7.2.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 december 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — A.T./Finanzamt Stuttgart-Körperschaften
(Zaak C-285/07) (1)
(Richtlijn 90/434/EEG - Grensoverschrijdende aandelenruil - Fiscale neutraliteit - Voorwaarden - Artikelen 43 EG en 56 EG - Wettelijke regeling van lidstaat op grond waarvan behoud van boekwaarde van aandelen die zijn ingebracht voor ontvangen nieuwe aandelen en daarmee fiscale neutraliteit van inbreng afhangen van voorwaarde dat deze waarde wordt overgenomen op fiscale balans van buitenlandse verwervende vennootschap - Verenigbaarheid)
(2009/C 32/05)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: A.T.
Verwerende partij: Finanzamt Stuttgart-Körperschaften
In tegenwoordigheid van: Bundesministerium der Finanzen
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesfinanzhof — Uitlegging van artikel 8, leden 1 en 2, van richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten (PB L 225, blz. 1) en van de artikelen 43 EG en 56 EG — Vennoot die deelbewijzen van het maatschappelijk kapitaal van de verwervende vennootschap krijgt in ruil voor deelbewijzen van de verworven vennootschap — Belasting van de vennoot van de verworven vennootschap — Fiscale wettelijke regeling van lidstaat waarbij de mogelijkheid voor de vennoot om de in ruil gekregen deelbewijzen tegen boekwaarde op te voeren (Buchwertansatz) afhangt van de voorwaarde dat de verwervende vennootschap de geruilde deelbewijzen ook tegen boekwaarde opvoert (doppelte Buchwertverknüpfung)
Dictum
Artikel 8, leden 1 en 2, van richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten, verzet zich tegen een regeling van een lidstaat volgens welke een aandelenruil voor de aandeelhouders van de verworven vennootschap leidt tot belastingheffing over de meerwaarde van de inbreng bestaande in het verschil tussen de oorspronkelijke aankoopkosten van de ingebrachte aandelen en hun marktwaarde, tenzij de verwervende vennootschap op haar eigen fiscale balans de historische boekwaarde van de ingebrachte aandelen overneemt.
(1) PB C 247 van 20.10.2007.
Full & Egal Universal Law Academy