30.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 223/13
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 17 juli 2008 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Arcor AG & Co. KG (C-152/07), Communication Services TELE2 GmbH (C-153/07), Firma 01051 Telekom GmbH (C-154/07)/Bundesrepublik Deutschland
(Gevoegde zaken C-152/07 — C-154/07) (1)
(Telecommunicatiesector - Netwerken en diensten - In evenwicht brengen van tarieven - Artikel 4 quater van richtlijn 90/388/EEG - Artikel 7, lid 2, van richtlijn 97/33/EG - Artikel 12, lid 7, van richtlijn 98/61/EG - Regelgevende instantie - Rechtstreekse werking van richtlijnen - Driehoekssituatie)
(2008/C 223/20)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in de hoofdgedingen
Verzoekende partijen: Arcor AG & Co. KG (C-152/07), Communication Services TELE2 GmbH (C-153/07), Firma 01051 Telekom GmbH (C-154/07)
Verwerende partij: Bundesrepublik Deutschland
In tegenwoordigheid van: Deutsche Telekom AG
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Bundesverwaltungsgericht — Uitlegging van richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten (PB L 192, blz. 10) en richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied, wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision (ONP) (PB L 199, blz. 32) — Nationale regeling die naast een interconnectievergoeding berekend op basis van de kostprijs van de aansluiting, een financiële bijdrage van de andere exploitanten verlangt ter compensatie van het „toegangsdeficit” dat voor de gevestigde exploitant ontstaat door de beschikbaarstelling van de aansluitlijn — Verplichting van de lidstaten om de belemmeringen weg te nemen voor het in evenwicht brengen van de tarieven door de vanouds bestaande telecommunicatieorganisaties na de interconnectie van de netwerken — Mogelijkheid voor een particulier zich voor een nationale rechter te beroepen op de rechtstreekse werking van een richtlijn met het oog op de nietigverklaring van een administratief besluit dat een financiële verplichting in het voordeel van een andere particulier oplegt
Dictum
1)
Artikel 12, lid 7, van richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied, wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision (ONP), zoals gewijzigd bij richtlijn 98/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 1998, en artikel 4 quater van richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, zoals gewijzigd bij richtlijn 96/19/EG van de Commissie van 13 maart 1996, laatstgenoemd artikel gelezen in samenhang met de punten 5 en 20 van de considerans van richtlijn 96/19, moeten aldus worden uitgelegd dat een nationale regelgevende instantie een exploitant van een met een openbaar netwerk geïnterconnecteerd verbindingsnetwerk niet kan verplichten om voor 2003 aan de op de markt dominante exploitant van het gebruikersnetwerk een aansluitvergoeding bovenop een interconnectievergoeding te betalen, ter compensatie van het deficit dat voor die dominante exploitant ontstaat door de beschikbaarstelling van de aansluiting voor de gebruikers.
2)
Artikel 4 quater van richtlijn 90/388, zoals gewijzigd bij richtlijn 96/19, en artikel 12, lid 7, van richtlijn 97/33, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/61, hebben rechtstreekse werking en particulieren kunnen zich voor een nationale rechter rechtstreeks daarop beroepen om op te komen tegen een besluit van de nationale regelgevende instantie.
(1) PB C 140 van 23.6.2007.
Full & Egal Universal Law Academy