8.4.2006
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 86/44
Beroep ingesteld op 23 februari 2006 — Eurallumina tegen Commissie
(Zaak T-62/06)
(2006/C 86/83)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekster: Eurallumina SpA (Portoscuso, Italië) (vertegenwoordigers: L. Martin Alegi, R. Denton en M. Garcia, Solicitors)
Verweerster: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies van verzoekster
—
ofwel:
—
nietigverklaring van de bestreden beschikking in haar geheel; of
—
verklaring dat de huidige door beschikking 2001/224/EEG van de Raad toegestane vrijstelling rechtmatig is tot 31 december 2006 en dat bedragen waarvan de Italiaanse staat heeft afgezien of zal afzien, niet als onrechtmatige staatssteun mogen worden beschouwd, althans niet mogen worden teruggevorderd; of
—
nietigverklaring van de bestreden beschikking in haar geheel en verklaring dat de huidige door beschikking 2001/224/EEG van de Raad toegestane vrijstelling rechtmatig is tot 31 december 2006 en dat bedragen waarvan de Italiaanse staat heeft afgezien of zal afzien, niet als onrechtmatige staatssteun mogen worden beschouwd, althans niet mogen worden teruggevorderd;
—
ofwel:
—
nietigverklaring van de artikelen 1, 4, 5 en 6 van de bestreden beschikking voorzover zij Eurallumina betreffen; of
—
verklaring dat de huidige door beschikking 2001/224/EEG van de Raad toegestane vrijstelling rechtmatig is tot 31 december 2006 en dat bedragen waarvan de Italiaanse staat heeft afgezien of zal afzien, niet als onrechtmatige staatssteun mogen worden beschouwd, althans niet mogen worden teruggevorderd; of
—
nietigverklaring van de artikelen 1, 4, 5 en 6 van de bestreden beschikking voorzover zij Eurallumina betreffen en verklaring dat de huidige door beschikking 2001/224/EEG van de Raad toegestane vrijstelling rechtmatig is tot 31 december 2006 en dat bedragen waarvan de Italiaanse staat heeft afgezien of zal afzien, niet als onrechtmatige staatssteun mogen worden beschouwd, althans niet mogen worden teruggevorderd;
—
subsidiair, wijziging van de artikelen 5 en 6 van de bestreden beschikking voorzover zij Eurallumina betreffen, in dier voege dat op grond van de huidige vrijstelling tot 31 december 2006, of ten minste tot 31 december 2003, bedragen waarvan de Italiaanse staat heeft afgezien en zal afzien, niet worden teruggevorderd; en
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster komt op tegen de tot de Franse Republiek, Ierland en de Italiaanse Republiek gerichte beschikking van de Commissie van 7 december 2005 inzake een reeks beschikkingen van de Raad waarbij vrijstellingen worden toegestaan van de accijns op minerale oliën die worden gebruikt voor de productie van aluminiumoxide in de Gardanne, in Shannon en in Sardinië. In de bestreden beschikking heeft de Commissie vastgesteld dat de vrijstellingen als staatssteun moesten worden aangemerkt.
Tot staving van haar verzoek betoogt verzoekster, dat zij er mocht op vertrouwen dat de huidige vrijstelling, die is voorgesteld door de Commissie en met eenparigheid van stemmen is goedgekeurd bij beschikking 2001/224/EEG van de Raad (1), tot eind december 2006 een rechtsgeldige gemeenschapshandeling is, en dat elke handeling van de Italiaanse staat en verzoekster ter uitvoering van en vertrouwend op deze maatregelen, niet onrechtmatig zijn. Verzoekster mocht erop vertrouwen dat de bedragen waarvan de Italiaanse staat in overeenstemming met de rechtmatig verleende vrijstellingen heeft afgezien, in geen geval zouden worden teruggevorderd. Door te stellen dat de toepassing van de vrijstellingen van 3 februari 2002 tot 31 december 2003 terugvorderbare staatssteun was, heeft de Commissie dus inbreuk gemaakt op de rechten die verzoekster aan het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het vermoeden van geldigheid, de beginselen van „lex specialis” en „effet utile” alsmede het beginsel van behoorlijk bestuur ontleent.
Door te beslissen dat op 2 februari 2002 een einde kwam aan verzoeksters gewettigd vertrouwen, heeft de Commissie bovendien geen juiste tijdvak in aanmerking genomen, gedurende welke investeringen dienden te worden gedaan en afgeschreven met betrekking tot verzoeksters fabriek. De Commissie heeft de bestreden beschikking dan ook niet gemotiveerd.
(1) Beschikking 2001/224/EEG van de Raad van 12 maart 2001 houdende verlagingen en vrijstellingen van de accijns op bepaalde minerale oliën die gebruikt worden voor specifieke doeleinden (PB L 84, blz. 23).
Full & Egal Universal Law Academy