Beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 8 september 2008 – Rath / BHIM – Grandel (Epican)
(Zaak T‑374/06)
„Gemeenschapsmerk – Oppositieprocedure – Aanvraag voor gemeenschapswoordmerk Epican – Ouder gemeenschapswoordmerk EPIGRAN – Relatieve weigeringsgrond – Verwarringsgevaar – Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 – Kennelijk ongegrond beroep”
Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Gevaar voor verwarring met ouder merk (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b) (cf. punten 32‑33, 60-61)
Voorwerp
Beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 5 oktober 2006 (zaak R 1324/2005-1) inzake een oppositieprocedure tussen Dr. Grandel GmbH en Matthias Rath
Gegevens betreffende de zaak
Aanvrager van het gemeenschapsmerk:
Matthias Rath
Betrokken gemeenschapsmerk:
woordmerk Epican voor waren van de klassen 5, 30 en 32 – aanvraag nr. 2524510
Houder van het merk of teken op basis waarvan oppositie is ingesteld:
Dr. Grandel GmbH
Merk of teken op basis waarvan oppositie is ingesteld:
woordmerk EPIGRAN, oorspronkelijk ingeschreven voor waren van de klassen 1, 3 en 5, thans enkel nog voor waren van klasse 3 (gemeenschapsmerk nr. 560292)
Beslissing van de oppositieafdeling:
toewijzing van de oppositie en gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag
Beslissing van de kamer van beroep:
gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de oppositieafdeling
Dictum
1)
Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.
2)
Matthias Rath wordt verwezen in zijn eigen kosten alsmede in die van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) en van Dr. Grandel GmbH.
Full & Egal Universal Law Academy