21.2.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 44/12
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 22 december 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van Beroep te Luik — België) — Belgische Staat — FOD Financiën/Truck Center SA
(Zaak C-282/07) (1)
(Vrijheid van vestiging - Artikelen 52 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 43 EG) en 58 EG-Verdrag (thans artikel 48 EG) - Vrij verkeer van kapitaal - Artikelen 73 B en 73 D EG-Verdrag (thans respectievelijk artikelen 56 EG en 58 EG) - Rechtspersonenbelasting - Inkomsten uit kapitaal en roerende goederen - Inhouding van bronbelasting - Roerende voorheffing - Inning van roerende voorheffing op rente betaald aan niet-ingezeten vennootschappen - Geen inning van roerende voorheffing op rente betaald aan ingezeten vennootschappen - Dubbelbelastingovereenkomst - Beperking - Ontbreken daarvan)
(2009/C 44/19)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Hof van Beroep te Luik
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Belgische Staat — FOD Financiën
Verwerende partij: Truck Center SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Hof van Beroep te Luik — Uitlegging van de artikelen 56 en 58 EG — Vrij verkeer van kapitaal — Belasting van rechtspersonen — Door belastingdienst van lidstaat geheven roerende voorheffing over inkomsten uit kapitaal die door een in dit land gevestigde vennootschap worden toebedeeld aan een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap — Geen voorheffing bij toebedeling van deze inkomsten aan een in dezelfde lidstaat gevestigde vennootschap — Ongerechtvaardigd verschil in behandeling of wegens verschillende situatie gerechtvaardigd verschil in behandeling? — Invloed in dit opzicht van een bilateraal dubbelbelastingverdrag
Dictum
De artikelen 52 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 43 EG), 58 EG-Verdrag (thans artikel 48 EG), 73 B EG-Verdrag en 73 D EG-Verdrag (thans respectievelijk de artikelen 56 EG en 58 EG) moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een belastingregeling van een lidstaat, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die voorziet in de inhouding van een bronbelasting op de rente die door een vennootschap met zetel in deze lidstaat wordt betaald aan een vennootschap met zetel in een andere lidstaat, terwijl een vrijstelling van deze inhouding geldt voor de rente die wordt betaald aan een in eerstgenoemde lidstaat gevestigde vennootschap waarvan de inkomsten in deze lidstaat worden belast uit hoofde van de vennootschapsbelasting.
(1) PB C 199 van 25.8.2007.
Full & Egal Universal Law Academy