming handelde economische entiteit vormen (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2) (cf. punten 105‑108)
7. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Criteria – Zwaarte en duur van inbreuk – Inbreuk begaan door verschillende ondernemingen – Relatieve zwaarte van ieders deelneming (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2) (cf. punten 135‑138)
8. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Criteria – Zwaarte van inbreuk – Verzachtende omstandigheden – Ontbreken van winst – Daarvan uitgesloten (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2) (cf. punt 153)
9. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Criteria – Zwaarte van inbreuk – Meten van werkelijke invloed van inbreukmakend gedrag van elke onderneming op mededinging – Relevantie van omzet die is behaald met producten waarop beperkende praktijk betrekking heeft (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie) (cf. punt 175)
10. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Criteria – Zwaarte van inbreuk – Verzachtende omstandigheden – Onderneming die louter passieve rol vervulde of slechts meeloopster was (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie, punt 3, eerste streepje) (cf. punten 212‑213)
11. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Criteria – Verzachtende omstandigheden – Daadwerkelijke medewerking van onderneming in procedure, buiten werkingssfeer van mededeling inzake samenwerking – Daaronder begrepen – Voorwaarden (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie, punt 3, zesde streepje) (cf. punten 223‑225)
12. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Niet-oplegging of vermindering van geldboete in ruil voor medewerking van betrokken onderneming – Noodzaak van gedraging die vaststelling van inbreuk door Commissie heeft vergemakkelijkt – Informatie over handelingen waarvoor geen geldboete op grond van verordening nr. 1/2003 kan worden opgelegd – Ontoereikendheid van enkele bereidheid tot medewerking – Beoordeling van mate van medewerking van elke onderneming die aan mededelingsregeling heeft deelgenomen – Inachtneming van gelijkheidsbeginsel (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2; mededeling 96/C 207/04 van de Commissie) (cf. punten 235‑241, 244)
13. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Criteria – Zwaarte van inbreuk – Vaststelling van geldboete in verhouding tot factoren die bij beoordeling van zwaarte van inbreuk in aanmerking zijn genomen (Art. 81, lid 1, EG; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2) (cf. punt 258)
Voorwerp
Verzoek tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking C(2005) 4634 def. van de Commissie van 30 november 2005 inzake een procedure op grond van artikel 81 [EG] (zaak COMP/F/38.354 – Industriële zakken) betreffende een mededingingsregeling op de markt van industriële kunststof zakken, en, subsidiair, een verzoek tot herziening van genoemde beschikking
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Gascogne Sack Deutschland GmbH wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy