6.12.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 313/7
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 16 oktober 2008 [verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (Chancery Division) — Verenigd Koninkrijk] — Canterbury Hockey Club, Canterbury Ladies Hockey Club/The Commissioners for Her Majesty's Revenue and Customs
(Zaak C-253/07) (1)
(„Zesde btw-richtlijn - Vrijstellingen - Diensten die samenhangen met beoefening van sport - Diensten verleend aan personen die aan sport doen - Diensten verleend aan verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid en aan rechtspersonen - Daaronder begrepen - Voorwaarden’)
(2008/C 313/10)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Justice (Chancery Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Canterbury Hockey Club, Canterbury Ladies Hockey Club
Verwerende partij: The Commissioners for Her Majesty's Revenue and Customs
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Justice (Chancery Division) — Uitlegging van artikel 13, A, lid 1, sub m, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Vrijstelling van bepaalde diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of lichamelijke opvoeding — Begrip „personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen” — Werkingssfeer ratione personae
Dictum
1)
Artikel 13, A, lid 1, sub m, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd dat daaronder, in de context van personen die aan sport doen, ook diensten vallen die worden verleend aan rechtspersonen en aan verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, voor zover — hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan — deze diensten nauw samenhangen met de beoefening van sport en onontbeerlijk zijn voor het verrichten ervan, zij worden verleend door instellingen zonder winstoogmerk en de daadwerkelijke ontvangers van deze diensten personen zijn die aan sport doen.
2)
De in artikel 13, A, lid 1, sub m, van de Zesde richtlijn (77/388) gebruikte uitdrukking „sommige diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport” staat de lidstaten niet toe om de in die bepaling voorziene vrijstelling te beperken naargelang van de ontvangers van de betrokken diensten.
(1) PB C 183 van 4.8.2007.
Full & Egal Universal Law Academy