8.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 285/9
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 september 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Högsta domstolen — Zweden) — Gävle Kraftvärme AB/Länsstyrelsen i Gävleborgs län
(Zaak C-251/07) (1)
(Milieu - Richtlijn 2000/76/EG - Afvalverbranding - Kwalificatie van warmtekrachtcentrale - Begrippen „verbrandingsinstallatie’ en „meeverbrandingsinstallatie’)
(2008/C 285/13)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Högsta domstolen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Gävle Kraftvärme AB
Verwerende partij: Länsstyrelsen i Gävleborgs län
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Högsta Domstolen — Uitlegging van artikel 3, punten 4 en 5, van richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verbranding van afval (PB L 332, blz. 91) — Kwalificatie van een gecombineerde elektriciteit- en warmtekrachtcentrale, bestaande uit meerdere ketels — Verbrandings- of meeverbrandingsinstallatie
Dictum
1)
Voor de toepassing van richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval, moet bij een warmtekrachtcentrale die uit verscheidene ketels bestaat, elke ketel, met de daarbij horende voorzieningen, als een afzonderlijke installatie worden beschouwd.
2)
Om te bepalen of een installatie als „verbrandingsinstallatie” dan wel als „meeverbrandingsinstallatie” in de zin van artikel 3, punten 4 en 5, van richtlijn 2000/76 moet worden aangemerkt, moet worden uitgegaan van het hoofddoel van deze installatie. Het staat aan de bevoegde autoriteiten dat doel te bepalen en daartoe een beoordeling te verrichten van de op het tijdstip van deze beoordeling bestaande feitelijke gegevens. In het kader van deze beoordeling moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de hoeveelheid geproduceerde energie of de hoeveelheid gefabriceerde materiële producten in de betrokken installatie in vergelijking met de hoeveelheid afvalstoffen die in deze installatie wordt verbrand, en met de stabiliteit of de continuïteit van deze productie of fabricage.
(1) PB C 170 van 21.7.2007.
Full & Egal Universal Law Academy