6.12.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 313/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 21 oktober 2008 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione — Italië) — Alfonso Luigi Marra/Eduardo De Gregorio (C-200/07), Antonio Clemente (C-201/07)
(Gevoegde zaken C-200/07 en C-201/07) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Europees Parlement - Pamflet met beledigende uitlatingen verspreid door lid van Europees Parlement - Vordering tot vergoeding van immateriële schade - Immuniteit van leden van Europees Parlement)
(2008/C 313/09)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Corte suprema di cassazione
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Alfonso Luigi Marra
Verwerende partijen: Eduardo De Gregorio (C-200/07), Antonio Clemente (C-201/07)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Corte suprema di cassazione — Uitlegging van artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen (PB 1967, 152, blz. 13) en van artikel 6, lid 2, van het intern reglement van het Europees Parlement (PB 2005, L 44, blz. 1) — Verzoek om vergoeding van de morele schade als gevolg van beledigende uitingen door een lid van het Europees Parlement — Bevoegdheid van de civiele rechter om zich uit te spreken over het bestaan van immuniteit bij gebreke van een besluit van het Europees Parlement
Dictum
De communautaire regels inzake de immuniteit van de leden van het Europees Parlement moeten aldus worden uitgelegd, dat in een beroep tot schadevergoeding dat tegen een lid van het Europees Parlement is ingesteld wegens de mening die hij heeft geuit,
—
de nationale rechter die over een dergelijke vordering dient te oordelen, wanneer hij geen informatie heeft ontvangen betreffende een verzoek van dat parlementslid aan het Europees Parlement om verdediging van de in artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van 8 april 1965 voorziene immuniteit, niet verplicht is om aan het Europees Parlement te vragen of de voorwaarden hiervoor zijn vervuld;
—
de nationale rechter, wanneer hij op de hoogte is gebracht van het feit dat dit parlementslid bij het Europees Parlement een verzoek om verdediging van deze immuniteit, in de zin van artikel 6, lid 3, van het intern reglement van het Europees Parlement, heeft ingediend, de gerechtelijke procedure dient te schorsen en het Europees Parlement moet verzoeken onverwijld zijn advies uit te brengen;
—
de nationale rechter, wanneer hij van oordeel is dat de Europese afgevaardigde de in artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen voorziene immuniteit geniet, verplicht is de tegen het betrokken lid van het Europees Parlement ingestelde vordering af te wijzen.
(1) PB C 229 van 17.9.2005.
Full & Egal Universal Law Academy