Arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 24 maart 2011 – Legris Industries/Commissie
(Zaak T‑376/06)
„Mededinging – Mededingingsregelingen – Sector van fittingen uit koper en koperlegeringen – Beschikking houdende vaststelling van inbreuk op artikel 81 EG – Toerekenbaarheid van inbreukmakende gedraging”
1. Procedure – Inleidend verzoekschrift – Vormvereisten – Vaststelling van voorwerp van geschil – Summiere uiteenzetting van aangevoerde middelen – Algemene verwijzing naar andere geschriften die bij verzoekschrift zijn gevoegd – Niet-ontvankelijkheid (Statuut van het Hof van Justitie, art. 21; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 1, sub c) (cf. punten 30‑32)
2. Mededinging – Gemeenschapsregels – Inbreuken – Toerekening – Moedermaatschappij en dochterondernemingen – Economische eenheid – Beoordelingscriteria – Vermoeden dat moedermaatschappij beslissende invloed uitoefent op 100 %-dochterondernemingen – Dochteronderneming van een houdstermaatschappij – Omstandigheid die vermoeden niet kan omkeren (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 47‑54, 58)
Voorwerp
Verzoek tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking C(2006) 4180 def. van de Commissie van 20 september 2006 inzake een procedure op grond van artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/F‑1/38.121 – Fittingen)
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Legris Industries SA wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy