27.1.2007
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 20/24
Beroep ingesteld op 5 december 2006 — Koninklijke Wegenbouw Stevin/Commissie
(Zaak T-357/06)
(2007/C 20/36)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Koninklijke Wegenbouw Stevin BV (vertegenwoordigd door: E.H. Pijnacker Hordijk en Y. de Vries, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies van verzoekende partij
—
Nietigverklaring jegens verzoekster van de Beschikking van de Commissie van 13 september 2006 en waarvan op 25 november 2006 aan Koninklijke Wegenbouw Stevin is kennisgegeven, betreffende een procedure op grond van artikel 81 EG (Zaak nr. COMP/38.456 — Bitumen — NL — C(2006)4090 definitief);
—
Subsidiair, nietig verklaring jegens verzoekster van artikel 2 van de Beschikking, althans een substantiële vermindering van de haar bij artikel 2 van de Beschikking opgelegde boete;
—
Veroordeling van de Commissie in de kosten van het geding.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster vecht de beschikking aan van de Commissie van 13 september 2006 inzake een procedure op grond van artikel 81 EG (zaak nr. COMP/38.456 — Bitumen — NL) waarbij verzoekster een geldboete werd opgelegd wegens inbreuk op artikel 81 EG.
Ter ondersteuning van haar verzoekschrift roept verzoekster in de eerste plaats een onjuiste analyse van de feiten in, die vervolgens geleid heeft tot een onjuiste beoordeling van de gedragingen van de wegenbouwbedrijven in het licht van artikel 81 EG. Volgens verzoekster was er aan de zijde van de leveranciers van Bitumen sprake van een traditionele, zeer ernstige inbreuk op de Europese mededingingsregels. Tegen dit kartel zouden de belangrijkste vijf afnemers van wegenbouwbitumen gepoogd hebben een tegengewicht te vormen met als primair doel voor zichzelf zo gunstig mogelijke collectieve kortingen in de wacht te slepen.
Voorts roept verzoekster een schending in van artikel 81 EG en van artikel 23 van Verordening 1/2003 betreffende de vaststelling van de hoogte van de opgelegde boete. Volgens verzoekster was het basisbedrag van de boete te hoog en waren de verhogingen wegens niet-meewerken en de vermeende rol als aanstichter en kartelleider ongegrond.
Ten slotte roept verzoekster in dat de Commissie geweigerd heeft inzage te geven in de reacties op de punten van bezwaar van alle overige geadresseerden van deze punten van bezwaar. Volgens verzoekster is deze wijze van handelen strijdig met de rechten van verdediging
Full & Egal Universal Law Academy