20.12.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 327/3
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 6 november 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van beroep te Antwerpen — België) — Trespa International B.V./Nova Haven- en Vervoerbedrijf N.V.
(Zaak C-248/07) (1)
(Verordening ter uitvoering van communautair douanewetboek - Artikelen 291 en 297 - Gunstige tariefbehandeling - Bijzondere bestemming - Begrip „degene die de goederen voor het vrije verkeer invoert of doet invoeren’ - Begrip „overdracht van goederen binnen de Gemeenschap’ - Begrip „cessionaris’)
(2008/C 327/05)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van beroep te Antwerpen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Trespa International B.V.
Verwerende partij: Nova Haven- en Vervoerbedrijf N.V.
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hof van beroep te Antwerpen — Uitlegging van artikelen 1 bis, 291 en 297 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253, blz. 1) — Begrip „overdracht van goederen binnen de Gemeenschap”, „degene die de goederen voor het vrije verkeer invoert of doet invoeren” en „cessionaris”
Dictum
1)
Artikel 291, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 89/97 van de Commissie van 20 januari 1997, dient aldus te worden uitgelegd dat het daarin gebruikte begrip „degene die de goederen […] invoert of doet invoeren” doelt op degene voor wie de goederen zijn bestemd, en die voornemens is deze de voorgeschreven bijzondere bestemming te doen volgen, ongeacht of hij de douaneaangifte zelf doet dan wel zich hiervoor laat vertegenwoordigen in de zin van artikel 5 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek. Dat begrip doelt niet op de vertegenwoordiger van deze persoon bij de douaneautoriteiten, behalve in de gevallen waarin deze vertegenwoordiger wordt geacht in eigen naam en voor eigen rekening te handelen krachtens artikel 5, lid 4, tweede alinea, van verordening nr. 2913/92, en hij derhalve als invoerder dient te worden beschouwd.
2)
Artikel 297, lid 1, van verordening nr. 2454/93, zoals gewijzigd bij verordening nr. 89/97, dient aldus te worden uitgelegd dat er geen sprake is van overdracht van goederen binnen de Gemeenschap wanneer goederen in België worden ingevoerd en nadien naar Nederland worden vervoerd, indien de vergunninghouder optreedt voor rekening van de uiteindelijke invoerder, hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan. Het feit alleen dat de goederen zijn ingevoerd en ingeklaard in België en vervolgens naar Nederland zijn vervoerd, speelt geen rol voor de beoordeling of er al dan niet een overdracht in de zin van deze bepaling heeft plaatsgehad. In geval van overdracht dient de cessionaris in het bezit te zijn van een overeenkomstig artikel 291 van die verordening afgegeven vergunning.
3)
Artikel 297, lid 1, van verordening nr. 2454/93, zoals gewijzigd bij verordening nr. 89/97, dient aldus te worden uitgelegd dat het daarin gebruikte begrip „cessionaris” niet doelt op een douaneagent die de douaneformaliteiten vervult voor rekening van de invoerder.
(1) PB C 170 van 21.7.2007.
Full & Egal Universal Law Academy