24.2.2007
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 42/28
Beroep ingesteld op 14 december 2006 — Comap/Commissie
(Zaak T-377/06)
(2007/C 42/49)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Comap SA (Lyon, Frankrijk) (vertegenwoordigers: A. Wachsmann en C. Pommiès, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
nietig te verklaren beschikking [C(2006) 4180 def. van de Commissie van 20 september 2006 in zaak COMP/F-1/38.121 — Fittingen] en de motivering van het dispositief ervan, voor zover Comap in die beschikking wordt veroordeeld voor andere tijdvakken dan het tijdvak van december 1997 tot maart 2001, waarvoor zij de door de Commissie uiteengezette feiten niet betwist;
—
de artikelen 1 en 2 en de motivering ervan te herzien door de aan Comap opgelegde geldboete van 18,56 miljoen EUR te verlagen;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster verzoekt om gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking C(2006) 4180 def. van de Commissie van 20 september 2006 in een procedure op grond van artikel 81 EG (COMP/F-1/38.121 — Fittingen), betreffende een geheel van overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen op de markt voor koperfittingen en fittingen uit koperlegeringen strekkende tot de vaststelling van prijzen en prijslijsten en van kortingen en rabatten, de invoering van mechanismen ter coördinatie van prijsverhogingen, de verdeling van nationale markten, de toewijzing van klanten en de uitwisseling van andere commerciële informatie, voor zover Comap in die beschikking wordt veroordeeld voor andere tijdvakken dan het tijdvak van december 1997 tot maart 2001, waarvoor zij de door de Commissie uiteengezette feiten niet betwist. Subsidiair verzoekt Comap om vermindering van de haar bij de bestreden beschikking opgelegde geldboete.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster de volgende middelen aan.
Ten eerste stelt zij dat de Commissie artikel 81 EG heeft geschonden, blijk heeft gegeven van onjuiste rechtsopvattingen, zich in feitelijk opzicht heeft vergist en kennelijke beoordelingsfouten heeft gemaakt, door te oordelen dat de gestelde mededingingsregeling na de inspecties ter plaatse van de Commissie in maart 2001 is blijven voortbestaan tot april 2004.
Ten tweede betoogt verzoekster dat de Commissie inbreuk heeft gemaakt op artikel 81, lid 1, EG en artikel 25 van verordening nr. 1/2003 (1), doordat zij niet heeft erkend dat, bij gebreke van bewijs van de mededingingverstorende praktijken, de gestelde inbreuk gedurende 27 maanden — van september 1992 tot december 1994 -was onderbroken, zodat de feiten van vóór december 1994 in januari 2001, het tijdstip van de inleiding van het onderzoek van de Commissie, waren verjaard.
Subsidiair stelt verzoekster schending van artikel 81, lid 1, EG en artikel 23, lid 2, van verordening nr. 1/2003, en van de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten (2) en de clementieregeling (3), doordat de Commissie de regels inzake de berekening van geldboeten niet in acht heeft genomen. Verzoekster betoogt dat de Commissie het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van gelijke behandeling heeft geschonden, door voor de berekening van de geldboete van Comap een basisbedrag vast te stellen dat te hoog was in vergelijking met de basisbedragen die waren vastgesteld voor de andere bij de bestreden beschikking veroordeelde ondernemingen, niettegenstaande dat hun concurrentiepositie en verzoeksters marktpositie soortgelijk waren.
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).
(2) Richtsnoeren voor de berekening van geldboeten die uit hoofde van artikel 15, lid 2, van verordening nr. 17, respectievelijk artikel 65, lid 5, van het EGKS-Verdrag worden opgelegd (PB 1998, C 9, blz. 3).
(3) Mededeling van de Commissie betreffende immuniteit tegen geldboeten en vermindering van geldboeten in kartelzaken (PB 2002, C 45, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy