27.1.2007
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 20/16
Beroep ingesteld op 1 december 2006 — Shell Petroleum e.a./Commissie
(Zaak T-343/06)
(2007/C 20/23)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Shell Petroleum NV (Den Haag, Nederland), The Shell Transport and Trading Company Ltd (Londen, Verenigd Koninkrijk), Shell Nederland Verkoopmaatschappij BV (Capelle aan den IJssel, Nederland) (vertegenwoordigers: O.W. Brouwer, W. Knibbeler, S. Verschuur, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
Shell Petroleum NV en The Shell Transport and Trading Company Ltd concluderen dat het het Gerecht behage:
—
de beschikking van de Commissie van 13 september 2006 in een procedure op grond van artikel 81 EG (zaak COMP/F/38.4546 — Bitumen — NL, hierna: „beschikking”) nietig te verklaren voor zover deze is gericht tot Shell Petroleum NV en The Shell Transport and Trading Company Ltd;
—
subsidiair, de beschikking nietig te verklaren voor zover daarin is vastgesteld dat Shell Petroleum NV en The Shell Transport and Trading Company Ltd tussen 1 april 1994 en 19 februari 1996 inbreuk hebben gemaakt op artikel 81 EG, en de hun opgelegde geldboete te verlagen;
—
hoe dan ook de bij de beschikking aan Shell Petroleum NV en The Shell Transport and Trading Company Ltd opgelegde geldboete te verlagen;
—
verweerster te verwijzen in de kosten van de procedure, met inbegrip van de aan Shell Petroleum NV en The Shell Transport and Trading Company Ltd in verband met de gehele of gedeeltelijke betaling van de geldboete of met het stellen van een bankgarantie opgekomen kosten;
—
alle andere maatregelen te treffen die het Gerecht passend acht.
Shell Nederland Verkoopmaatschappij BV concludeert dat het het Gerecht behage:
—
de beschikking nietig te verklaren voor zover daarin is vastgesteld dat Shell Nederland Verkoopmaatschappij BV tussen 1 april 1994 en 19 februari 1996 inbreuk heeft gemaakt op artikel 81 EG, en de haar opgelegde geldboete te verlagen;
—
hoe dan ook, de bij de beschikking aan Shell Nederland Verkoopmaatschappij BV opgelegde geldboete te verlagen;
—
verweerster te verwijzen in de kosten van de procedure, met inbegrip van de aan Shell Verkoopmaatschappij BV in verband met de gehele of gedeeltelijke betaling van de geldboete of met het stellen van een bankgarantie opgekomen kosten;
—
alle andere maatregelen te treffen die het Gerecht passend acht.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeksters betogen dat de volgende onderdelen van de beschikking op onjuiste rechtsopvattingen en onjuiste beoordelingen berusten:
a)
de vaststelling dat Shell Verkoopmaatschappij BV het initiatief voor de mededingingsregeling heeft genomen en daarin een leidinggevende rol heeft gespeeld;
b)
de aansprakelijkstelling van The Shell Transport and Trading Company Ltd en Shell Petroleum NV voor de inbreuk;
c)
de verhoging van de geldboete wegens recidive;
d)
de berekening van het uitgangsbedrag voor Shell Nederland Verkoopmaatschappij BV;
e)
de duur van de inbreuk.
Full & Egal Universal Law Academy